Tjeerd Bisschof schreef GAS, aangekondigd als een komedie over meer dan vijftig jaar gaswinning in Groningen. Dat deed hij voor zijn eigen toneelgroep Jan Vos, een samenwerking tussen hem en regisseur Jeroen van den Berg. De voorstellingen van Jan Vos spelen uitsluitend op locaties in de regio, buiten de steden en zeker buiten de Randstad.Mansholt (zomer 2015) ging over het typische boerendilemma van schaalvergrotingen en intensivering van de landbouw en de nadelen die daaraan kleven. Met Koning van het Grasland (zomer 2017) verdiepten ze zich verder in op de problematiek van het boerenbestaan, met een boer die overweegt om biologisch te gaan boeren, nadat in de mond-en-klauwzeer-crisis (2001) zijn veestapel was vernietigd.

GAS is een uitgebreid stuk, in drie historisch gesitueerde delen, waardoor het verhaal in zijn geheel verteld kan worden: vanaf de ontdekking van het waardevolle gas tot aan het kookpunt van de angst en verontwaardiging vanwege de aardbevingen en de wegduikende rijksoverheid. De drie delen spelen zich af in 1960, 1978 en 2014 en zijn aan deze tijdvakken genageld met voor Groningen iconische beelden en gebeurtenissen.

In 1960 wordt het gas ontdekt. In de Groningse hotelbar waar het stuk zich grotendeels afspeelt, komt ineens de hele wereld binnenvallen: journalisten, heren van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (‘de NAM’) en van Shell en Esso uit Amerika. De lokale bewoners, waaronder de hoteluitbater Andries en zijn dochter Bette (hoofdrol), zijn opgewonden. De meer uitgekookte stamgasten van het hotelcafé vragen zich af hoe ze er zelf ook beter van kunnen worden en de jongvolwassen dochters worden intiem met de buitenlandse ontginningsexperts en geologen.

Achttien jaar later (deel 2) is iedereen in de hotelbar bezeten van een Volkscongres dat staat te beginnen. [Toelichting: De ‘Volkscongressen’ behoren in Groningen tot het collectieve geheugen, maar voor wie van elders komt zijn ze zeer interessant: Op initiatief van de Communistische Partij van Nederland werden in de jaren zeventig in Groningen en Winschoten vier zogenaamde Volkscongressen georganiseerd, waar telkens duizenden mensen op afkwamen. Deze evenementen waren zo groot en invloedrijk, dat de PvdA zich genoodzaakt zag om zich veel sterker te gaan profileren in Groningen, met als gevolg dat Groningen tot op de dag van vandaag als bolwerk van de rode politiek geldt.] In de hotelbar staan voor een heel regiment de plakken cake in gelid. De organisatie had liever Groninger koek op de schalen zien liggen, maar het gaat hotelier-kruidenier Andries te ver om deze partij cake – weliswaar nét over de houdbaarheidsdatum maar nog prima eetbaar – zomaar weg te gooien.

Deel drie speelt zesendertig jaar later, in 2014. Andries is totaal seniel, hoofdrol Bette toe aan het pensioen dat ze niet heeft opgebouwd, maar het hotel is niet te verkopen vanwege scheuren in de muren. In de hotelbar verschijnen nu de multomappen op tafel. Slechts een grondige documentatie van de schofterige behandeling van de NAM bij de afhandeling van de door de gaswinning veroorzaakte aardbevingsschade, kan de woede enigszins kanaliseren.

De drie delen zijn aan elkaar verbonden door de verwekking van het meisje Okke in 1960 en het verdere verloop van haar leven. Aukje, de zus van Bette, is als jonge vrouw zo gretig en nieuwsgierig naar de wereld, dat ze misschien te hard van stapel loopt door de oudere Amerikaanse gaswinner Hertz mee te nemen naar het tuinhuisje. De zwangerschap die hieruit voortkomt dreigt haar grote ambities te fnuiken. Bette betoont zich een opofferingsgezinde zus en springt in. Zij remt haar eigen romance met de charmante geoloog Alfred af om trouw te blijven aan haar Geert, een vierkante communist. Met hem, besluit zij, zal ze haar nichtje Okke opvoeden als ware het hun eigen dochter.

Deze plotlijn, de verwekking en het volwassen worden van Okke, is het centrale gegeven in de drie delen, waar alles elegant aan is vastgeknoopt in een groot, levendig familiedrama. Vooral in deel twee, als Okke bijna volwassen is, levert haar ontwikkeling klinkend dramatisch materiaal op. In een woedeaanval smijt Geert haar in het gezicht dat ze niet zijn dochter is. Als ze daarop van huis wegloopt om haar echte ouders te zoeken en Aukje hier lucht van krijgt, zoekt zij de biologische vader op om hem op de hoogte te brengen van zijn vaderschap. Omdat zij inmiddels zelf ambtenaar bij Economische Zaken is, kan zij hem makkelijk vinden. Hun confrontatie, in een willekeurig café, eindigt met een simpele, maar doeltreffende vondst, die de levendige dramatische verteltechniek van auteur Bisschof in in GAS typeert.

