Recensie

Find me a boring stone
Theater Rotterdam
★★★★★ Toneel
1 april 2017 - Zaal Ro, Rotterdam - Speellijst
Een onverdund begrijpen
Door gepubliceerd 3 april 2017

Vind een steen die saai is. Dit is een monoloog die over alles gaat, gesproken door iemand die nadenkt over grote dingen. Zegt de schrijver, Rik van den Bos. De eerste gedachte was dat de tekst het hele leven zou proberen te vatten. Zegt de regisseur, Erik Whien. Twee openingsstatements van in de persmap bijgevoegde interviews, waarvan ik de rest van de tekst ongelezen laat. De twee zinnen zeggen immers genoeg over de ambitie en het verlangen waarmee deze toneelavond ergens lang geleden misschien begonnen is.

De plotloze, hardop denkende, monologiserende stijl van toneel schrijven over alles, kent een paar mogelijke openingszetten. Je kunt een dergelijke toneelavond beginnen als een aan en af rollende branding, of als een wandeling over een bospad, of zwenkend op een skipiste, struikelend op de catwalk, of als een balanceeract langs een afgrond. Het kan ook zoals Dylan Thomas het deed in de opening van zijn Onder het melkwoud (1954), het hoorspel waar ik in de eerste tien minuten van Find me a boring stone onwillekeurig aan blijf denken, door die zintuiglijke manier van kijken. Implosie, rust, stilte, zen. De tedere toon van: kom, pak me bij de hand; kijk, we zijn nu hier; vertrouw me, luister, geniet en wees kalm, het komt goed. Dylan Thomas leidt ons rond in een kustdorp in Wales. Bij deze monoloog, hier, vanavond, in Find me a boring stone, kijken we door de ogen van iemand die melancholisch tuurt naar de contouren van een stad. Vol empathie en toch op afstand, met een vogelvluchtperspectief, maar dan wel dat van een mens die een ingrijpend verlies met zich mee torst, en die in een beginnend stadium van de rouw adviezen ingefluisterd krijgt waar je erg mee moet uitkijken. Zoals: ‘Zorg vooral dat je steeds iets om handen hebt’.

Wat zien we? In de eerste seconden vooral het duister van het toneelhuis, de vertrouwde ruimte van het (nu voormalige) RO Theater in de Rotterdamse William Boothlaan. Het podium is leeg. Op een grote cirkel na, die midden op de vloer ligt. Tegen de muur, jardin, links vanuit de zaal gezien dus, leunt in het half duister iemand met een licht getint shirt. Wanneer onze ogen gewend zijn aan het donker, blijkt er nog een figuur tegen de wand te leunen. Hij begint te zingen, een zachte, vermanende tekst. ‘No Shoes in the house. No running. / Not too loud. Boys, don’t fight.’ Ik herken meteen de stem. Stan Vreeken. Een verrassing. Ik weet überhaupt niet dat hij meedoet. Hij hoort bij Tijdelijke Samenscholing, mijn lievelingstoneelspelers. Stan Vreeken heeft een stem uit duizenden, die kan teder je hart aan flarden zingen. Kort daarop neemt Gijs Naber het woord, de spreekstem van de avond. Hij komt aarzelend, op de tast, bijna schuifelend op gang. Tot die eerste ankerpunten in de taal, herkenning, tastbaarheid, jonge moeders en hun angst voor wiegendood, een diep verstopt fotoalbum, een rouwstoet … hé, een rouwstoet.

Nu zingt Stan Vreeken weer, we bladeren met hem op muziek door een leven heen. Als Gijs Naber het woord herneemt is het voor een soort bezwerende litanie, waarvan alle clausen beginnen met ‘Er zijn er die…’. En daar is dan onder het publiek ook meteen de eerste, aanvankelijk nog wat beschaamde gniffellach. ‘Er zijn er die net zijn aangekomen. Wiens kleren nog naar hun moeders wasverzachter ruiken en die nu expres een scheur in hun broek knippen en vol verwachting rond paraderen tot er iets opwindends gebeurt. Tot iemand ze staande houdt en mee naar huis neemt om van alles met ze te doen.’ Daarna is het ijs definitief gebroken. De lach wordt luider. De lach van herkenning, van identificatie, niet perse die van ‘oh, ja, net echt’, meer die van een schuifelende nabijheid, van ‘dat heb ik ook’, of van ‘heb ik dat ook?’ ‘Er zijn er die zelf denken dat ze fijn gezelschap zijn, maar die de mensen pas echt blij maken met hun vertrek.’

We zijn dan nog maar op de helft. De cirkel op de grond gaat licht geven. En we naderen een inzicht dat in de tekst subtiel wordt aangeduid als ‘een onverdund begrijpen’. Een rake omschrijving die veel te maken moet hebben met dat deze tekst op een gelukkig makende wijze misschien wel over bijna alles gaat. Tegen het eind loopt de zingende Stan Vreeken de eenvoudigste mise-en-scène uit de toneelgeschiedenis – een maar half afgemaakte rechte lijn naar zijn speelpartner Gijs Naber, die met een omarmende blik terug kijkt. ‘There you are. / Lightyears back in time, kindly looking / down on everything we were before.’ Daarna gaat het licht uit. En weer aan. Met een beetje nat gezicht glimlach ik naar twee schuchtere mensenkinderen op een kale vloer.

Foto: Sanne Peper

[Sterren zijn toegekend door de redactie.]

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

U kunt de volgende HTML tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*
*

LET OP: op deze recensie rust auteursrecht. Voor geheel of gedeeltelijke overname, in welke vorm dan ook, is vooraf toestemming nodig van de uitgever.

