Hoe ziet de ideale Theaterencyclopedie eruit? Daarin vinden we namen, groepen en instituten uiteraard, maar wat erin zeker niet mag ontbreken zijn de ideeën die er in de sector leven. Luc de Groen houdt een warm pleidooi voor een bron van feiten, weetjes en schoonheid waarin de liefhebber zich graag lekker lang laat wegzakken.

Een tijdje geleden zag ik een opmerkelijke vacature: die voor hoofdredacteur van de Theaterencyclopedie. Nu is de functie niet zozeer het opmerkelijke, maar het aantal uur dat ervoor beschikbaar is: 32 uur in de week. De huidige eindredacteur Tuja van den Berg moet het in vier uur doen. De functie wordt dus flink uitgebreid.

Wat gaan we doen met flinke uitbereiding van de Theaterencyclopedie? Aan die vraag zou ik dit essay willen wijden. Toch is dit geen open sollicitatie, u zult hier geen plannen vinden, noch wordt wat ik schrijf op enige manier gehinderd door inside-kennis over het reilen en zeilen van een instituut als de Theaterencyclopedie. In plaats daarvan zal ik enkele gedachten delen over encyclopedieën in het algemeen en de (door mij gedroomde) Theaterencyclopedie in het bijzonder.

Wat is een encyclopedie?
Laten we daarvoor eerst duidelijk proberen te krijgen wat een encyclopedie eigenlijk is. Al bij de oude Grieken bestond de behoefte om alle wetenschappelijke kennis te inventariseren en inzichtelijk te maken. Daarom schreven zij repertoria die werden gebruikt in de opvoeding van de vrije burgers en die je de eerste voorlopers van de encyclopedie zou kunnen noemen.

Vanuit daar ontwikkelde de encyclopedie zich langs de middeleeuwse tachtigdelige Speculum Maius van Vincent van Beauvais, tot de 18deeeuwse Encyclopædia Britannica, waarvan de laatste papieren editie in 2010 verscheen. De achtentwintigdelige Franse Encyclopédie, geredigeerd door Jean le Rond d’Alembert en Denis Diderot uit 1772, heeft veel bekendheid verworven door zijn polemische en antikerkelijke karakter. De zeventiendelige Winkler Prins Encyclopedie, eigenhandig geschreven door Antony Winkler Prins, is de eerste volwaardige Nederlandse encyclopedie en kende haar hoogtepunt in de eerste decennia na de tweede wereldoorlog. Al de bovenstaande informatie heb ik niet met veel graafwerk in bibliotheken hoeven vergaren, maar heb ik van Wikipedia; voor mij (en ongetwijfeld nog voor velen) de meest gebruikte encyclopedie.

Het is, los van de informatie die er over de encyclopedie te vinden is, ook interessant om iets langer naar Wikipedia als encyclopedie te kijken. Wikipedia is een encyclopedie die in ons dagelijks leven haast niet meer weg te denken is. Des te meer omdat veel andere encyclopedieën, waaronder de huidige Theaterencyclopedie, de Wiki-engine gebruiken; open source software waarmee je iedereen die dat wil kan laten meeschrijven aan je encyclopedie. Maar dit collaboratieve aspect laten we nog even liggen, eerst wil ik het hebben over het rabbit hole-effect. Iedereen die net als ik een goede portie van zijn leven op het internet heeft doorgebracht zal namelijk deze ervaring herkennen: je moet iets kleins opzoeken, bijvoorbeeld waar het woord encyclopedie vandaan komt. Vervolgens zie je in de eerste zin een blauwgedrukte hyperlink naar het woord kennis. Wat zou het woord kennis eigenlijk betekenen? Op het lemma over kennis zie je dat het vierde subhoofdstuk ‘in de managementtheorie’ heet, en kom je erachter dat de heer Weggeman in 1997 heeft geprobeerd de in de managementtheorie bestaande theorieën over kennis te inventariseren. Een dik uur later vind je jezelf terug in het lemma over een of ander obscuur laat 18deeeuws gezelschap dat bloedoffers bracht aan een lang vergeten godheid.

Een ander inspirerend voorbeeld van een encyclopedie is de intuïtieve encyclopedie van Alexander Nieuwenhuis. In deze digitale encyclopedie zijn (tot nu toe) ruim een dozijn lemma’s verzameld met titels als: ‘Auto-defenestratie. De kunst van het zichzelf uit het raam werpen’en ‘HET VOORDEEL VAN DE DEMOCRATIE // de telefoontjes van Joseph Stalin’.

Ook deze digitale encyclopedie dient als een platform waarop kennis wordt verzameld, alleen ligt de nadruk hier juist op de schoonheid van deze kennis. Nieuwenhuis beschrijft het zelf als volgt:

‘Schoonheid, in het specifiek de schoonheid van de verwondering, de paradox en het detail, is de leidraad van de Intuïtieve Encyclopedie. Er wordt zoveel als mogelijk gepoogd om hierbij de zogeheten waarheid geen geweld aan te doen maar zoals in iedere vorm van kennisproductie wordt er een invalshoek gekozen, een nadruk en kan er geen compleetheid worden gegarandeerd. Waar compleetheid en objectiviteit in de meeste wetenschappen toch worden nagestreefd, streeft de Intuïtieve Encyclopedie enkel schoonheid na.’

