Net als in haar vorige voorstelling Yerma (Het Nationale Theater, 2021), onderzoekt regisseur Eline Arbo in Witch hunt aan de hand van het verhaal van een kleine dorpsgemeenschap, hoe de overwegend door mannen gedomineerde maatschappij de huidige samenleving heeft bepaald. En net als in Yerma levert dat fascinerende, verstikkende en vooral duistere toneelscènes op. Witch hunt is omgeven van mysterie en kruipt ontegenzeggelijk onder je huid.

Witch hunt, gebaseerd op een tekst van Hannah van Wieringen, gaat over verloren kennis en weggestopte trauma’s. Esther, een jonge veldarcheoloog, bezoekt na jarenlange afwezigheid haar geboortedorp, waar haar moeder begraven ligt. Maar daarvoor is ze hier niet, zegt ze, of denkt ze, ze is terug om onderzoek te doen naar een massagraf, waarin een aantal vrouwen en een kind liggen begraven.

Maar al tijdens de overstap tussen twee streekbussen, in een schemerig buitengebied, wordt ze aangesproken door een mysterieuze figuur: Eleonora (Bien de Moor), een oude vrouw die een dode hond meezeult, en die haar nog zegt te kennen van vroeger. Vervolgens ontmoet ze dorpsgenoten in de kroeg en een oude vriendin: Destiny, inmiddels zwanger van de derde, zoals dat hoort bij oude vrienden die hun geboortedorp niet verlaten hebben.

Eigenlijk beginnen verleden en heden al meteen te vermengen, elkaar te verdrukken – dat gebeurt als je teruggaat naar waar je ooit gewoond hebt: je reist ook een verleden in. De grond draagt herinneringen, net zoals lichamen dat doen. En wie in die grond graaft, legt onherroepelijk trauma’s bloot, ook de eigen. Esther belandt in een vreemde twilight-zone tussen heden en verleden, en raakt via een Charon-achtig figuur (Igor Podsiadly) verstrikt in een vreemd en ongrijpbaar visioenenspel, dat zowel een eeuwenoud dorpstrauma als een persoonlijk trauma blootlegt.

Witch hunt begint spannend en prettig mysterieus, als toeschouwer word je meteen aan het werk gezet om te duiden wat we zien. Helaas is het contrast met het vrij hapklare middenstuk dat volgt groot: het verhaal van de kleine, laat-Middeleeuwse dorpsgemeenschap waarin mannen en vrouwen lijnrecht tegenover elkaar staan, wordt zwart-wit gepresenteerd, zonder grijswaarden. De mannen zijn stripfiguurachtige, godvrezende kneuzen, die macht en leiderschap nastreven en werktuiglijk bang zijn voor alles wat ze niet kennen. Aan de andere kant staan de vrouwen, die dicht bij de natuur staan en openstaan voor het onbekende, en heimelijk voor mannen verboden seances organiseren. Waar de tweespalt in deze gemeenschap op afstevent, laat zich raden.

Arbo wil het hebben over alle kennis die verloren is gegaan door eeuwenlange patriarchale onderdrukking en femicide, een wezenlijke thematiek die helaas in een te letterlijke anekdote is vervat. De personages blijven vehikels voor die thematiek en worden nauwelijks gelaagde personages. Esther is gedurende het lange middenstuk vooral toeschouwer, de ‘vreemdeling’, die soms mag helpen, maar zich niet ontwikkelt. Jammer, omdat Sarah Janneh haar personage behalve een nuchtere onbeholpenheid, ook een prachtige kwetsbaarheid meegeeft, in de manier waarop ze in de openingsscènes met distantie naar haar geboortedorp probeert te kijken, maar gaandeweg gegrepen wordt door de plek waar ze vandaan komt. Die sluimerende kwetsbaarheid zag ik nog niet eerder bij Janneh: heel mooi.

Er is over de linie weinig ruimte voor lichtheid in de voorstelling, waardoor Witch hunt gaandeweg een benauwende, en vooral erg eenkleurige zit wordt. De zwaarte wordt ook benadrukt door het duister uitgelichte toneelbeeld (Juul Dekker), met flikkerende lantaarnpalen die geworteld zitten in giftige grond. De choreografieën van Camilo Chapela zijn vooral mystiek en vervreemdend, en bieden daarin ook geen licht of ademruimte.

Ook het geluidsontwerp van Thijs van Vuure, bij vlagen zonder meer intens en meeslepend gebracht door drummer Nina de Jong en toetsenist Rosa Ronsdorf aan weerszijden van het voortoneel, onderstreept andermaal de spanning en de gewichtigheid. In alle zwaarte snak je naar een aardse speler als Janneh, die voor een onverwachte glimlach zorgt, of Rosa van Leeuwen die als Destiny/Lot meer het groteske opzoekt.

Arbo laat zien dat trauma’s wel kunnen worden weggestopt, diep onder de grond kunnen worden begraven, maar dat die grond daarmee onherroepelijk geïnfecteerd raakt: de dorpsbewoners in het heden dragen allemaal een eigen equivalent uit een ver verleden mee. Het ligt er weliswaar behoorlijk dik bovenop, maar Witch hunt biedt daarin zeker stof tot nadenken. De verhoudingen van nu, zijn eeuwen geleden ontkiemd, en een eerste stap is om die lijnen te zien, te erkennen. Het is tijd om de grond om te woelen.

Foto: Kurt van der Elst