De twee vrouwen verwelkomen hun publiek in wat het begin van een labyrint kan zijn. Mooie rode stof aan de buitenkant, lichtere kleuren binnen, zelfs violet licht schemert in het systeemplafond van de foyer van De Brakke Grond, waar de installatie Do You Want a Happy Ending van Kim Snauwaert en Jolien Naeyaert staat opgesteld. Steeds gaan er twee mensen de installatie in voor een sessie die wel een uur duurt.

De scherts van de titel Do You Want a Happy Ending spiegelt eigenlijk nauwelijks de subtiliteit van wat zich binnen de afscherming van doek afspeelt. Happy endings verwijzen niet alleen naar erotische massages, maar ook naar de dwangmatige neiging om in fictie een ‘eind goed al goed’ in te bouwen – iets dat zeker niet alleen Hollywoodscenaristen aangaat, maar in het algemeen een trek is van de verhalen die mensen elkaar vertellen.

Dit wordt in de narratologie met de term poetic justice aangeduid. De orde moet hersteld. Na de avonturen van de hoofdpersonages moeten de verhoudingen terug in het gareel. Dat kan een orgasme zijn, of een huwelijk, of het achter slot en grendel steken van de bad guys als die niet reeds aan hun einde zijn gekomen – in ieder geval triomfeert de norm en wordt het avontuur teruggeplaatst in de ‘juiste’ verhoudingen. Het herstellen van de orde is zo een doel op zich, en vergelijkbaar met wat seksuologen aanwijzen als de nadelen van een al te zeer op orgasme gericht seksueel verkeer.

Het is vroeg nog, op de dag van de opening van het festival Beyond the Black Box, als ik mij meld en na een vlotte kennismaking discreet gevraagd wordt om mij van alles behalve mijn ondergoed te ontdoen. Ik had mij niet gerealiseerd dat het om een massage ging, maar het lijkt ideaal op deze morgen. Mijn lijf is vermoeid van het zzp-bestaan, de vele deadlines en de onzekere toekomst van het kunstbedrijf waaraan ik deel heb.

‘Er ontbreekt iets’, zegt Snauwaert in het introductiefilmpje dat De Brakke Grond verspreidde via de webiste en ik kon het met haar eens zijn. Die avond zal het festival openen en zullen er veel vermoeide gezichten zijn, van mensen die juist hun vierjarenaanvragen hebben ingediend bij de diverse fondsen, waar niet alleen hun eigen werk, maar ook dat van vele anderen van afhangt.

Wat blijft er over van een kunstscene als die alleen nog maar van deadline naar deadline rent en boxen aftikt? Maar wat als je die geldstroom laat gaan, wie organiseert er dan nog iets dat niet uitsluitend op happy endings is gericht en iets meer onder de oppervlakte van ons bestaan graaft en zoekt? Voorbij de geslaagde marketingcampagne en volgeboekte zalen met feelgood-eind-goed-al-goed-happy-endings kunst?

Terwijl ik onder een dekentje lig op een massagetafel, wordt er om ons heen nog hard gebouwd aan de opstelling van het festival. Uit- en invouwende ladders maken een scherp en krakend metalen geluid, boren en hamers klinken, telefoons gaan af bij de receptie, er is gesleep met materialen, er is een medewerker die zich voor een wat gevoelig telefoongesprek terugtrekt en zich niet realiseert dat zij dat naast het doek van de installatie doet, en er is een andere medewerker die bij de zoveelste geluidsuitbarsting een welgemeend ‘ssst’ laat klinken. Het vormt een prachtig geluidsdecor dat weinig van doen heeft met de klinische ruimte waar de meeste wellness plaatsvindt.

Terwijl ik door de uitstekende massage langzaam in mijn lichaam wegzak – in een niets dat haast utopisch aandoet, iets dat mij van iedere verplichting ontslaat – wordt er via een geluidsboxje in de jaszak van een van de masseurs, langzaam wat extra geluid toegevoegd aan de situatie. Het knarsende geluid relativeert het omgevingsgeluid en brengt de aandacht dichterbij, naar de bubbel van het eigen lichaam en de handen van de masseur. De geluiden van de omgeving die onverstoorbaar doorwerkt en bouwt, worden als een zee die blijft ruisen en bulderend komt aanzetten, maar ook weer wegrolt en naar de achtergrond verdwijnt.

Dat is ook het moment dat de stemmen van Naeyaert en Snauwaert via datzelfde boxje met elkaar in gesprek gaan. Terwijl zij zelf gestadig doorkneden in de lichamen van de twee bezoekers – zodanig stil dat ik op een later moment het niet kan laten even te kijken of het buurkoppel niet misschien al klaar is en verdwenen – gaan hun stemmen een gesprek aan over de wereld waarin wij leven, en meer in het bijzonder over het gedrag van mannen die niet doorhebben hoeveel ruimte zij innemen.