Wikipedia en de intuïtieve encyclopedie lijken meer op elkaar dan je zou denken. De intuïtieve encyclopedie is misschien niet de eerste plek waar je naartoe gaat om iets op te zoeken, maar het werkt wel degelijk als een rabbit hole: het zijn verhalen met zoveel detail en zoveel zijwegen, dat het lijkt alsof je tijdens het lezen intuïtief aan het doorklikken bent. Dit bereikt Nieuwenhuis door belang te hechten aan goed schrijverschap. Hoewel de intuïtieve encyclopedie open staat voor meerdere stemmen, is een voorwaarde dat de stukken goed geschreven moeten zijn. Dit zorgt ervoor dat de lezer steeds dieper het rabbit hole in wordt gezogen.

De Theaterencylopedie: meer dan een verzameling feiten
Nu dan door naar de vraag waar het hier echt om gaat: wat moeten we met de Theaterencyclopedie? Wat volgens mij belangrijk is, is dat de nieuwe Theaterencyclopedie zich niet gaat beperken tot personen en gezelschappen. Wat niet mag ontbreken is wat er tussen al die mensen en gezelschappen in zweeft: de ideeën die in de sector leven. Kunststromingen zoals metamodernisme, principes als Fair Practice en bewegingen zoals dekolonisatie. Dit is namelijk hoe Wikipedia je zo diep het rabbit hole in trekt. Niet alleen personen en organisaties, maar vooral de lemma’s over ideeën nodigen je uit om door te lezen. Als lezer word je meegenomen in de dramaturgie van het rabbit hole, doordat je je steeds afvraagt: hoe zou deze schrijver dit begrip, dat ik vaag wel ken, uitleggen?

Deze lemma’s zijn ook precies waar Wikipedia en de Intuïtieve Encyclopedie samenkomen. De ideeën die leven zijn vaak nog niet in steen gebeiteld. Ze bestaan in de hoofden van de makers en ze bestaan in de praktijk, maar ze bestaan vaak nog niet op papier. Het vergt poëzie, verbeeldingskracht en goed schrijverschap om ze toch overtuigend deel te laten zijn van de encyclopedie. Het vergt meer dan wetenschappelijke precisie, het vergt schoonheid. Uiteindelijk zit er namelijk een dramaturgie in de rabbit hole van Wikipedia, een dramaturgie die de Intuïtieve Encyclopedie goed doorhad. Sommige ideeën zullen zich namelijk beter als lijstje laten vangen, of juist als een lijvige tekst met veel zijsporen. Andere ideeën zullen fungeren als de doorklikpagina met weinig tekst maar veel hyperlinks. Het is niet eenvoudig, maar het zou mijn opdracht aan een nieuwe hoofdredacteur zijn: doorzie de dramaturgie van een rabbit hole en pas deze toe op de Theaterencyclopedie.

Stel je voor, je zit op een avond in een theatercafé in Nederland. Je hebt net een voorstelling gezien, van laten we zeggen URLAND. Je wilt weten wanneer ze zijn begonnen, en je gaat het internet op. Je eerste hit op google is de Theaterencyclopedie, waar je leest dat URLAND in 2010 is opgericht. En je leest dat zij een metamodernistisch performancecollectief zijn. Via het lemma over metamodernisme en met wat doorklikken, kom je vervolgens op een lijst met alle voorstellingen die zich laten inspireren door David Foster Wallace. Daar zie je dat binnenkort de voorstelling Superleuk, maar voortaan zonder mij (geïnspireerd op het gelijknamige essay van David Foster Wallace)van Wunderbaum nog speelt, en dat de nieuwe voorstelling Under Pressure van Nineties Productions, BOG. en het Zuidelijk Toneel van later dit seizoen misschien ook wel een link met dat essay heeft. Je hebt nu niet alleen goed kijkadvies gekregen waarmee je de voorstellingen die je dit jaar ziet in een nieuw kader kan plaatsen, maar je bent ook deelgenoot geworden van een gesprek dat misschien in de sector nog niet hardop wordt gevoerd, maar dat ieder moment kan losbarsten. Een gesprek over waarom David Foster Wallace theatermakers dit jaar zoveel zegt.

Inventarisatie
Tot slot zou ik nog de vraag willen stellen: hoe komt de nieuwe hoofdredacteur erachter welke ideeën er leven in de sector? Het klinkt als nogal een taak: alle ideeën aanvoelen en verwerken tot poëtische en goed geschreven lemma’s. Hier zou ik het collaboratieve van Wikipedia weer even in gedachten willen roepen. Een van de bijzondere eigenschappen van heel het Wiki-gestuurde internet, is dat iedereen zijn steentje kan bijdragen. Natuurlijk komt er straks een nieuwe hoofdredacteur van de Theaterencyclopedie die met twee benen midden in het veld staat, maar het is helemaal geen gek idee om gebruik te maken van de massa. Zo zou ik mij goed een jaarlijkse ‘grote inventarisatie’ kunnen voorstellen: binnen de sector gaat een enquête rond waarin wordt gevraagd welke ideeën, stromingen en bewegingen er op dat moment spelen. Het mag opgehangen worden aan voorstellingen, maar juist datgeen wat op de achtergrond speelt, moet naar boven komen. Een soort volkstelling, maar dan van ideeën.

PS: verzoek vanuit het internet
Nog een kort verzoek van technische aard, geboren uit frustratie: zorg alstublieft dat de Theaterencyclopedie en al haar lemma’s een heel stuk beter vindbaar worden op Google en dat het navigeren binnen de encyclopedie gemakkelijker wordt dan het nu is. Dan wordt de Theaterencyclopedie een vindbaar en handzaam instrument voor iedereen die van theater houdt.

Beeld: Milo