Theater heeft altijd een probleem gehad met consent en seks, stelt de montere intimiteitscoördinator (Liv O’Donoghue) die de voorstelling Good Sex inleidt. Aan haar de taak om die intimiteit in goede banen te leiden: ‘from real to realistic’. Het Ierse theatergezelschap Dead Centre brengt een intelligente, verwarrende, opwindende en bijzonder geestige voorstelling naar het Groningse Noorderzon: Good Sex is een speels en kwetsbaar onderzoek naar intimiteit, zonder dat het ergens plat, voorspelbaar of al te serieus wordt.

Het concept: elke avond spelen twee nieuwe acteurs onvoorbereid een toneelstuk over twee oud-geliefden die elkaar na jaren weer zien in het huis waar ze samengewoond hebben. Hun teksten krijgen ze via oortjes ter plekke te horen door twee souffleurs in een glazen hok op het achtertoneel. Soms interrumperen geprojecteerde regieaanwijzingen de dialoog: ‘hij legt een hand op haar knie’, ‘ze kust hem’, ‘ze hebben seks’, ‘en het was goed’. Op die momenten choreografeert de intimiteitscoördinator hen er doorheen.

Het script van Emilie Pine speelt zich af in corona-tijd, waardoor de moeizame relatie met intimiteit en aanrakingen inherent onderdeel zijn van het hier en nu. Het opnieuw tot elkaar en elkaars lichaam verhouden zit thematisch ook doorgevoerd in het gegeven van twee voormalig geliefden, inclusief die verwarrende combinatie van aantrekkingskracht en herinneringen aan aantrekkingskracht.

Op de Nederlandse première afgelopen donderdag vinden Martijn Nieuwerf en Astrid van Eck zich tegenover elkaar in dit theatrale intimiteitsexperiment. Aanvankelijk toont het personage van O’Donoghue zich professioneel, soms zelfs wat al te geraffineerd: met een aantal handzame tips weet ze een hand op een been een geschiedenis, herinnering van liefde en zweem van verdriet mee te geven. En bovendien iets sensueels. Maar gaandeweg wordt haar rol diffuser, vertolkt ze ook de vrouw met wie het personage van Nieuwerf vreemdging. De coach gaat op in de theatrale werkelijkheid, stapt naar believen in en uit haar rol. Ze heeft een eigen agenda.

Good Sex ontvouwt zich als een speelse ode aan intimiteit. Als O’Donoghue het hele publiek als een kudde orgastische boerderijdieren (en een verdwaalde zeemeeuw) richting een climax laat loeien en blaten, onderstreept ze dat podium-intimiteit altijd een gezamenlijke actie is: van spelers en publiek, van trefzekere handelingen en welwillend kijken; van wederzijds consent. Een paar gebaren hier en daar, een veelzeggende blik, geladen met een anekdote en de fantasie van je publiek.

Tegelijkertijd is Good Sex ook een ontroerend liefdesverhaal, dat zich op meeslepende wijze ontvouwt en voorzien is van mooie observaties over gedeelde eenzaamheid. We hebben allemaal, net zoals Nieuwerf en Van Eck deze avond, weleens souffleurs in ons hoofd die ons de zinnen voorzeggen, soms nemen die interne souffleurs het helemaal over, soms ben je ze dankbaar en soms vervloeken we ze. En soms hoop je dat er een onzichtbare intimiteitscoördinator op de bank zit en net dat zetje geeft waardoor je die ander wél vindt, waardoor je wél weet waar die ander behoefte aan heeft, of jijzelf.

Good Sex toont intimiteit in al haar varianten, van provocatief tot schuchter, geil, en opwindend. In boeiend metatheater leggen de makers bloot hoe complex intimiteit is, en hoe simpel, plezierig en héérlijk het tegelijkertijd kan blijven.

Foto: Niels Knelis