AUKJE
Als jij met iemand naar bed gaat
zonder voorbehoedsmiddelen
dan zet je soms iets in gang…
een mens.

Aukje houdt hem een foto voor.

Een mens!
En daar ben je dan verantwoordelijk voor!

HERTZ
Weg!
Ik wil dat niet zien.
Ik ga dit niet doen.
Ik ben een man op leeftijd.
Ik ben net gescheiden.
Ik zit middenin een verhuizing.
I’m busy as hell.
You should do your own homework now!

AUKJE
Fuck you!

Aukje af. Komt weer terug.

Als zij hier is
wil je dan tegen haar zeggen
dat ik thuis op haar wacht
en heel graag met haar wil praten.
Wil je dat doen?
Wil je dat tegen haar zeggen?
Er is niemand op de wereld waar ik zoveel van hou.

Door Aukje eerst woedend het café uit te laten lopen om direct weer terug te laten komen voor het verzoek aan Hertz om Okke naar haar door te sturen, slaat Bisschof twee vliegen in één klap. Het geeft een mooi tijdsbeeld, want tegenwoordig breng je via social media erg eenvoudig boodschappen over aan wie dan ook ter wereld, terwijl je in de jaren zeventig dikwijls afhankelijk was van slechts één persoon. Daarnaast laat de ambitieuze, en bijna Thatcheriaans koude Aukje, zich nergens in het hele stuk in haar hart kijken. Dat ze dit uitgerekend moet doen tegenover de vader van haar dochter, is schrijnend op bitterzoete wijze. Nog geen vijftig woorden, maar zeer subtiel en toch met meer effect dan wanneer in een stille wijk een steen door een ruit gaat.

Een sterke en verrassende andere vondst volgt even verderop. Okke weet haar biologische vader Hertz te vinden in een zakendistrict in een grote stad. In zijn kantoor op de hoogste verdieping confronteert zij hem in hoogsteigen persoon met het gevolg van zijn vrijpartij zonder voorbehoedsmiddelen. Hertz antwoordt door grootmoedig zijn portemonnee te trekken.

OKKE
Ik wil geen geld.

HERTZ
Nee, wacht.
Je bent nu in de grote stad
En je gaat nu een hotel nemen,
een goed hotel.
En je gaat iedere avond uit.
Stappen.
Naar de disco.
En je gaat achter de jongens aan.
Laat ze drankjes voor je kopen,
En als je eentje leuk vindt,
geef je hem een drankje terug
Sla ze maar aan de haak.
En als het mislukt,
maakt niet uit,
door naar de volgende.
En dat ga je een week doen.
En overdag bedenk je
wat je wilt met je leven.
Jíj.
Jíj bedenkt wat je wilt.
Dat kan niemand voor je doen.
En als je het weet
En als je voldoende lol hebt gehad,
Dan ga je weer naar huis.
En dan ga je dat doen.

OKKE
Ik kom hier niet voor geld.

HERTZ
Dat weet ik.
Maar dat is wel wat ik je kan geven.
Kom op.
Je hebt mij gevraagd
hoe je moet leven.
Nou moet je ook doen wat ik zeg.

Okke neemt het geld aan.

Okke, als de biologische dochter van een Amerikaanse olieman en een Groningse neoliberale uitzondering die tot dan toe eigenlijk niet weet wat ze met haar leven aanmoet, kiest ervoor dit geld aan te nemen. In deel drie, als Okke en Bette, die de rol van moeder trouw is gebleven, elkaar de waarheid zeggen – de eerste moet dan halverwege de vijftig zijn, de tweede minstens zeventig – zegt Okke wat die ontmoeting en dat bedrag haar heeft opgeleverd.

BETTE
Je gedraagt je niet als een Groninger.
Eerder als..

OKKE
Wat.
Als een Duitser.

BETTE
Nee.
Als de dochter van Hertz.
Zo, dat heb ik gezegd.

OKKE
Ja, dat heb je gezegd.

BETTE
Want dat is dus wel wat ik denk.
Dat het nog steeds daar over gaat.
En dat vind ik treurig.
Die man heeft je alleen maar duizend gulden gegeven.

OKKE
Die man heeft me meer gegeven
dan duizend gulden.

BETTE
Oja?
Wat dan.

OKKE
Familie.

BETTE
Hoe bedoel je?

OKKE
De NAM.

BETTE
De NAM?!

OKKE
Ze steunen mij door dik en dun.
Ze staan altijd voor mij klaar.
En weet je wat Hertz mij ook heeft gegeven?
Zelfvertrouwen.

BETTE
Maar je hebt die man maar één keer gezien

OKKE
Dat was genoeg.
Die ene keer was genoeg.

BETTE
Knap werk.
Heeft hij je betoverd?

