‘Mijn toneelleraar vertelde dat als je wilt uitdrukken dat je wacht, dan moet je niet gaan doen wat iedereen denkt dat je doet als je wacht: dus op je horloge kijken, zuchten. Je moet juist iets doen dat niets met wachten te maken heeft, en toch wacht je’. Dit zegt regisseur en speler Jan Joris Lamers in de nieuwste voorstelling van Maatschappij Discordia, Denk schrijf spreek.

Lamers gaat nog een stap verder: ‘Eigenlijk is acteren werken met een dubbele spiegel: het publiek kijkt naar jou en jij kijkt via het publiek naar jezelf.’ In een andere scène laat Lamers zien hoe je naar een tafel loopt, niet in een rechte lijn maar eerst richt je je op de plek ver naast de tafel, en dan draai je in één keer rechtstreeks naar de tafel. Dan is het effect het grootst. Voorstellingen van Discordia spelen zich altijd af op het metaniveau van acteren: al repeterend en reflecterend scheppen de acteurs de uitvoering. Deze editie Denk schrijf spreek is een van de meest poëtische en mooiste die ik zag. Er komt, na ampele overwegingen zelfs een nieuwe titel aan de orde: Eigentijdse notities. Dus we kijken naar een stuk met een oude titel die gaat onder een nieuwe naam. Theater is veranderlijk, en ongrijpbaar. Dat is de strekking.

Met vaste acteurs Annette Kouwenhoven en Matthias de Koning zou de voorstelling vooral over de schrijver Nabokov gaan, zijn vrouw Vera Slonim en hun zoon Dmitri, maar uiteindelijk is van deze opzet weinig terug te vinden. We zijn als toeschouwers dan ook aanwezig bij een soort van openbare repetitie, waarin alles ter plekke onderling besproken wordt, gewogen, er kan veranderd worden en opnieuw begonnen.

Zoals altijd ligt op de vloer een plankier, rechts daarvan staan in een hoek wat koffers, zinken emmers, enkele bakstenen. Helemaal rechts, tegen de wand van de theaterzaal, hangen twee grote vellen papier waarop de cues staan genoteerd, min of meer in de volgorde die het spel neemt, zoals ‘modernisme’, ‘de val’, ‘laten zien wat je denkt’, ‘de acteur situeert zichzelf op afstand van het personage dat je speelt maar niet bent’, ‘transformatiezone’, ‘zichtlijnen’ en ‘de tijd als patronen in het vloerkleed’.  In een ritmische afwisseling komt het drietal op, speelt, gaat af en herneemt de scène, vaak met kleine maar zeer doordachte variaties.

Annette Kouwenhoven zorgt voor vrolijkheid door exact en met beeldend vermogen te beschrijven hoe een granaatappel eruitziet en waarom het zo moeilijk is die in een winkel te ontdekken: onopvallend, paars-zwart van kleur. Maar dan snij je hem open: ‘Er vliegen papegaaien van kleuren uit.’ Dit verhaal gaat niet alleen over de granaatappel, maar over het toneelspel als transformatie. Daarom heet het langgerekte plankier ook ‘transformatiezone’: stap je van buitenaf op de toneelplanken dan bevind je je in de wereld van het toneelspel, en daar gelden andere wetten, bijvoorbeeld die van het effect.

Tot grote inspiratiebronnen van het nieuwe theater van de late negentiende eeuw gelden theoretici en scenografen Edward Gordon Craig en Adolphe Appia. Ontroerend is het verhaal over de Hamlet die Craig in 1912 op zijn manier vormgaf, met beweeglijke en met de acteurs meebewegende decors, dun als zijde, ver weg van elk naturalisme. Maar kort voor de première brandde alles af. De leden van Discordia maakten hetzelfde mee: hun pakhuis in Noord-Holland, dat ze deelden met ’t Barre Land, brandde eveneens af.

En dan volgt een van de mooiste scènes. De Koning en Lamers roepen in woord en gestiek de afgebrande opslag op, ze wijzen op de stapels Thonet-stoelen, de tapijten, de tafels, alle decorstukken die daar werden bewaard en waarlangs je via paden kon lopen, het was ‘als een dorp, een kleine stad’, zoals Lamers zegt. Moeiteloos zie je de opslag voor je. ‘Het ligt nu allemaal achter je’, formuleert De Koning. ‘Het was eens van jou maar nu is het niet meer van jou.’ En Lamers zegt, hardop denkend in een subtiele balans van verlies en berusting: ‘Nu het kwijt is, bestaat het niet meer.’

In de scène ‘de val’ komen alle lijnen samen: Lamers vertelt dat hij eens ruggelings achterover viel op een berghelling, De Koning memoreert een val van vier meter hoogte vanaf een ladder waarop hij bezig was elektrische snoeren met elkaar te verbinden, maar hij maakte een vergissing en tsják, daar was kortsluiting en van de schrik viel hij vier meter pal omlaag. Ook Nabokov viel eens en niemand die zag dat hij was gevallen, ondanks dat hij zwaaide met zijn vlindernet; Nabokov was vermaard vlinderdeskundige.

Kouwenhoven verhaalt deze gebeurtenis en geleidelijk verandert het vallen als ongeluk in een theatrale verhandeling over het acteren als een valpartij, over voorover- en achterover vallen. Val je voorover dan zie je de aarde op je afkomen, val je achterover dan zie je dat de hemel zich razendsnel van je verwijdert.

Ondertussen, als een mantra, probeert Kouwenhoven een heel ingewikkelde zin over het toneelspel uit het hoofd te leren, die gaat ongeveer zo: ‘Een toneelvoorstelling is pas geslaagd als degene voor wie je die maakt de afspraken die de voorstelling vereist aanvaardt en waardeert, al speel je uiteindelijk voor jezelf.’ Maar dan veel ingewikkelder, want als je voor jezelf speelt dan kijk je dus als speler naar jezelf, en dan zijn we weer aanbeland bij de spiegel en de dubbele spiegel. Die ogenschijnlijk losse, associatieve manier van vertellen en spelen maakt Denk schrijf spreek tot een intieme, poëtische en reflecterende vertelling over het acteren, en dat is prachtig.

Foto: Sofie Knijff