Vlak voordat Martijn Koning het podium oprent, schalt Fats Domino door de zaal met I’m ready and I’m willing. En dat is precies de gretigheid die van het gezicht afstraalt als Koning de microfoon pakt en aan zijn verbale sprint van anderhalf uur begint. Hij heeft een hoop in zijn kop en als er geen sluitingstijden zouden bestaan zou hij tot het ochtendgloren kunnen door filibusteren.

Gebroken hand, een Joegoslavische oorlogsmisdadiger die een flesje gif opdrinkt, bitcoingekte, voetbalvrouwen die net als de mannen bij een vrije trap hun hand voor het kruis houden, een meisje dat zich een krab voelt, gekken aan de macht, bloembakken tegen terreur, een mandje brood bij het eten, de kettingrukker en Yakult. Het zijn slechts een paar onderwerpen die Martijn Koning erdoorheen jast.

Als je gedachten even afdwalen naar de gladheid op de weg of – zoals het irritante stel op rij dertien – je tien minuten gaat appen en mail beantwoorden, inclusief extra mondeling commentaar, dan kun je probleemloos weer de voorstelling inglijden. Je hebt dan niets van de rode draad van het verhaal gemist, want Martijn Koning fladdert onbekommerd van de hak op de tak. En als hij de verwarring bij zijn moeder over de verschillen tussen een screenshot en een cumshot heeft behandeld is het pats boem afgelopen. Dag Meervaart, u was een fijn publiek en tot ziens.

Proberen stand-upcomedians na hun opleiding bij Comedytrain toch enige lijn aan te brengen als ze langer dan twintig minuten op het podium staan, aan Martijn Koning is dat niet besteed. Hij heeft geen regisseur, en die heeft ook niets te zoeken bij deze niet te stuiten spraakwaterval. Dit is wat hij kan. Hij is de comedy Luther: Hier sta ik, ik kan niet anders.

Behalve de ongekende snelheid zitten de voorstellingen van Koning barstensvol grappen. Het publiek heeft de tijd niet om zich te ergeren aan de zwakke grappen, want dan heb je alweer twee goede gemist. Hij is scherp, heeft originele invallen, wisselt persoonlijke en algemene observaties lekker af en reageert gevat op vrijwel alles wat er in de zaal gebeurt. Jammer dat hij die eikels op rij dertien niet in de gaten had.

Een enkele keer snijdt hij iets aan waar hij wel twee minuten mee aan de gang kan. Bij het beschrijven van een op leven en dood gevecht tussen twee lieveheersbeestjes – het symbool van geweldloosheid – en met het verhaal over zijn ongelukkige landing op de stang van zijn fiets lukt dat prima. Het uitweiden over wc-gewoontes begon langdradig te worden. Maar dat is dan ook een onderwerp dat in de schoonmoeder-categorie valt en daar moet een goede stand-upcomedian zijn neus voor ophalen.

Foto: Els Zweerink