Amsterdam heeft een opstandig imago. Maar toch heeft de overwegend linkse stad bijna lijdzaam toegekeken hoe het grootkapitaal de bouwmarkt in handen heeft gekregen, waardoor het hart van de volkshuisvesting, betaalbare huurwoningen, beklemd is geraakt. Orkater-pijlers Geert Lageveen en Leopold Witte hopen met Café 749 die revolutionaire spirit weer tot leven te brengen, geïnspireerd door de socialistische vooroorlogse wethouder De Miranda.

Aan het slot van Café 749 wordt met grote Amsterdamse vlaggen gezwaaid, alsof we naar Les Misérables zitten te kijken. Het krachtige slotlied, met opzwepende rockmuziek van toetsenist Jip van den Dool en gitarist Dafne Holtland heeft alle Amsterdammers, zowel de kroeggasten op het podium als de bezoekers van deze muziektheatervoorstelling bij elkaar gebracht. Of het genoeg is om durfinvesteerders als Blackstone (hier Blackwall genoemd) een toontje lager te laten zingen is natuurlijk de vraag, maar een sterk muzikaal verhaal over solidariteit kan Amsterdam, dat binnenkort zijn 750ste verjaardag viert, goed gebruiken.

Kroegbaas Ben de Mens (Lageveen), die onzeker is of er voor zijn kroeg nog wel plek zal zijn in de nieuw te bouwen woonwijk, heeft achter de tap een groot portret hangen van Salomon (Monne) de Miranda, die verantwoordelijk was voor de bouw van een groot aantal betaalbare woningen. Hij was ook de man achter de Centrale Markthal (vers voedsel voor de Amsterdammers), waar deze voorstelling plaatsvindt, en de aanleg van het Amsterdamse Bos, een imposant werkgelegenheidsproject in de crisisjaren. Maar terwijl collega wethouder Wibaut geëerd is met een mooi standbeeld en een belangrijke straat in de stad, moet De Miranda het doen met een zwembad. Volgens de makers van Café 749 is hij ‘de grootste vergeten Amsterdammer.’

Het Bosplan, dat heel inventief en duurzaam door decorontwerper Ruben Wijnstok is verbeeld met materiaal uit vorige voorstellingen, is De Miranda duur komen te staan. Toen hij door de Duitsers naar Kamp Amersfoort was afgevoerd, werd hij daar opgewacht door een groep Amsterdamse communisten, die woest op De Miranda waren vanwege de harde arbeidsomstandigheden bij de aanleg van het Amsterdamse Bos. Onder lachend toezicht van de Duitsers hebben ze De Miranda zeven dagen lang op afschuwelijke wijze toegetakeld tot zijn hart het begaf. De manier waarop deze afrekening in beeld en geluid is gebracht door Orkater is een van de meest indrukwekkende en beklemmende theatermomenten die deze recensent heeft meegemaakt. Hier zakt de mensheid diep door de ondergrens, en nogmaals…, het betrof hier Nederlanders, Amsterdammers.

Lageveen en Witte, die tevens regisseur is, hebben een ingenieus script geschreven, met veel kleine subplotten, en een verhaal binnen een verhaal. De hedendaagse woningproblemen worden vermengd met het instuderen van een musical door de kroeggasten over De Miranda. Door in te zoomen op het leven van De Miranda, krijgen we een welkome Amsterdamse geschiedenisles, met beelden van de arbeidersbeweging, vooroorlogs schoolleven en anti-semitisme.

Zoveel stof vereist eigenlijk een reguliere musicallengte van ruim twee keer vijf kwartier en een pauze. Dan was er ook meer ruimte geweest om de gewetenloze houding van de huizenopkopersmafia én de medeprofiteurs te kunnen toelichten en kon er ook wat meer aandacht zijn voor de zeer uiteenlopende economische en sociale en persoonlijke gevolgen van deze praktijken. Maar ja, drie uur op niet al te gemakkelijke houten caféstoeltjes in een tamelijk kille megaruimte zou misschien ook wat te veel hebben gevergd van de toeschouwer. Die moest op de premièreavond trouwens toch al wat langer zitten, want na de succesvolle soundcheck begaf de geluidstafel het, een absolute nachtmerrie. Door razendsnel te handelen en hulp van buitenaf kon de voorstelling een uur later toch beginnen.

De geluidstechniek is van levensbelang voor deze voorstelling. De akoestiek in de grote hal is belabberd, het stemgeluid dwarrelt alle kanten op en daarom krijgen de bezoekers een koptelefoon, waarin alle stemmen en het orkest vanuit het mengpaneel te horen zijn. Dat levert een verstaanbaarheid van teksten op, die in musicalland ongekend is. Daar is het altijd maar een beetje gissen wat er in de ensemblestukken wordt gezongen.

Het verhaal wordt schitterend muzikaal ondersteund door het met verse krachten aangevulde Amsterdams Andalusisch Orkest, dé specialist in Arabo-Andalusische muziek, die mooi aansluit bij de cultuur van de Mediterrane Sefardische joden, waar De Miranda van afstamt. Violist-percussionist-zanger Dwight Breinburg opent de avond met een warm, melancholiek Arabisch lied, dat overgaat in de ijzingwekkend hoge stem van accordeonist Remco Sietsema, die als Blackwall zonder tekst de mensen angst inboezemt.

De cast bestaat naast Lageveen uit een aantal professionals, zoals de prettige actrice Quiah Shilue als theaterregisseur Janice die de kroegklanten heel gedecideerd en gemotiveerd naar een fijne opvoering leidt, stagiaires van de Amsterdamse Toneelschool en een groep amateurs. Witte is erin geslaagd om van die veelheid aan spelers toch een mooi geheel te vormen. Het is te hopen dat iedereen die iets met het Amsterdamse bestuur te maken heeft de voorstelling gaat zien en de les oppikt, zodat het zwaaien met de Amsterdamse vlaggen niet alleen theatersymboliek blijkt te zijn geweest.

Foto: Bas de Brouwer