De afgelopen jaren is het percentage zelfdodingen onder jongeren van tien tot twintig jaar aanzienlijk gestegen, waren het in 2016 nog 48 Nederlandse jongeren die een einde aan hun leven maakte, in 2017 waren dat er al 81. De theatertekst Game Over (12+) van Magne van den Berg is een pleidooi voor het leven, een aanmoediging om toch ‘ja’ te zeggen. 

In datzelfde jaar 2017 lanceerde Netflix de serie 13 Reasons Why, waarin een tiener zelfmoord pleegt. Volgens critici schetste het een te geromantiseerd beeld van suïcide en zou het daardoor aanzetten tot kopieergedrag: zelfmoord leek in deze serie daadwerkelijk een oplossing voor problemen en zou jongeren motiveren te kiezen voor eenzelfde uitweg. Ook verscheidene challenges, die via social media worden verspreid, moedigen jongeren aan om op het randje van de dood te balanceren. Deze uitdagingen lopen uiteen van zelfverwurgingen om een moment ‘high’ te zijn, tot het slikken van een overdosis kaneel om vervolgens proestend naar adem te moeten happen. Over dit soort fatale challenges maakte Charli Chung eerder al de trailervoorstelling Kids (12+) (tekst: Roeland Hofman).

Van den Berg staat in Game Over stil bij de impact op de achterblijvers. Ze legt een expliciete nadruk op het onbegrip van deze ‘stervenslust’ en het gevoel van onmacht dat heerst onder leeftijdsgenoten, bij vrienden, en presenteert hiermee een pleidooi voor het ‘ja’ zeggen tegen het leven. Want ‘nadenken en praten over de dood is best zinvol, zolang jongeren maar blijven kiezen voor het leven’.

Ook Van den Bergs tekst ging als coproductie tussen Toneelgroep Oostpool en Theater Sonnevanck in première in een tot theater omgebouwde trailer, die langs verschillende middelbare scholen en theaters reist. Het is een formule die al enkele jaren erg succesvol is gebleken en jongeren in aanraking brengt met theater doordat de voorstellingen nauw aansluiten bij thema’s die hen bezighouden en spelen binnen hun leefwereld. In een intieme omgeving komt een kwetsbaar onderwerp als dat van Game Over hoogstwaarschijnlijk buitengewoon goed tot zijn recht.

In Game Over zijn twee personages, M (meisje) en J (jongen), in gesprek over El – in de tekst aangeduid als D (dood meisje) – die zelfmoord heeft gepleegd. El is een vriendin van M en was ooit meer dan alleen vrienden met J. J en M zitten met elkaar op een zolderkamer en bekijken de zonsondergang. Ze kijken aandachtig naar de dingen om hen heen, ‘niet je telefoon pakken, dan verpest je de magie’, zegt M dan ook als J wil opzoeken waarom de korte periode voor zonsondergang ook wel ‘het blauwe uur’ wordt genoemd. ‘Als je niet met jezelf kan leven, kun je altijd nog kijken naar de dingen om je heen’, stelt M, waarop J doorgrondend opmerkt dat dat nou juist het probleem is, ‘dat je niets meer ziet’.

In hun intieme gesprek op de bovenste verdieping van het huis, het dichtst bij El dat ze op dit moment kunnen zijn, komen alle emoties voorbij: woede, verdriet, onbegrip, schuldgevoel en onmacht. In korte zinnen, die dichtbij de natuurlijke spreektaal van de twee pubers komen, en zoals we die kennen van Van den Bergs andere toneelteksten, proberen M en J na te gaan hoe El (D) zich gevoeld moet hebben op het moment dat ze de keuze maakte om uit het leven te stappen. Zoals je je bij elk verschrikkelijk nieuws nog herinnert waar je was op het moment dat je ervan hoorde, herinneren M en J zich die situatie ook nog precies.

J           waar was jij toen je het hoorde

M         thuis

J           ik was op straat

M         ik kreeg een sms

J           ik kreeg een telefoontje

M         ik was op m’n kamer

          ik liep naar de trein

M         ik was aan het chillen en dacht net, wie zal ik eens bellen

J           ik werd gebeld…

        toen kreeg ik die sms…

J           gebeld… door wie ook alweer…

M         van Kyra

D          door Alex

J           o ja door Alex

Game Over is een erg ritmische tekst, waarbij de muzikaliteit van de zinnen voortkomt uit de beknoptheid ervan, de herhaling (ik-ik-ik) en de zorgvuldig gekozen momenten waarop de personages elkaar in de rede vallen. De uitingen zijn soms banaal en bovenal in klare taal beschreven, maar onder deze syntactische oppervlakte schuilt het onverwoordbare.

Ik lees in een interview in de regionale krant Tubanatia dat Van den Berg haar Twentse roots terugziet in haar manier van schrijven: een uiterst effectieve manier van omgaan met taal. Niet meer zeggen dan nodig is en als het kort kan, doe je het kort, ‘of juist omfloerst, al net zo mooi’. De scènes zijn als korte ‘oprispingen’ in een langdurig proces van nadenken, waarbij steeds een beetje meer begrip van de situatie tot de oppervlakte weet te komen, waarna de dialoog weer vervalt in een stilte, de stilte waarmee vervolgens elke overgang naar een nieuwe scène wordt gemarkeerd. ‘Stilte…’ vormt een van de weinige regieaanwijzingen die Van den Berg toevoegt, eenmalig van intentie voorzien door het woord: ‘verslagenheid’.

