Op uitbundige en fysieke wijze (voornamelijk) zwarte jongeren kennis laten maken met hun historische, culturele en spirituele roots – dat is uitgangspunt van Untold. Doel: talentontwikkeling te ondersteunen die gestoeld is op de West-Afrikaanse maatstaf van succes. Daarbij draait het voor een groot deel om spiritueel welzijn. Theatermaker kijkt mee

fotografie Anna van Kooij

Op de balletvloer van de grote zaal van Podium Mozaïek, Amsterdam-West, repeteert een groep van negen jonge dansers (Jeffroy Bruce, Mwana Ellis, Vanessa Felter, Hendriette van Gom, Mitchell Hamel, Nerissa Macnac, Alvaro Oosterwolde, Daphne Scheerlink en Coeshi Vanderpuye) en vijf percussionisten (Jamal Bijnoe, Orlando Ceder, Ulrich Entingh, Boni O Bryan en Revelino Pinas) voor de laatste maal de choreografie van hun voorstelling KONFO. Konfo is een ander woord voor winti in het Sranantongo – de lingua franca van Suriname. Door middel van beweging, zang en taal geven de jongeren van Untold Empowerment in deze voorstelling een beeldende weergave van de rol die Winti en spiritualiteit kunnen spelen in het leven van (jonge) Afro-Nederlanders.

Dit jaar was actrice Romana Vrede een van de zomergasten in het gelijknamige interviewprogramma van de VPRO. Zij opende haar avondvullende gesprek met interviewer Janine Abbring met beelden van een winti prey door de Surinaamse organisatie NAKS (Na Arbeid Komt Sport) uit de documentaire Ritme van Overzee uit 1973. Het fragment maakt de kijker getuige van een dynamisch samenspel van rituele dans en zang, waarbij verschillende deelnemers van NAKS in trance raken en daarbij in aanraking komen met de Surinaamse winti; bovennatuurlijke krachten verbonden aan aardse elementen.

Na het bekijken van het fragment vraagt Abbring aan Vrede, die in Suriname is geboren, of dit voor haar iets uit haar jeugd is. ‘Nee’, antwoordt Vrede. ‘Maar wanneer ik het zie of wanneer ik het hoor, herken ik het – ik herken iets wat ouder is dan ik. Soms kan je herinneringen hebben die ouder zijn dan je zelf bent. Als ik deze muziek hoor, voel ik van binnen iets van… Dit ben ik.’

De herkenning die Vrede beschrijft bij het zien van de rituele winti prey vertoont een belangrijke parallel met wat de Amsterdamse organisatie Untold Empowerment – kortweg Untold – in haar activiteiten teweeg probeert te brengen bij de Afro-Nederlandse jeugd, jongeren en volwassenen waarmee zij werkt. Met het organiseren van een waaier aan (educatieve) workshops, theater- en dansvoorstellingen en culturele evenementen binnen en buiten de Afro-Nederlandse gemeenschap zoekt Untold naar manieren om het culturele en spirituele verleden van jonge mensen van Surinaamse en andere Afro-Nederlandse afkomst te verbinden aan hun dagelijks leven in het hier en nu. (Voornamelijk) zwarte jongeren maken bij Untold op uitbundige en fysieke wijze kennis met hun historische, culturele en spirituele roots en vinden (h)erkenning en mogelijkheden om hun talenten te ontwikkelen. ‘Wij vinden het belangrijk dat jongeren binnen de Nederlandse samenleving weten waar ze vandaan komen en waar ze naar toe gaan’, stelt de organisatie. ‘Met andere woorden: weten waar ze voor staan en weten wie zij zijn.’

Om te ontdekken hoe Untold Empowerment als organisatie functioneert op het snijvlak van podiumkunst, talentontwikkeling en historische, culturele en spirituele educatie mocht ik voor het Theaterjaarboek te gast zijn bij drie repetities van de voorstelling KONFO in mei en bij de première van de voorstelling op de opening van Black History Month op 1 juni. Ook bezocht ik de voorstelling Hip Hop Evolution Showcase in het OBA Theater, de performance Winti meets Orichas op het Keti Koti-festival in het Afrika Museum, en sprak ik met artistiek leider Otmar Watson en choreografe Desta Deekman over hun werk bij Untold en over hun persoonlijke drijfveren.

