ICKamsterdam
Addio alla fine
★★★★★
Theater en dans overrompelend in balans
Marcelle Schots
7 oktober 2013
Gezien op 6 oktober 2013, Theater aan het Vrijthof, Maastricht

In 2012 maakten Emio Greco en Pieter C. Scholten de locatievoorstelling Addio alla fine (‘afscheid van einde’) voor het Holland Festival. Nu is het bewerkt voor het theater.

Aandacht vragen voor met uitsterven bedreigde diersoorten en ontheemding voelbaar maken in tijden van globalisering en internationale conflicten. In de oerversie van Addio alla fine verdween de vaste grond onder de voeten van de toeschouwers toen de makers hen op een boot mee op reis namen naar een onbekende bestemming. Daar, balancerend op een smalle plank boven de steeds veranderende materie van water, en later in het aanschijn van de louterende dans, moest een nieuw evenwicht worden gevonden. Scholten en Greco namen als baken aan de horizon de netwerkmaatschappij, waarin vastgeroeste structuren hebben plaatsgemaakt voor tijdelijke trefpunten op basis van afstemming en samenwerking.

De locatievoorstelling bracht in allerlei opzichten – theatraal, technisch, logistiek – meer dan voldoende uitdagingen mee voor de makers. Toch deed de bewerking voor de theaterzaal daar niet voor onder, want hoe evenaar je een dergelijke ervaring in het theater? Als de première van Addio alla fine in het Maastrichtse Theater aan het Vrijthof één ding laat zien, is het dat Scholten en Greco niet bang zijn geweest om dingen overboord te gooien en nieuwe elementen te introduceren.

De film E la nave va (1983) van Federico Fellini, ook een inspiratiebron, werd op een andere wijze aangehaald. In Fellini’s film verzamelt de Italiaanse kunstwereld zich aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog op een schip om afscheid te nemen van een beroemde operazangeres. Greco en Scholten maakten voor hun theaterbewerking van Addio alla fine een film waarin een grote urn in een zwarte koets het Vrijfhof wordt opgereden en door de decadent uitgedoste dansers het theater wordt ingedragen om gedurende de voorstelling op het toneel te blijven staan. De duistere en plechtige sfeer staat in schril contrast met de zwierige tapdans en de knippende vingers van de mannen op het bordes van het theater, en zo wordt het publiek doordrongen van de dubbelzinnigheid van de karakters.

Wat in de nieuwe versie van Addio alla fine beter tot zijn recht komt, is de belangrijke rol van acteur Kurt Vandendriessche. Ook nu is hij degene die de toeschouwers aan de hand neemt op hun laatste reis. Hoog torent hij boven de zaal uit op film of spreekt hij de toeschouwers vanaf het toneel aan. Doordat zijn tekst ditmaal minder omzwervingen bevat, komt de aangesneden thematiek beter over het voetlicht. Met de met uitsterven bedreigde diersoort wordt niet alleen de op de stoep van het theater geparkeerde neushoorn bedoeld, of de gefilmde vogels, maar ook het ongewisse lot van de kunstenaar in deze tijd.

Er zijn meer ingrepen gedaan in de voorstelling, maar het is zonde om daarover te veel weg te geven. Wat zeker vermeldenswaardig is, is dat de dans in de oerversie al stond als een huis. Die heeft, en dat is de forte van de grotendeels nieuwe cast, niet aan kracht ingeboet.

Addio alla fine is gegroeid, het theatrale deel en de dans uit de locatie-uitvoering zijn beter in balans. Op meerdere momenten weten Greco, Scholten, Vandendriessche en de dansers de toeschouwer volledig te overrompelen.

Foto: Alwin Poiana

Elders

Trouw
★★★☆☆

'Wat in de originele versie in het Holland Festival van 2012 niet werkte, lukt in de theaterversie van Addio alla fine wel. In 2012 werden we twee-aan-twee, als in een moderne ark van Noach, aan boord van een schip geïnviteerd, nu nodigen Emio Greco en Pieter C. Scholten van ICKamsterdam ons binnen de theatermuren uit om - alleen met verbeelding - een reis 'naar het einde' te maken. Verbeelding werkt nou eenmaal beter in het theater dan in een concrete context.' Sander Hiskemuller

NRC Handelsblad
★★★☆☆
'Opnieuw is het volgen van de energie (meer dan de passen zelf ) fascinerend. Op hoeveel manieren kan een synchrone groepsdans zich door individuele lichamen laten bepalen? Staccato, gebonden, fel, lyrisch, los of juist strak, versplinterd of samenkomend in een kluwen – het proces blijft boeien, ook al ontbreekt een duidelijke structuur. Maar in deze nieuwe versie, ontdaan van de nodeloze bootreis, stoort dat aanmerkelijk minder.' Francine van der Wiel