Toneelhuis en Toneelgroep Amsterdam
Hamlet vs Hamlet
★★★★☆
Hamlet oog in oog met zichzelf
Anita Twaalfhoven
20 maart 2014
Gezien op 19 maart 2014, Stadsschouwburg Amsterdam

Aan het begin van de voorstelling staat Hamlet, gespeeld door actrice Abke Haring, vooraan het speelvlak en spreekt zacht, haast binnensmonds, over zijn dode vader die als geest aan hem is verschenen. ‘Verklaar u nader, vader – vlug! – zodat ik naar de dader snellen kan om u te wreken.’ Achter hem de geest van de nar die de handen om hem heenslaat en hem troost maar ook verstrikt.

In de bewerking van schrijver Tom Lanoye en regisseur Guy Cassiers is Hamlet een tiener, een tenger joch in een stoer zwart prinsenpak. Volwassen genoeg om het geraffineerde machtsmisbruik aan het hof te doorzien maar nog te kwetsbaar om zich teweer te stellen tegen de volwassenen om hem heen. Een jongen die verstrikt raakt in het drama van zijn vader, moeder en stiefvader en zijn eigen identiteitscrisis. Tegen de achtergrond van oplaaiende politieke verwikkelingen komt hij vooral oog in oog met zichzelf te staan: Hamlet versus Hamlet.

Zijn moeder trouwde de moordenaar van zijn vader en dat weet hij. Hij draagt de last van deze misdaad op zijn jonge schouders en het vervreemdt hem van het nieuwe koningskoppel, dat het volk zo semi-begaan en consciëntieus toespreekt. Chris Nietvelt, in de rol van Gertrude, weet de schijn moeilijker op te houden dan Claudius die zijn volzinnen geroutineerd over het voetlicht krijgt. Zij frommelt aan haar spiekbriefje en haar handen bibberen, terwijl haar man de microfoon voor haar mond duwt omdat zij er steeds naast spreekt.

Het decor van Ief Spincemaille is een oogstrelende kunstinstallatie. Onder het podium van glazen kubussen gluurt het verval, met stenen, oude huisraad en andere rommel. ‘Er is iets aan het rotten in dit land,’ zoals Hamlet zegt. Daarboven een bewegende installatie van doorschijnende rechthoeken die van kleur veranderen en ingenieuze beeldprojecties laten zien van een wereld vol schimmen, gedachtenspinsels en smeulende emoties.

Ondanks het abstracte decor dat met de grauwzwart geklede figuren een bewegend kunstwerk vormt en de eindeloze monologen die overvloeien van betekenisvolle poëzie weten de acteurs hun spel toch intiem, naturel en dicht bij zichzelf te houden. Chris Nietvelt legt een breekbare hand op Hamlets schouder, ademt haast hoorbaar in en uit en is ondanks haar rijzige, vorstelijke gestalte vooral een ontredderde moeder. Gaite Jansen speelt Ophelia als een onhandig pubermeisje, een schoonheid als een lentebries die zich door haar broer en vader stevig laat betasten en ontroostbaar is als Hamlet haar mishandelt. Maar ook zo eigentijds dat ze past in een groepje jongeren dat in een café zit te whatsappen. Johan Van Assche, koning Claudius, spreekt zijn intelligente analyses van de politieke situatie en intermenselijke verhoudingen aan het hof soms haast casual uit, alsof hij vertelt dat hij een ommetje gaat maken en dan gelijk even de vuilniszakken buitenzet. Om even later als een blad aan de boom te veranderen en imposant, schrikbarend, onwrikbaar zijn macht te bevestigen.

Abke Haring verzet bergen als Hamlet, die vooral na de pauze een groeiende stoet doden aan zich voorbij ziet trekken. In een vlaag van verstandsverbijstering heeft hij Ophelia’s vader neergestoken en daarna gaat het bergafwaarts. Hij slaat om zich heen, strijdt voor rechtvaardigheid en om het hoofd boven water te houden zwaait hij wild met zijn mes. Soms weet de actrice geloofwaardig te transformeren in een jongen met de baard in de keel, zwetend van angst maar vol bloemrijke betogen en woorden die te groot voor hem zijn. Maar een jonge vrouw die een puberjongen neerzet  een mooie variant op de mannen die vrouwenrollen speelden in Shakespeares tijd  blijft een gekunstelde constructie. Het is niet te vermijden dat het bij momenten ongeloofwaardig is en de actrice achter het personages net iets te transparant lijkt.

Tom Lanoye en Guy Cassiers maakten Shakespeares – uit den treuren gespeelde  meesterwerk Hamlet weer tot een sensationele voorstelling. Bloemrijke taal waarin elke zin een klein taalkunstwerk is en een uiterst strak gestileerde enscenering met acteurs die in de details van hun spel menselijk blijven. Het veelbelovende begin in een reeks van vier coproducties tussen het Toneelhuis en Toneelgroep Amsterdam in de komende vier jaar.

Als alle misdaden zijn gepleegd, verbreedt het toneelbeeld zich en wordt het karkas achter de schermen zichtbaar. Er lijkt niets meer over en Hamlet prevelt: ‘Ik was. Ik ben. Ik was. Ik ben.’

Foto: Jan Versweyveld

Elders

NRC Handelsblad
★★★☆☆

'Überhaupt blijft het drama in de regie van Cassiers op – te – grote afstand. Tegenover de smakelijke taal van Lanoye stelt hij een mooi maar klinisch universum. In een labyrint van vitrages, die soms als videoschermen dienen, bewegen de spelers zich voort over platen van glas, met een rottend fundament van afval en onkruid eronder. Ze spreken moedwillig traag en zacht, met slechts een enkele, zeer welkome, eruptie.' Herien Wensink

Volkskrant
★★★★★
'Tom Lanoye schreef het stuk met actrice Abke Haring voor ogen, de voor hem perfecte belichaming van de androgyne adolescent. Hoe dat ook zij, het werkt, met het eerste woord dat ze uit, ben je met haar mee. Ontwapenend met dat kuifje, dat lijfdat grote daden wil verrichten, die geest die dat tegenhoudt.' Karin Veraart
De Telegraaf
★★★★☆
'In Abke Haring zag Lanoye zijn gedroomde Hamlet en hij heeft gelijk gekregen. Met een perfecte tekstbehandeling en een haast magnetische uitstraling weet zij, zelfs wanneer ze nauwelijks beweegt, alle aandacht naar zich toe te trekken. Haar Hamlet is er een die voortdurend tussen twee werelden laveert. Hij is geen man, maar zeker ook geen vrouw. Geen kind, maar ook nog niet volwassen. Hij wankelt tussen waan en werkelijkheid, twijfel en bravoure en schuld en onschuld. Een Hamlet die in een vijandelijke omgeving uiteindelijk toch vooral zichzelf als grootste tegenstander treft.' Esther Kleuver
Het Parool
★★★☆☆
'Maar verder is deze nieuwe enscenering van Hamlet een bloedserieuze onderneming. Een voorstelling voor de geoefende toneelkijker bovendien, want wie het oorspronkelijke stuk uit 1602niet kent, mist regelmatig contexten verliest zich al snel in de gedragen monologen. Die kijker kan ook zomaar het revolutionaire slot ontgaan, want nee, bij Lanoye sterft niet iederéén; zijn Hamlet blijft twijfelen tot de laatste zin.' Joukje Akveld

Reageer

Uw E-mail adres zal niet gepubliceerd worden.