Jong en oud, bewogen door black history

‘Dus bij een italiaantje doe je wel gewoon alles, maar dan snel’, zegt Deekman vanaf haar plaats bij de techniek in Podium Mozaïek. In repetitiekloffie bewegen dansers en percussionisten zich over de vloer om voor de laatste keer hun posities te bepalen, een aantal specifieke momenten te repeteren én nieuwe elementen hun juiste plaats te geven. Deekman blijft KONFO verder ontwikkelen, zelfs tot een paar uur voor de première. ‘Bij deze dans moeten jullie nog een stukje naar achter. Kunnen we dat even doen, zodat we het niet vergeten?’ De jongeren werken geconcentreerd, maar niet altijd even secuur, waardoor Deekman hen af en toe erop wijst dat het nu wel erg broeja wordt: druk en warrig, en zeker niet zo gestroomlijnd als zou moeten. ‘Kunnen we die overgang nog één keer doen?’ Na een lange maar productieve generale repetitie staan alle neuzen dezelfde kant op. Alle rekwisieten (rituele objecten als een fles jenever of een kalebas gevuld met pimba) liggen op de juiste plek; de kostuums (wit met voor de dames rode angisa’s, voor de heren rode broeken) hangen ready to wear in de kleine kleedkamertjes onder het toneel. Boven verzamelt zich langzaam het eerste publiek – het is bijna tijd om werkelijk in KONFO te duiken.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Onder begeleiding van choreografe en docente Desta Deekman, muzikaal leider Orlando Ceder, choreograaf West-Afrikaanse dans Serge Koffi en onder toeziend oog van artistiek leider Otmar Watson werd KONFO ontwikkeld als vervolg op een eerdere voorstelling van Untold, OBIA. In OBIA, een term die wijst op de spirituele en geneeskrachtige kwaliteit van de ziel, werd op concrete wijze handen en voeten gegeven aan Winti als natuurreligie waarin verbinding wordt gelegd met de (bovennatuurlijke) kracht van het verleden; in KONFO wordt hier in een artistiek abstracter jasje op voortgebouwd; Deekman maakte van KONFO – samen met haar dansers – een levendige ontdekkingsreis in dans en zang door Afro-Surinaamse spiritualiteit en ritueel erfgoed.

De dansers en percussionisten van Untold Empowerment spelen de voorstelling op de eerste avond van juni op de opening van de eerste officiële Nederlandse Black History Month, geïnitieerd door Otmar Watson. Black History Month is een happening die in de Verenigde Staten voor het eerst onder deze naam werd georganiseerd in 1970, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk in 1987 en Canada in 1995. In Nederland werd door het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfgoed (NiNsee) in oktober 2016 de Black Achievement Month georganiseerd; Watson werd daarvoor destijds gevraagd als programmeur en coördinator programmering. Tijdens Black Achievement Month ligt de focus op het geven van een podium aan zwart talent, en het voor het voetlicht brengen van zwarte rolmodellen uit de geschiedenis en in het heden. Nu, tijdens de eerste officiële Nederlandse Black History Month, organiseert en programmeert Watson zelf een veelvoud aan activiteiten rondom het thema van de zwarte geschiedenis en het slavernijverleden, binnen en buiten de Nederlandse context.

KONFO vormt de hoofdact van de openingsavond in Podium Mozaïek; voorafgaand is een uitgebreid voorprogramma samengesteld. Orlando Ceder en Jamal Bijnoe van de a capella zanggroep Black Harmony (tevens percussionisten en zangers in KONFO) zingen twee traditionele Surinaamse liederen. NiNsee-directeur Urwin Vyent spreekt over het belang van het kennisnemen van black history en verbinding met de Afrikaanse voorouders voor de jongere generaties, en Ashaki Leito (Miss Black Hair Nederland) houdt een vlammend betoog over jezelf durven te laten zien zoals je bent, en de spirituele kracht van black hair.