Tot zover een vrij realistische situatie: twee pubers op een zolderkamer, mijmerend over het leven en de dood. Maar Van den Berg weet een extra laag toe te voegen door El/D op spookachtige wijze te laten verschijnen en te laten mengen in het gesprek. Soms lijken J en M haar te horen, soms lijkt ze als een engeltje op het dak het gesprek te manipuleren.

        was ze eigenlijk verliefd op jou

J           dat weet ik niet

         dat weet je wel

        was jij verliefd op haar

J           dat weet ik ook niet

D          dat weet je best

J           we hadden een hele sterke band

M         voor zolang als het duurde

D          voor zolang als het duurde

In een poging Els zelfmoord een plek te geven en te snappen hoe ze zich gevoeld moet hebben op het moment van haar fatale beslissing, zoeken J en M naar een verklaring, die nauw aansluit bij een social media-gemotiveerde fear of missing out. Je moet tegenwoordig gelukkig zijn, ‘het is een voorwaarde geworden, want iedereen kan wat van z’n leven maken en als je dat niet doet ben je een failure’. Ze praten over hoe makkelijk je afhankelijk wordt van de goedkeuring van anderen om je goed te voelen en zien het gevaar van deze afhankelijkheid in.

In de langste monoloog van het stuk, waarin D voor het eerst gehoord lijkt te worden door M en J (‘nou kijk niet zo’), legt ze uit hoe het voor haar voelde, hoe ze de aansluiting kwijtraakte, hoe ‘iedereen nogal hard schreeuwde de hele tijd om aandacht en bevestiging’, hoe ze het gevoel had dat alle mensen om haar heen ‘het allemaal heel goed wisten; wat ze wilden; wat ze zouden worden; hoe geweldig alles ging; hoe goed ze bezig waren’ en hoe ze dus dacht: ‘als iedereen zo zeker van zichzelf is dan ben ik dus crazy en hoor ik hier niet thuis’. Ze sluit haar monoloog af met de aangrijpende woorden: ‘als ik pauze had kunnen nemen had ik dat gedaan, maar leven kent geen pauzeknop, die kent alleen maar on en off, dus werd het off…’.

M en J vragen zich af of ze hadden kunnen ingrijpen, waarom ze het niet aan hebben zien komen, wat ze eraan hadden kunnen veranderen en komen tot de conclusie dat het enige dat El had moeten zeggen ‘help’ was, ‘maar misschien kon ze dat juist niet zeggen’. Hoe verder het stuk vordert, hoe meer D zich mengt in het gesprek. Van den Berg voorziet zo in de prangende en voor velen herkenbare wens in het geval van het verlies van een naaste: nog één keer een gesprek kunnen voeren met de overledene, een paar laatste vragen stellen om zo berusting te vinden. M en J krijgen zo’n mogelijkheid, eerst met z’n drieën, dan nog ieder apart.

        ben je nu dan blij, is het dan nu allemaal paradijs

         het is niet zo dat ik dacht dat ik naar het paradijs zou gaan maar ik wilde gewoon weg uit de hel

        wat maakte het hier tot hel

D          het lukte me niet

        wat lukte niet

D          om gelukkig te zijn

J           geluk is ook maar iets tijdelijks

        geluk wordt totaal overschat

D          maar het is wel het bewijs dat je het goed doet, als je niet gelukkig bent doe je iets niet goed, want iedereen is gelukkig, althans dat is wat iedereen je wil laten geloven

Na de gesprekken met El, besluiten M en J naar beneden te gaan, ze kunnen afstand nemen van El, traptrede voor traptrede iets verder weg van haar gaan en het leven weer oppakken. ‘Nou oké dan ga ik weer, ga jij maar zwemmen’, zegt El tegen het einde tegen J. ‘El… wacht nog heel even… […] had ik je kunnen redden?’, vraagt hij vervolgens. Van den Berg eindigt zonder belerende toon, met een open antwoord op deze vraag:

D          ik weet het niet zeker maar het had misschien geholpen

J           kut

D          maar misschien niet voor altijd

J           misschien niet

D          nee

          maar misschien ook wel

D          …

J   (hij huilt)

Game Over is een ontroerende en ontwapenende tekst, die op een bloedeerlijke wijze en zonder er doekjes om te winden toont wat zelfdoding is en wat de effecten ervan zijn op leeftijdsgenoten. Game Over presenteert zelfmoord, of zelfdoding (‘M: je bent vermoord door jezelf / D: ja / M: dat zullen we moeten zeggen in plaats van zelfmoord, je bent vermoord door jezelf / D: ik heb mijzelf gedood’) niet als een oplossing, niet als een uitweg of een uiteindelijk antwoord (‘ik weet het zelf ook niet, ik ben er zelf ook niet helemaal zeker van, ik werd op het laatst geregeerd door hele heftige negatieve dwanggedachten die ik niet meer in de hand had”). Het is een pleidooi, een pleidooi voor het leven, een aanmoediging om ‘ja’ te zeggen. Ja te zeggen tegen het leven en alles dat het leven nog te bieden heeft, zeker voor diegenen die nog zo aan het begin ervan staan. Game Over opent het gesprek, doorbreekt de stilte en zet het jonge publiek hopelijk aan dit gesprek op een even open manier voort te zetten. Het moedigt aan om juist in tijden van sociale media – waarin contact houden met iedereen zo makkelijk lijkt – te zorgen dat niemand zich afsluit. Ten slotte doet het een voorstel om elkaar wat beter in de gaten te houden, ‘niet via snapchat maar gewoon echt life’.

J           ik hou je in de gaten hoor

M         en ik jou… en ja blijven zeggen hè

          ja

M         ook als het kut gaat

J           ja ja

M         ja maar echt he

J           jahah, mooi woord eigenlijk, ja!

M         ja

Lees hier onze recensie van de opvoering van Game Over door Toneelgroep Oostpool en Theater Sonnevanck.