Elegante blik, strakke kaaklijn, een grande dame in zilver. Igone de Jongh verleidt Carré vanaf de eerste seconde. In een avondvullend programma over doorzettingsvermogen wordt ze bijgestaan door een bataljon dansers van het United Ukrainian Ballet, ex-danspartner Marijn Rademaker en een stuk of wat beroemde vrienden. De Jongh en haar dansers geven zich voor de volle honderd procent, maar helaas zijn de teksten door Eric Corton die het spektakel aan elkaar rijgen tenenkrommend.

De voorstelling is opgedeeld in twaalf choreografieën en verbeeldt de ervaring van tegenslag en hoe je ondanks alles iedere keer opstaat. Geloven in jezelf vormt het uitgangspunt, en als iemand dat kan is het De Jongh. Negen gespierde mannenlijven heffen haar hoog boven het hoofd, laten haar schitteren onder de nok van het theater. In hun armen is zij fluïde als water. Tegelijkertijd dirigeert ze haar dansers onvermoeibaar, waarbij gehannes met haar jurk niet onopgemerkt blijft.

Prikkelend is de choreografie The Fool. Op swingende tonen van Fred Astaires ‘Steppin Out With My Baby’ (muziek: Eric van Tijn) en in glitteroutfit, raakt De Jongh verwikkeld in een sexy pas de trois. Wat begint met een wedstrijdje wie-krijgt-het-meisje tussen danspartners Oleksii Kniazkov en Alexis Tutunnique, mondt uit in een hitsig duet waarin de mannen vooral elkaar zien zitten. Op cabareteske wijze, dan weer plagend, soms serieus, speelt het trio moeiteloos op elkaar in.

Elementen uit het klassieke ballet worden afgewisseld met modernere bewegingstaal, waarbij vooral de complexere stukken van het United Ukrainian Ballet beklijven. In Into the blue danst het gezelschap in zwierende rokken naar een adembenemend kostuumontwerp door Sabine Snijders. Opmerkelijk is de uptempo choreografie Fight! met zes dansers, bomvol achterwaartse flikflakken, duizelingwekkende pirouettes en hoge sprongen.

Net als in De Jonghs voorstelling Zin in liefde (2022), zijn dans- en choreografenduo Sasha Riva en Simone Repele ook van de partij. Climax is hun uitvoering van het nummer Sinking. Laag bij de grond haakt het stel de lijven liggend in elkaar: een staaltje planking van het hoogst haalbare niveau.

Hoewel de voorstelling in regie van Marc Pos absoluut toegankelijk is, en wordt voorzien van sterk gekozen muziek, is de grootste ergernisfactor de toegevoegde rol van Eric Corton. Als Amerikaanse presentator spreekt het publiek toe alsof het zijn eigen Hollywoodproductie betreft. Hierbij schakelt hij herhaaldelijk tussen Engelse en Nederlandse uitspattingen over alsmaar doorgaan, nooit opgeven. Ja, Corton beschikt over een warme, verhalende stem. Maar de teksten zijn doorspekt van tenenkrommende clichés en metaforen, wat naarmate de avond vordert enorm op de zenuwen werkt.

Welkome verrassingen vormen de samenwerkingen met Alex Klaasen en Fréderique Spigt. Klaasen, die het toneel betreedt als vijfjarig jochie in een belachelijk roze balletoutfit, vertelt in een geestige monoloog over zijn auditieprocedure. Van een leien dakje ging dat niet. ‘Het had niets te maken met mijn techniek, die was helemaal in orde.’ Wegens zijn lengte (hij is te kort) wordt hij ingezet als reservespeler en mag ‘te allen tijde’ klaarstaan in de coulissen. Later op de avond klimt Spigt op een kruk en wordt bijgevallen door zacht gitaarspel. Met zwaar doorrookte stem zingt Spigt haar versie van Johnny Cash’ ‘Hurt’: een geluid waarmee je best naar bed wil gaan om morgenvroeg naast wakker te worden.

Hoewel de thematiek ‘doorzettingsvermogen’ zich als rode draad door de voorstelling weeft, verlopen de overgangen tussen de afzonderlijke choreografieën niet altijd soepel. Ook de muziekstukken lijken geregeld te worden afgekapt, en de inbreng van Corton hangt tegen het kitscherige aan. Gelukkig heeft De Jongh een waanzinnige bezetting dansers opgetrommeld en brengt ze tegen het eind een dromerig duet, een choreografie door Marijn Rademaker, onder begeleiding van de jonge pianist David Kooi, die een stuk Chopin uit zijn vingers beukt waar je u tegen zegt.

Foto: Altin Kaftira