Tot slot maken twee spoken word acts van Swendeline Ersilia en Sydney Lowell indruk door het onverbloemd poëtische activisme dat daarin naar voren komt; twee sterke jonge vrouwen die zich niet neerleggen bij het idee van white privilege en een belemmerende status quo. Ersilia spreekt:

Mother i am a bird they say

mother i am a bird with black wings they say

and they spit my blackness back into my mouth

creating this type of anger i was never planning to be about


that type of anger that was promoted on tv

that type of anger that was black woman and was supposed to be me 

that type of anger that has never set me or any other black girl free

Gedurende de speeches en acts klinkt regelmatig een aanmoedigende kreet of geknip van vingers uit het publiek, als teken van instemming en appreciatie. Telkens komen aspecten van de (Afro-)Surinaamse cultuur naar voren die verband houden met spiritualiteit, zoals verering van de voorouders, kennis en beoefening van Winti en het onlosmakelijke verband tussen het verleden en het heden. Het zijn elementen die allen op een eigen manier een plek vinden binnen de activiteiten van de organisatie Untold Empowerment, en die in KONFO een specifieke artistieke uitingsvorm krijgen.

KONFO en de taal van de ziel

Enkele weken voor de opening van Black History Month druppelt op een maandagavond in mei een groepje jongeren binnen in een van de studio’s van het Bijlmer Parktheater te Amsterdam, met uitzicht op het Nelson Mandelapark. Sommigen van hen dragen al een sportieve outfit, anderen kleden zich nog snel even om. Een enkele dame – onder wie choreografe Deekman – draagt een angisa, een traditionele Surinaamse hoofddoek.

De meeste jongeren die zich in de studio opwarmen voor de repetitie (drie mannen en zes vrouwen van in de twintig) dansen al meerdere jaren bij Untold, zoals Daphne Scheerlink (tevens choreografe en docente dans) en Jeffroy Bruce, die al zeven jaar bij de organisatie is aangesloten. Sommigen van de dansers volgen MBO- of HBO-opleidingen in een theater- of dansrichting, anderen zijn door artistiek leider Otmar Watson ‘in het wild’ gescout.

Vandaag repeteren zij aan KONFO, waarin componenten van West-Afrikaanse dans zijn gecombineerd met rituele zang- en bewegingselementen uit de Surinaamse Winti-religie; en waarin het idee dat iedere jongere een bepaalde (geestelijke en lichamelijke) transformatie doormaakt op de weg naar volwassenheid een rol speelt.

De sfeer in de studio onder de jongeren is relaxed maar gefocust. Er moeten nog delen van de voorstellingen in elkaar worden gezet, en wat al bekend is moet herhaald. De percussionisten, aangestuurd door muzikaal leider Orlando Ceder, bepalen de maat. Choreografe Deekman moedigt haar dansers aan om hun energie te verhogen en zich in te leven in wat ze staan te doen. ‘Het is niet een pasje, het is een trance!’ roept ze over de percussie heen.

De ritmische, aardse en opzwepende bewegingen van de dansers die blootvoets over de houten repetitievloer bewegen, wakkeren bij mij een gevoel van vreugde en verbondenheid aan terwijl ik, zittend aan de zijlijn, zachtjes met mijn voeten meebeweeg. Tegelijkertijd voel ik ook een zekere afstand. Ik vraag me af wat de bewegingen en gebaren die ik hier zie, de liederen die in het Sranantongo worden gezongen, betekenen. Ik besluit me te verdiepen in de Winti-religie, en spreek met Desta Deekman over haar gedachten bij de voorstelling.

Ik leer, onder andere dankzij de boeken van Winti-specialist Henri J.M. Stephens (een aanrader als je meer van deze religieuze traditie wilt weten), dat de ontwikkeling en het praktiseren van Winti als religie sterk verband houdt met de geschiedenis van de trans-Atlantische slavernij. Tot slaaf gemaakten die vanuit West-Afrika naar Suriname werden overgebracht, namen de winti (natuurgeesten) en daaraan verbonden religieuze en rituele praktijken met hen mee de oceaan over.

Winti werd door de koloniale overheid in Suriname al gauw gemarkeerd als religie die, hoewel toegestaan, niet in het openbaar beleden mocht worden. De spirituele praktijk die de tot slaaf gemaakten hadden ontwikkeld, week door haar focus op de natuurelementen, geneeskundige praktijken en trance-rituelen sterk af van de witte, christelijke norm en werd als afgoderij gezien. Na de afschaffing van de slavernij werd de religie in 1874 zelfs officieel bij de Surinaamse wet verboden, al werd het wel gepraktiseerd, vaak in het geheim. Pas in 1971 zou het verbod uit het wetboek worden geschrapt.

