De wethouders van cultuur van de vier grote steden roepen het Rijk op om meer geld vrij te maken voor de cultuursector. De reeds uitgetrokken 300 miljoen euro steun is niet voldoende, schrijven ze in een open brief in de Volkskrant vandaag.

Wethouders Touria Meliani (Amsterdam), Said Kasmi (Rotterdam), Robert van Asten (Den Haag) en Anke Klein (Utrecht) schrijven in de brief dat de kunstenaars in hun steden de financiële klappen door de coronacrisis niet kunnen opvangen. Analyses van de gevolgen voor de culturele sector in de vier grote steden laten een verlies zien van 114 miljoen euro tot 1 juli 2020. ‘Cultureel erfgoed dreigt onomkeerbaar te verdwijnen.’

De cultuurwethouders schrijven zich ‘maximaal in te spannen voor aanvullende maatregelen om de culturele sector zoveel mogelijk een helpende hand te bieden’. Het is volgens hen ‘ontzettend belangrijk dat het culturele leven na de coronacrisis weer kan bloeien en groeien’. De gemeenten hebben alleen niet genoeg middelen voorhanden. ‘In tegenstelling tot het Rijk mogen gemeenten geen begrotingstekort hebben. Bovendien zijn de financiële uitdagingen die de komende jaren op ons afkomen gigantisch, waardoor onze begrotingen sowieso al onder druk staan’, schrijven ze. Willen ze hun culturele fundament in stand houden, dan moet het Rijk bijspringen.

Vorige week pleitte de belangenbehartiger ‘taskforce culturele en creatieve sector’ bij het Rijk voor het opnemen van een zogeheten ‘doeluitkering’ aan de gemeenten van 15 miljoen euro per week. Door deze specifieke toevoeging aan het Gemeentefonds kunnen de gemeenten huurkosten tegemoetkomen van lokale podia, musea, kunstencentra en broedplaatsen. ‘Die culturele instellingen betalen nu huur voor een infrastructuur waar ze geen of binnenkort zeer beperkt gebruik van kunnen maken en dreigen nu ten onder te gaan’, schreef de taskforce in een brief aan minister Ollongren van BZK.