Het is een typisch gesprek tussen collega’s en vriendinnen. Persoonlijke observaties worden afgewisseld met intellectuele reflectie. Het gaat over een net iets andere vermoeidheid dan die van de cultuurwerker, maar het feministische vragen is natuurlijk de verhoudingen in de theaterwereld totaal niet vreemd. De vermoeidheid en het eindeloze geven, korte metten willen maken met het stereotype gedrag van anderen en je steeds moeten verantwoorden wanneer je protesteert tegen al te gemakkelijke oordelen en onbehouwen gedrag, is typerend voor heel veel werkomgevingen en van toepassing op heel veel ‘minderheden’.

Dat mannen je vertellen wat je moet doen en dat de wereld nu eenmaal zo in elkaar zit – ik luister mee naar het gesprek over de ene na de andere schertsvertoning en laat mij ondertussen rustig onderdompelen in wat de massage van mijn hoofd, mijn nek, mijn schouders en bovenarmen teweegbrengt: afstand, ontspanning, een weldadige ontprikkeling die haaks staat op de door de vrouwen te berde gebrachte observaties.

Zoals de omgevingsgeluiden een zekere intimiteit in het labyrint van doeken veroorzaken, zo veroorzaakt de discussie, die zich ontvouwt in fragmenten met lange pauzes daartussen, ook een mentale intimiteit. Je luistert mee, je volgt helder geformuleerde gedachten, merkt de eigen gedachten die opkomen op, maar de massage dwingt ook het allemaal te laten voor wat het is.

Daar half ontkleed te liggen heeft misschien iets kwetsbaars, maar je voelt de zorgzaamheid van de kunstenaars, vertrouwt hen en in dat vertrouwen groeit ook de realisatie dat de kwetsbaarheid en de afstand een kracht kunnen zijn. Het is precies die situatie, van de handen die je toelaat – uiteindelijk wordt het hele lichaam gemasseerd – en het lichaam dat ontspant, die mooi contrasteert met de situaties die door Snauwaert en Naeyaert worden omschreven en bol staan van de onderhuidse spanning en patstellingen.

Langzaam gaat dan het gesprek van patriarchale structuren over naar hoe vrouwen zelf daaraan bijdragen, hoe de overheid een rol speelt en de verzorgingsstaat faalt, en wat die eigen verantwoordelijkheid nu eigenlijk is. Zelfreflectie over hoe om te gaan met de boosheid over mansplaining – die niet alleen van volwassen collega’s komt, maar ook van jongens van acht – wordt langzaam een vraag over welke rol je zou kunnen spelen in het wokedebat, waar witte vrouwen niet zelden dezelfde verwijten krijgen van blindheid en gemakzucht als die zij mannen voor de voeten werpen.

Het parcours van gedachten zit fijnzinnig in elkaar en zet de aanvankelijke feministische logica mooi op zijn kop, zonder tot een al te gemakkelijk ‘eind goed al goed’ of happy ending te komen. Naeyaert en Snauwaert organiseren een vorm van intimiteit die uiterst privé is, maar zich juist in de marge van het publieke domein voltrekt, nog net niet op straat plaatsvindt. Zo nu en dan moet ik denken aan het perspectief van een zwerver, die vanuit zijn liggende en precaire positie de wereld met afstand bekijkt.

Het liggen van de bezoeker in Do You Want a Happy Ending is eindeloos veel comfortabeler dan dat van een dakloze, maar toch word je even dat hoegenaamd niet functionele lichaam geboden, midden in de wereld, niet veilig opgeborgen in een privébed of wellnesssalon. Opmerkelijk is ook dat een situatie waarin je niet gezien en gehoord wordt, maar wel wordt aangeraakt, een situatie waarin je je mag terugtrekken temidden van de luide veelheid van alledaagse werkzaamheden, zo weldadig is.

Je zou ieder station en iedere luchthaven naast een piano ook zo’n massagesalon toewensen. Wat zou er gebeuren met het personeel op kantoorvloeren en pakhuizen als zo nu en dan een van hen zich temidden van de werkdruk en de productiedwang zou mogen overgeven aan een massage? Hoe zou de werkplek veranderen door die ontregelende ontspanning? Zouden mensen dan ook discussies en conflicten anders aangaan, meer zichzelf voelen en daardoor ook de ander iets beter kunnen aanvoelen?

De toevoeging van de luisterdiscussie aan de massagesessie is essentieel in Do You Want a Happy Ending. Dat jij hem zelf niet hoeft te voeren, maar dat je meeluistert en over de schouders van een ander meekijkt en dat perspectief in alle ontspannenheid in je kunt opnemen – voorzover je lijf dat toestaat, voor zover je het opbrengt – biedt een ongekend perspectief. Het ontspannen lijf zweeft op de rand van een heerlijk niets en de veelheid van dringende vragen en bedreigende kwesties. Het biedt gevoelsmatig en intellectueel allerlei uitdagingen. Do You Want a Happy Ending mag dan op die manier nog steeds een oefening blijven, het gaat niet meer over presteren, maar om via je lichaam, dat zo prominent wordt gemaakt door de massage, anders te luisteren.

Foto: Alex Heuvink