OKKE
Het kwam door hoe hij naar mij keek.

BETTE
Hoe hij naar je keek.

OKKE
Hij zag mij echt.
Voor wie ik was.
Bij jullie was er altijd afstand.
Bij jullie was er altijd kritiek.

De opofferingsgezindheid van Bette om Okke als haar eigen dochter op te voeden en zo de ambitieuze Aukje de ruimte te geven zich te ontplooien, is een grootse daad van naastenliefde. Hoe bevredigend zou het daarom zijn wanneer Okke haar biologische ouders – die zich in het liberale kamp van de gaswinners bevinden – zou verwerpen vanwege de gevolgen van hun daden en Bette zou belonen door zich in te zetten voor haar gemeenschap. Dat weigert ze, want Okke gedijd in de vrijheid; zij is een liberaal.

Het moge duidelijk zijn: GAS van Tjeerd Bisschof behandelt veel meer dan de collisie tussen aan het ene einde de globaal opererende ministeries in Den Haag en aan het andere einde het lot van de Groningers. Op de meest onderhoudende manier is het doordrongen van de grote politieke vragen die opkwamen met de welvaartsstaat in de tweede helft van de twintigste eeuw. De welvaartsstaat die in Nederland voor een groot deel is gefinancierd met de gasbaten. Hoeveel waarde hecht je aan persoonlijk welbevinden en hoeveel laat je je gelegen liggen aan hen met wie je als land-, streek-, huis- of bedgenoot verbonden bent? Tot welke offers ben je bereid in naam van de solidariteit? GAS is een kroniek die laat zien hoe de ongelijke verdeling van welvaart en rechtvaardigheid binnen een democratie uiteindelijk tegen grenzen aan loopt. Het is op die manier zowel een aanklacht tegen, als een viering van het verband waarin we samenleven.

Het stuk is, zoals te zien is aan de gebruikte fragmenten, in afgemeten taal geschreven. Gronings, is de voor de hand liggende associatie, maar de woordkarigheid komt ook van pas omdat er heel veel verteld moet worden. Er is veel plotontwikkeling, maar de oren van het publiek zullen niet worden overprikkeld door loze lettergrepen. En elke zin biedt de acteurs voldoende om uit te spelen. Heel prettig en knap. Soms lijkt het alsof de praktische beperkingen van de bijbehorende productie – waarin de auteur bijvoorbeeld zelf ook een bijrol speelt – iets te veel liefde heeft doen uitgaan naar de ontwikkeling van de plot, waardoor schoonheid en verdieping wat in het gedrang zijn gekomen. Hier en daar permitteert het stuk zich even om een zijstraat in te lopen en dat levert direct mooie en poëtische momenten op. Bijvoorbeeld als Aukje zich heeft doodgereden tegen een boom en een journalist, een Randstedeling misschien wel, aan het woord is:

HARM
Onze verslaggever die vlak na het ongeluk ter plaatse was, nam waar hoe een wolkje zilvergrijze nevel door een barst in de voorruit ontsnapte en vervolgens even de vorm aannam van het slachtoffer. Zij keek hem aan met een blik van verstandhouding die onze verslaggever hevig verwarde. Daarna stak er een bries op die de verschijning langzaam uit elkaar dreef. Nog even verschenen er ragfijne lichtjes, gouden golfjes in een verder onzichtbaar medium en toen was ze weg. Een mug begon te zoemen en het leven hernam zijn normale gang.

Maar dit soort uitweidingen zijn uitzonderingen. De karavaan van het plot moet al gauw weer voort. De auteur lijkt meer literaire gekte in huis te hebben dan hij nu, vanwege een volkomen begrijpelijke dienstbaarheid aan een grotere zaak, heeft ingezet. Als zijn volgende stuk niet zo’n gigantisch onderwerp heeft, hoop ik dat hij zich permitteert wat liberaler te schrijven.

Nog iets over de hoofdrol, de opofferingsgezinde Bette. Zij is zo iemand die altijd voor anderen klaarstaat en nooit verzaakt en niemand achterlaat. In culturen waarin zelfverwezenlijking hoog in het vaandel staat (zoals in de Randstad), zal een type als zij niet gauw uitgroeien tot cultuuricoon. Maar in de zogenaamde regio, waar men er iets meer van doordrongen is dat bij het dagelijks functioneren van de samenleving meer komt kijken dan ons abonnent op de ochtendkrant, wordt daar heel anders tegenaan gekeken. Als een Sonja uit Oom Wanja van Tjechov, blijft zij trouw aan alles wat gisteren van waarde was om het een plek te geven in de nieuwe werkelijkheid van morgen. In alle bescheidenheid is ze zo verantwoordelijk voor het geheel. Een voorname, diep menselijke rol, waarvan de portee normaal gesproken wordt gemist in Randstedelijk drama.

Lees hier onze recensie van de opvoering van GAS door toneelgroep Jan Vos.