In de nieuwe, derde, avondvullende voorstelling van dansgezelschap Ivgi&Greben is een belangrijke rol weggelegd voor een tientallen vierkante meters tellende isolatievloer. Gemaakt van uiterst licht, zilverkleurig materiaal dat zich uitermate goed leent om gevouwen te worden tot elke gewenste vorm.

In het eerste deel van de voorstelling Small People is de vloer gewoon de ondergrond waarop gedanst wordt. Terwijl vijf leden van de groep zich netjes posteren aan de rand voeren drie mannelijke dansers in een ménage à trois een spannende scène uit met de nodige suggestieve bewegingen. Ze nemen poses aan en flirten met hun ijdelheid. Krioelende vingers doen de rest.

Het blijkt de opmaat tot een vijf kwartier durende dansvoorstelling die bijkans uit zijn voegen barst van de fysieke energie, maar waarin vooral veel te raden blijft over hetgeen Uri Ivgi en Johan Greben met ons willen delen. Er wordt van alles gesuggereerd met verwijzingen naar raves en groepsdwang versus individuele expressie, er zijn wonderbaarlijke uitstapjes naar een voorstellingsronde waarin alle dansers zich tot het publiek richten. Op een zeker moment lijken de dansers zelfs hoge nood te hebben, als ze met hun handen in het kruis staan.

Al die scènes volgen elkaar in een hoog tempo op en duren slechts kort. Het zijn eerder snapshots dan verhalende elementen. Soms grappig, soms bloedserieus. Wie zijn deze mensen, vraag je je voortdurend af. En wat betekenen die gerafelde kostuums? Zijn zij die ‘small people’ uit de titel? Zou kunnen. Dan vertegenwoordigen ze wellicht álle mensen en gaat de voorstelling over de aanmatigende mens die zich groter waant dan hij is. De mens die zijn plaats niet kent.

Als de zilveren vloer onder hun voeten wordt weggetrokken, verandert de voorstelling van sfeer. Door een uitgekiende belichting verandert het toneelbeeld de ene keer in een soort mythisch landschap om vervolgens de verschijningsvorm aan te nemen van een woest kolkende zee. Als een aantal dansers zich onder het materiaal verschanst, vormt zich een enorm rotsblok waarop iemand zich neervlijt.

De sfeer wordt daarna alsnog duister. Er klinken harde klappen die lijken te verwijzen naar geweerschoten. In een parade van stoerdoenerij (borst vooruit, armen geheven met gebalde vuisten) lopen de dansers vervolgens achter elkaar een rondje. De vloer als catwalk. Alsof ze zich groter willen voordoen dan ze zijn. Misschien is dat wel wat de makers willen uitdrukken: dat we in het licht van de eeuwigheid allemaal kleine mensen zijn en dat al ons streven ijdel is.

Foto: Paul Sixta