In haar omgeving ziet choreografe Desta Deekman dat mensen er tegenwoordig meer voor uitkomen dat zij bezig zijn met Winti, en ze ziet ook dat jongeren er interesse in tonen. Ze legt in het gesprek dat wij voeren een verband tussen de groeiende openheid van deze jongeren om zich te engageren met Surinaams cultureel erfgoed en religieuze praktijken, en de opkomst van de zwarte bewustzijnsbeweging – waardoor de oorsprong van zwarte cultuur en veelsoortige gebruiken een steeds zichtbaarder plaats krijgen in de Nederlandse samenleving. ‘Mensen beseffen dat ze Afro-Surinamers zijn’, zegt Deekman, ‘en voelen dat hun oorsprong eigenlijk in Afrika ligt. Ze gaan steeds meer op zoek naar hun eigen identiteit. En als je dan ook het onderdeel spiritualiteit meeneemt, ontkom je er niet aan dat Winti aan bod komt.’

Zowel artistiek leider Otmar Watson als Deekman heeft daarbij het gevoel dat engagement met je eigen wortels en cultuur voor Afro-Nederlandse jongeren een grote meerwaarde heeft. Deekman stelt over haar werk bij Untold: ‘Ik zie dat jongeren opnieuw hun houvast vinden. Er zijn veel uitdagingen in deze maatschappij en ik denk eigenlijk dat wij in zekere zin “teruggaan”. We hanteren hier Europese maatstaven van succes: je moet dingen behalen, je moet een huis, een auto – noem maar op. Maar als je teruggaat naar de oorsprong, naar de West-Afrikaanse maatstaf van succes, dan draait het juist om spiritueel welzijn. Ik denk dat wij daarnaartoe terugkeren om onze eigen definitie van succes te formuleren, en niet zomaar meer aannemen wat ons is aangeleerd.’

KONFO, stelt Deekman, laat in een abstracte vorm aspecten zien van de rol die spiritualiteit speelt op de weg naar volwassenwording. De jongeren worden gedurende de repetities ook actief uitgenodigd om mee te denken over de choreografie, de betekenis van de voorstelling en hun eigen aandeel daarin. Een sprekend voorbeeld van de rituele, spirituele ontwikkeling van een jonge Afro-Nederlandse vrouw is de scène waarin danseres Coeshi Vanderpuye een heftige, uitputtende dans blijft uitvoeren terwijl de dansers om haar heen al tot stilstand zijn gekomen en zich langzaam terugtrekken. Vanderpuye is in de voorstelling de enige vrouwelijke danser die geen rode angisa om haar hoofd gebonden heeft. Als zij na haar dans zwaar ademend tot rust komt, zingt één van de percussionisten een lied. Vanderpuye bindt langzaam haar angisa, die zij al die tijd om haar heupen had gewikkeld, om haar hoofd. Choreografe Deekman legt uit dat het lied (in het Sranantongo) gaat over een grootmoeder die spreekt tot haar kleindochter. De grootmoeder zingt dat als haar kleindochter moe is, en niet meer in staat is om zelf te spreken, haar hoofddoek – die op vele verschillende manieren om het hoofd kan worden gebonden, iedere wijze met een eigen betekenis – dan voor haar zal spreken. Het is een van de vele symbolische momenten in de voorstelling die specifieke culturele, spirituele gebruiken of voorwerpen verbindt met de dansende jongeren en hun persoonlijke ontwikkeling in de wereld.