Elders

NRC Handelsblad
★★★☆☆
'Zijn tekstbehandeling is zo monotoon dat het wel gekozen móet zijn, uit angst voor effectbejag. Maar die kale spreektrant houdt de toeschouwer op afstand, vooral omdat Naber ook letterlijk op afstand blijft. Het decor is sober, de belichting schaars. Dat maakt het geheel ingetogen en streng. Zoals de man zich moet verzoenen met zijn lot, zo lijkt de voorstelling een Boeddhistische oefening in acceptatie: we moeten ‘opgaan in de traagheid van de tijd’.' Herien Wensink
Telegraaf
★★★★☆
Find me a boring stone is ondanks het rouwproces een louterende levensles die zich langzaam in je vastzet. Zonder heel direct op de emotie te spelen, om dan ineens alsnog binnen te komen. Het voelt bijna als een troostrijk lesje mindfullness: ’Adem in, adem uit'.’ Esther Kleuver
Trouw
★★★★★
'Zelden zie je een acteur zo vrij van effectbejag, vol vertrouwen op de krachtige, poëtische en ontroerende tekst die hem draagt en op de regisseur die hem zijn posities, bewegingen en expressie heeft gewezen. Naber speelt niet - hij is. Zo werkt hij kalm en zonder haast toe naar het troostrijke einde en laat hij Van den Bos' tekst stralen.' Sara van der Kooi
de Volkskrant
★★★☆☆
'De fraaie liedjes van Stan Vreeken geven grote emoties een plaats, waarna ze weer kunnen wegebben. In de heldere regie van Whien en het dito toneelbeeld van Marc Warning zie je het proces zich ontvouwen, van donker naar licht. Nabers personage lijdt, maar kijkt tegelijkertijd om zich heen en ziet de dagelijkse gewone en gekke dingen die geleidelijk aan tot troost zijn. Hij doorloopt het leven van klein naar groot en terug, van pijnlijke momenten tot grappige intermezzo's. Hier en daar is de beeldspraak te gewild, met nog weer een epitheton of (clichématige) vergelijking. Maar alles bij elkaar is het vooral een aimabel geheel.' Karin Veraart
Het Parool
★★★★☆
'Whien laat de tekst z'n werk doen. Geen stemverheffing of grootse gebaren, maar Naber die mijmerend zijn overpeinzingen deelt. Ondanks de tragedie krijgt somberte geen kans. Dat komt door de lichtheid van Nabers toon waarin elke vorm van bitterheid ontbreekt, maar ook door de haast achteloze, maar knap geconstrueerde tekst die als een lentebries zachtjes over het publiek heen waait.' Joukje Akveld

Speellijst

De eerstvolgende drie speelbeurten van deze voorstelling:

Verwante artikelen

Tags

, , , , ,

  • Elders

    NRC Handelsblad
    ★★★☆☆
    'Zijn tekstbehandeling is zo monotoon dat het wel gekozen móet zijn, uit angst voor effectbejag. Maar die kale spreektrant houdt de toeschouwer op afstand, vooral omdat Naber ook letterlijk op afstand blijft. Het decor is sober, de belichting schaars. Dat maakt het geheel ingetogen en streng. Zoals de man zich moet verzoenen met zijn lot, zo lijkt de voorstelling een Boeddhistische oefening in acceptatie: we moeten ‘opgaan in de traagheid van de tijd’.' Herien Wensink
    Telegraaf
    ★★★★☆
    Find me a boring stone is ondanks het rouwproces een louterende levensles die zich langzaam in je vastzet. Zonder heel direct op de emotie te spelen, om dan ineens alsnog binnen te komen. Het voelt bijna als een troostrijk lesje mindfullness: ’Adem in, adem uit'.’ Esther Kleuver
    Trouw
    ★★★★★
    'Zelden zie je een acteur zo vrij van effectbejag, vol vertrouwen op de krachtige, poëtische en ontroerende tekst die hem draagt en op de regisseur die hem zijn posities, bewegingen en expressie heeft gewezen. Naber speelt niet - hij is. Zo werkt hij kalm en zonder haast toe naar het troostrijke einde en laat hij Van den Bos' tekst stralen.' Sara van der Kooi
    de Volkskrant
    ★★★☆☆
    'De fraaie liedjes van Stan Vreeken geven grote emoties een plaats, waarna ze weer kunnen wegebben. In de heldere regie van Whien en het dito toneelbeeld van Marc Warning zie je het proces zich ontvouwen, van donker naar licht. Nabers personage lijdt, maar kijkt tegelijkertijd om zich heen en ziet de dagelijkse gewone en gekke dingen die geleidelijk aan tot troost zijn. Hij doorloopt het leven van klein naar groot en terug, van pijnlijke momenten tot grappige intermezzo's. Hier en daar is de beeldspraak te gewild, met nog weer een epitheton of (clichématige) vergelijking. Maar alles bij elkaar is het vooral een aimabel geheel.' Karin Veraart
    Het Parool
    ★★★★☆
    'Whien laat de tekst z'n werk doen. Geen stemverheffing of grootse gebaren, maar Naber die mijmerend zijn overpeinzingen deelt. Ondanks de tragedie krijgt somberte geen kans. Dat komt door de lichtheid van Nabers toon waarin elke vorm van bitterheid ontbreekt, maar ook door de haast achteloze, maar knap geconstrueerde tekst die als een lentebries zachtjes over het publiek heen waait.' Joukje Akveld