Met zeven mensen kunnen we het lokaal binnen. Fien Leysen verwelkomt ons en nodigt ons uit om een aantal voorwerpen op zuilen te bekijken. Een ‘tintenkiller’, een inktkussen, een informatiebrief over zelfbeschikking,…. Voorwerpen die ons nieuwsgierig maken, en die natuurlijk in het vervolg een rol en plaats krijgen. We worden afzonderlijk naar aparte hokjes geleid, gaan zitten aan een tafel, zetten een koptelefoon op en krijgen contact met Fien Leysen via het scherm.

Heel rustig begint ze haar verhaal over een brief die ze schreef aan Jef Colruyt (de baas van een grote Belgische supermarktketen, te vergelijken met Albert Heyn, maar dan goedkoper) over inktuitwissers, tintenkillers in Vlaanderen, die ze ooit kocht in een winkel van hem. Een vreemd verhaal dat je nieuwsgierigheid opwekt. Jarenlang hebben de stiften bij haar ongebruikt in de lade gelegen. Je kunt woorden met zo’n stift wit maken, maar verdwijnen ze dan wel echt? Met de ene kant van de tintenkiller wis je woorden, en met de andere kant van die pen kun je weer schrijven. Is gemis als een tintenkiller waarmee je iets wegveegt en weer te voorschijn haalt?

Op de laptop vertelt en schrijft Fien Leysen haar verhaal met woorden, met homevideofilmpjes van vroeger, met brieffragmenten, met geluidsbanden. Over de dood van haar vader, over herinneringen, over verzamelen, obsessief, zoals die stiften bijhouden. Kun je herinneringen, momenten, bewaren? Een tegelijkertijd ingetogen én hartstochtelijke queeste voert Fien Leysen uit. Ze praat met een neuropsycholoog over hoeveel je in je geheugen kunt opslaan en hoe je herinneringen selecteert. Bij een stielman uit de thermodynamica probeert ze te achterhalen wat er van ons over blijft na onze dood. Ze praat met een 85-jarige ballerina over herinneringen aan haar danscarrière, met een vrouw wier man al twaalf jaar overleden is.

Haar zachte, tedere Leysen-stem (jaja, ze is familie van), haar glimlach, haar projectiebeelden pakken je direct bij je lurven. Je geraakt niet meer los. Dat wil je ook niet. Nee, laat ze maar vertellen, laat ze haar interviews afnemen, laat ze maar haar filmpjes over haar kinderjaren en haar jeugd tonen en becommentariëren. Zo herkenbaar, zo dicht bij je is dat alles. Een tristesse die je vasthoudt.

Mogen herinneringen een troost zijn, wordt in een condoleance vaak geschreven, maar versterken herinneringen niet net de afwezigheid van de overleden persoon? Zoals de ‘niet’ tussen haakjes in de titel de ontstane leegte verscherpt.
Pijn, schoonheid, weemoed gaan in deze voorstelling in een multimediale vorm, heel organisch in elkaar over. Ontroerend en herkenbaar. Puur, eerlijk, verzachtend. Leysen zoekt naar het gemis, wij zoeken mee. Wanneer ben je iets kwijt, wanneer kun je alleen maar zeggen dat er iets zoek is? ‘Religies en wetenschappers beweren dat niets ooit echt verdwijnt. Niets is ooit vergeten. Alleen niet meer toegankelijk.’ Is dat zo?

Waarschijnlijk omdat we Leysen na de lijfelijke verwelkoming alleen op het scherm te zien krijgen en via de koptelefoon horen, vroeg iemand me na de voorstelling of je deze voorstelling niet als een film, een documentaire zou kunnen uitzenden. Ik denk dat de impact dan juist veel kleiner zou zijn. Hier zit ze dicht op je, je weet dat ze dicht bij je hokje is, dat ze echt aanwezig is. Aanwezig en afwezig zijn, daartussen golft haar mooi en gevoelig zoeken naar een omgaan met gemis. Dat voel je op je stoel, dat lees je nadien in een echte brief. In je eentje kun je een traan wegpinken.

Fien Leysen was vorige maand voor mij dé ontdekking op Theater Aan Zee met veel werk van jonge makers. Ze is pas verleden jaar afgestudeerd met dit project als dramastudente aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. In Vlaanderen staat ze dit seizoen op heel veel plekken. Het verheugt mij bijzonder dat deze voorstelling ook in Nederland te zien zal zijn (in november in Groningen). Reserveer op tijd, want er kunnen maar 7 mensen per keer de queeste volgen. Dat gebeurt wel een aantal keer per dag. Mis dit niet!