Een omgekeerde boom hangt boven het toneel, een felle lichtbron cirkelt eromheen, alsof het omkeren van dat wat meestal verborgen zit in de aarde, en daar ons licht op laten schijnen, de belangrijkste opdracht van het stuk is. Het is het scènebeeld van Wings of Wax van de Nederlandse choreograaf Jirí Kylián, één van de vier stukken van Dancing Dutch. De stukken zijn gemaakt door vier choreografen en daarom moeilijk als geheel te beoordelen. Desalniettemin geeft Dancing Dutch van Het Nationale Ballet een indrukwekkende indruk van het beste van de Nederlandse klassieke dans. 

Allereerst is er het elf minuten durende Tenzij, gemaakt door de jonge Oekraïens-Nederlandse choreografe Milena Sidorova. Het wordt gedanst door vier dansers en mengt een klassieke techniek en stijl, met veel arabesques en tutu’s, met ‘onklassieke’ bewegingselementen zoals vogue-poses en losse, spaghetti-achtige armen. De assertieve interactie tussen Chloë Réveillon en Emma Mardegan staat centraal, en de charismatische uitstraling van met name die laatste maakt het stuk zeer onderhoudend. De mannelijke dansers – Koyo Yamamoto en Leo Hepler – zijn daarbij eerder ondersteunend. 

Tenzij

Waar Tenzij sterk leunt op de verleidelijke en bijwijlen humoristische interactie tussen de dansers, presenteert Concertante van de inmiddels 92-jarige Hans van Manen juist een abstract vormenspel. De lange afstanden die de acht dansers op indrukwekkende snelheid met vele chassés afleggen om het podium te doorkruisen, en de diagonale lijnen die met uitgestrekte vingers en ledematen worden gemaakt, geven de indruk van penseelstreken die aangebracht worden op het doek van een abstract-expressionistische compositie. Het is indrukwekkend, en heeft tegelijkertijd iets onpersoonlijks. De duetten doorbreken die afstand enigszins, maar het stuk rust vooral op de sterke vormentaal en de voortstuwende werking van het prachtige Petite symphonie concertante van de componist Frank Martin. 

Concertante

Wings of Wax, van choreograaf en voormalig Nederlands Danstheater-directeur Jirí Kylián, brengt ontroering teweeg. De titel van het stuk verwijst naar de mythe van Icarus, de felle lichtbron toont de nabijheid van de zon, en de indrukwekkende solo van Timothy van Poucke lijkt de hoogmoed van Icarus te verbeelden. Maar de manier waarop de dansers wapperen en flapperen met hun armen, hun handen op elkaar of zelfs in het gezicht laten klappen, en elkaar op het einde proberen te omhelzen, lijkt ook op de angst voor diezelfde dapperheid te wijzen. Alsof dat wat met het naar boven keren van de wortels uit de aarde komt, niet altijd goed nieuws is. Wings of Wax geeft daarmee diepere lading aan een verhaal dat waarschuwt voor een teveel aan moed. 

Wings of Wax

Het sluitstuk van de avond is het bijna half uur-durende Anima Animus van de Britse choreograaf David Dawson. Dawson heeft zich laten inspireren door het werk van de psychoanalyticus Carl Jung, en diens notie van het mannelijke in de vrouwelijke psyche, en vice versa. Dit is prachtig verbeeld in het kostuumontwerp van Yumiko Takeshima en het decor van John Otto, die met minimalistische zwarte-witte vormen een soort dynamische rorschachtest maakt.

Anima Animus

De tien dansers lijken met hun omhoog gerichte blik en uitgestrekte armen te zweven – wellicht een verwijzing naar het etherische van de ziel – maar verzetten zich af en toe ook met hoekige handen tegen wat ze tegenkomen. Yuanyuan Zhang en Riho Sakamoto laten zich als gewichtloze personages dragen door hun mededansers, wat van een adembenemende schoonheid is, maar ook de vraag oproept welke strijd Anima Animus uiteindelijk wil verbeelden. Van het doorbreken van de tweedeling tussen het mannelijke en het vrouwelijke lijkt uiteindelijk niet echt sprake te zijn. 

Foto’s: Altin Kaftira