Later in de voorstelling zegt danseres Vanessa Felter: ‘Ik spreek het woord, maar ik bedoel de taal van de ziel’. De andere dansers bewegen zich in een kring om haar heen. Felter vervolgt: ‘Transformatie. Herhaling. Overgave.’ Het is een van de weinige Nederlandse teksten in KONFO – maar meer heb je, zelfs als je het Sranantongo niet machtig bent, ook niet nodig om te zien hoe verschillende herhaalde, intense bewegingsfrases de dansers niet alleen tot uitputting, maar ook tot een soort gezamenlijke extase lijken te drijven. ‘In herhaling vind je diepte’, zegt Deekman. Herhaling is bovendien de grondslag van een groot deel van alle religieuze rituelen. Of het nu gaat om contact leggen met Afrikaanse voorouders, of om het lichaam van Christus tot je nemen door middel van een hostie, de herhaalbaarheid van het ritueel bestendigt de betekenis en biedt de religieuze beoefenaar houvast, troost en hoop.

Zo zijn er vele elementen in KONFO – het gebruik van de kalebas, het drinken van jenever en het beschilderen van het lichaam met pimba (een soort witte klei) – die vele eeuwen teruggaan in de tijd, maar ook vandaag de dag nog voor een grote groep mensen betekenis hebben. Untold Empowerment verbindt deze oude betekenis met een nieuwe generatie jongeren en laat zo het verleden in het heden doorklinken.

Een wisselwerking tussen modern en traditioneel

Tijdens de opening van Black History Month in Podium Mozaïek kijkt het publiek ademloos toe naar hoe de dansers zich vol overgave storten op deze voorstelling als spiritueel traject, gegoten in een aansprekende artistieke vorm. Voorstellingen als deze zijn de kers op de taart van wat Untold Empowerment brengt met haar activiteiten.

Het idee van Untold Empowerment als organisatie die professionele theater- en dansvoorstellingen maakt, ontstond tijdens Black History Month van 2002 in Londen, waar Otmar Watson samen met twee dansgroepen en zijn eigen percussiegroep Eternity Percussion te gast was om op te treden. ‘Twaalf jaar geleden zagen wij in Londen de voorstelling Umoja, een voorstelling over de geschiedenis van Zuid-Afrika’, vertelt Watson daarover in een interview op Radio Brasa in 2015. ‘We vonden dat fantastisch, waren zelf met een groep artiesten – Surinaamse en Antilliaanse dansers en muzikanten – en toen had ik zoiets van: dat kunnen wij ook. Wij kunnen ook theatervoorstellingen maken over de geschiedenis van Suriname en Curaçao. Toen zijn we begonnen met voorstellingen maken waarin wij zelf de rode draad zijn, niet-Westers georiënteerde theatervoorstellingen. Want die vond je gewoon niet hier in Nederland, of zeer weinig.’

Watson begon zijn carrière met jongerenwerk bij de Bijlmerse organisatie Swazoom – waarmee hij nog altijd contacten onderhoudt – maar ontdekte al gauw dat het makkelijker was jongeren te bereiken als je dingen aanbood die hen interesseerden. ‘Als je bijvoorbeeld een black history workshop geeft, of coaching, dan werkt dat meestal niet’, geeft hij aan, behalve als zij daar zelf naar vragen.’

‘Als je snel met jongeren in aanraking wil komen, moet je muziek, theater en dans aanbieden. ’

Dat ‘middel’ wordt door Untold vervolgens ingezet om bredere doelen te bereiken, zoals kinderen en jongeren kennis laten maken met elementen van black history en (West-)Afrikaanse en Surinaamse culturele en spirituele tradities. De organisatie gaat samenwerkingen aan met grote partijen zoals het NiNsee, de OBA en de Gemeente Amsterdam om voorstellingen, workshops en evenementen te organiseren die bijdragen aan de culturele ontwikkeling van Afro-Nederlandse kinderen en jongeren. Ook werken ze samen met belangrijke culturele namen als rapper Gikkels (Gideon Everduim) en theatermakers Dorothy Blokland en Yahmani Blackman (Wij gaan het hebben over haar). Met Gikkels en Blokland ontwikkelde Untold onlangs de Hip Hop Evolution Showcase, een voorstelling voor jongeren (met ook een versie voor kinderen van 6+) waarin door middel van dans, zang en spoken word de roots van de hiphop teruggeleid worden tot de Afrikaanse dans en de zwarte emancipatiebeweging in Amerika in de jaren ’60. Op een speelse manier creëert Untold zo in haar activiteiten en voorstellingen een wisselwerking tussen traditionele vormen van muziek en dans en moderne stromingen die een directe aansluiting vinden bij de jeugd van vandaag.