Mijn eerste en tot dan toe enige bezoek aan inclusief theatergezelschap Babel, nu ruim drie jaar geleden, was een behoorlijk emotionerende ervaring. In de voorstelling Ik via de ander wist oprichter en artistiek leider Paul Röttger zijn spelers een dermate intiem contact op te laten bouwen met de toeschouwer dat ik er nog lang mee rondliep. Dat kwam nog niet eens zozeer door de totale eerlijkheid waarmee de spelers hun vaak schrijnende verhalen met me deelden, maar vooral ook door de vorm waarin Röttger de voorstelling had gegoten: elke bezoeker kreeg telkens een nieuwe speler naast zich op een bankje die zijn of haar levensverhaal deelde. Die directe een-op-een-confrontatie had een onuitwisbaar effect.

Voor zijn afscheidsvoorstelling bij het gezelschap heeft Röttger een vorm gekozen die daar bijna diametraal tegenover staat. Geen bankjes langs de wand, maar zitzakken, hangstoelen en ligbedden vullen de theaterzaal van het Babelpand in het centrum van Rotterdam. De muzikanten vullen de ruimte met een warm klankbad waaruit af en toe zacht tromgeroffel opborrelt. Het licht is gedempt, rode en gele lampen versterken de sprookjesachtige sfeer. Spelers bewegen vloeiend over de speelvloer.

Een voor een worden de bezoekers naar hun zitplaats geleid. Als iedereen zijn eigen comfortabele plek heeft gekregen spreekt Röttger ons toe. Een verhaal over het belang van dromen en over luchtkastelen die veel kamers hebben. Kamers die vol liefde zitten naast kamers die gevuld zijn met trauma’s. Hij vraagt ons de ogen te sluiten en een wijle stil te staan bij de vraag welke kamer we willen bezoeken. Laat de fantasie maar stromen.

Eigenlijk gaat het hier al mis met Over dromen en luchtkastelen. Alsof die luttele minuten genoeg zouden zijn om ‘je bewust te worden van wat je allemaal nog zou willen in je leven en met je leven, wie je ook bent’, zoals Röttger in een toelichting schrijft. Met zijn spelers heeft hij de afgelopen maanden diep gegraven in de aarde der verbeelding en het resultaat van al dat spitwerk wordt met ons gedeeld. Een eindeloze reeks dromen en droompjes, onvervulbare wensen of bizarre fantasieën trekt aan ons voorbij. Een cameraman filmt de spelers van dichtbij en rondom wordt telkens hun hoofd in veelvoud geprojecteerd.

Het zijn ontroerende en soms aangrijpende verhalen, maar wat Ik via de ander zo sterk maakte, het directe contact, ontbreekt hier. Terwijl wij comfortabel genieten van ons zitcomfort blijven de spelers, hoe dichtbij ze vanwege die projecties ook lijken, op afstand.

Gelukkig kunnen er een paar dromen gerealiseerd worden. De jongeman die zo graag zou willen vliegen als een zwaan krijgt een paar vleugels aangemeten en mag even door de ruimte zweven. En de circusartiest met epilepsie waagt een bloedstollende act tot in de nok van de theaterzaal. Maar die eerste keer seks overdoen, met de bijbehorende onhandigheid, dat zal altijd wel een droom blijven.

Foto: Lonne Wennekendonk