De cultuurstandpunten in de vier grote steden

Woensdag 21 maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Theaterkrant.nl dook in de verkiezingsprogramma’s van de landelijke partijen: wat zijn hun plannen in de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht met betrekking tot de podiumkunsten?

VVD: ondernemerschap en internationalisering
In Amsterdam wil de VVD het culturele aanbod spreiden naar buiten de ring. Bij subsidietoewijzing moet ook gekeken worden naar de publieke vraag en eigen draagkracht van de desbetreffende culturele instelling. Spelers in de culturele sector moeten meer samenwerken en minder concurreren om subsidies. Culturele instellingen moeten bovendien proberen meer eigen inkomsten te genereren door goed cultureel ondernemerschap. Het bedrijfsleven moet een actievere rol gaan spelen in kunsteducatie voor scholieren, bijvoorbeeld door sponsoring.

In het programma van Rotterdam schrijft de VVD dat cultuur in al haar breedte toegankelijk moet blijven voor alle inwoners. Echter, vindt de partij, is het niet de taak van de gemeente om zich bezig te houden met invulling van kunst en cultuur. De VVD pleit voor zo min mogelijk invloed van overheid en afhankelijkheid van subsidies.

In Den Haag heeft de VVD plannen om van de Scheveningse boulevard een soort ‘Broadway-aan-zee’ te maken. Er moet meer zichtbare kunst op straat komen en de Haagse topinstellingen moeten beter worden gepromoot. Hier wil de partij jaarlijks 850.000 euro extra voor uittrekken. Bovendien wil de partij geld reserveren voor meer Engelstalig toneel, de initiatieven van Opera2Day, NDT en Stichting Ballet van Leth (blijven) ondersteunen.

In Utrecht wil de VVD investeren in culturele voorzieningen in Leidsche Rijn en daarnaast Utrecht internationaal meer op de kaart zetten. Cultureel ondernemerschap moet een impuls krijgen en er moeten meetbare afspraken komen over wat een ondernemer met een subsidie moet bereiken. Bovendien schrijft de partij dat een cultureel ondernemer minimaal vijftig procent van zijn inkomsten zelf verdient.


D66: talentontwikkeling, cultuureducatie en broedplaatsen
In Amsterdam zet de partij in op schadeherstel van eerdere bezuinigingen: productiehuizen en gezelschappen moeten worden gered en er moet geld naar talentontwikkelingstrajecten. Bovendien wil de partij de maatregel om beleggen in cultuurfondsen fiscaal aantrekkelijk te maken herstellen.

In Rotterdam zet de partij in om de creatieve ondernemers in de stad te houden. De partij wil dat de gemeente een infrastructuur voor betaalbare werk- en presentatieplekken creëert. Om dit voor elkaar te krijgen heeft de partij een motie ingediend waarbij wordt gekeken of leegstand (tijdelijk) gebruikt kan worden.

In Den Haag vindt D66 dat er de komende periode geen nieuwe bezuinigingen op cultuur mogen plaatsvinden. De partij zet in op talentontwikkeling: concreet betekent dat extra investeringen in cultuureducatie en door middel van broedplaatsen een podium bieden aan jonge makers. Via het Fonds Stimulering Cultureel Ondernemerschap moeten culturele instellingen zelfstandig en toekomstbestendig worden. De partij ziet in de komst van het Spuiforum een aanjager van een zo breed mogelijk cultureel aanbod.

In Utrecht onderstreept de partij het belang van cultuureducatie, zowel binnen- als buitenschools. De gemeente moet samen met de onderwijs- en cultuursector een langetermijnvisie op stedelijke cultuureducatie ontwikkelen. Ook wil de partij de lokale culturele infrastructuur verbeteren: er moeten zalen en creatieve broedplaatsen komen voor zowel amateurs als professionals. Bovendien vindt D66 dat de Fair Practice Code moet worden opgenomen als subsidievoorwaarde voor culturele instellingen.


GroenLinks: extra geld voor kleine instellingen en breed cultuurbereik
In Amsterdam zet GroenLinks in op een breed cultuurbereik over alle inwoners van de stad. Ook moet er meer geld naar cultuuronderwijs en krijgt iedereen die achttien wordt een kunstvoucher – om zo mensen hun eigen smaak te laten ontwikkelen. Qua cultuurvastgoed moet de gemeente gemeenschappelijke panden beschikbaar stellen en krijgen bijzondere vrijplaatsen als Ruigoord een beschermde status. Ook onderstreept de partij het belang van goed werknemersschap als voorwaarde voor subsidieverlening.

In Rotterdam wil de partij inzetten op een sterke culturele infrastructuur, ook op wijkniveau. De gemeente moet ontmoetingsplaatsen faciliteren waar Rotterdammers kunst kunnen maken of bekijken. Ook moet de stad een deel van haar maatschappelijk vastgoed definitief beschikbaar stellen voor kunstenaars. Spreiding is daarbij essentieel. Kleine culturele instellingen moet extra worden ondersteund en de partij ondersteunt kunst in de openbare ruimte. Bovendien benadrukt de partij in haar programma het belang van kunsteducatie en amateurkunst.

In Den Haag wil GroenLinks het cultuurbudget voor het nieuwe Kunstenplan met vijf miljoen euro per jaar verhogen. De partij onderstreept het belang dat ze hecht aan creatieve broedplaatsen. Ze zet vraagtekens bij de oplopende kosten van het Spuiforum en benadrukt dat de cultureel-maatschappelijke functie van het Zuiderstrandtheater behouden moet blijven.

GroenLinks wil in Utrecht inzetten op wijkgerichte cultuuractiviteiten en het behoud van creatieve broedplaatsen. Leidsche Rijn moet een eigen cultureel centrum krijgen dat past bij de omvang van de wijk en ideeën van de inwoners ervan. De budgetten voor cultuureducatie moeten behouden blijven. Bij subsidieverleningen moet de financiële haalbaarheid kritisch bekeken worden en de partij wil kleine culturele initiatieven makkelijker tot stand laten komen.


PvdA: diversiteit en laagdrempeligheid
In Amsterdam wil de PvdA het cultuurbudget opschroeven. Er moet worden geïnvesteerd in jongerencultuur, cultuureducatie en het fatsoenlijk betalen van werknemers in de sector. Ook wil de partij de amateurkunst steunen en samenwerkingen met professionele kunst stimuleren. De PvdA wil de cultuurhuizen in Zuidoost, Nieuw-West, Noord en West een extra impuls geven. In Oost is bovendien ruimte voor een nieuw cultuurhuis. Het aantal debathuizen moet op hetzelfde peil blijven of worden uitgebreid. Bovendien benadrukt de partij het belang van de Code Culturele Diversiteit en de Governance Code Cultuur.

In Rotterdam wil de partij enerzijds nieuwe ontwikkelingen stimuleren, en anderzijds inzetten op het betekenisvol houden van bestaande cultuur in de veranderende samenleving. Daarom, schrijft de partij in haar programma, moet de cultuursector zelf ook veranderen. Dat gaat volgens de PvdA verder dan het programmeren voor een diverser publiek: de diversiteit van de stad moet worden opgenomen in de organisaties. Daar gaat de partij in Rotterdam op inzetten.

In Den Haag zet de PvdA in op laagdrempeligheid van kunst en cultuur – mede door minima gebruik te laten maken van de Ooievaarspas. De partij wil wijkcultuurankers in alle stadsdelen en investeren in cultuureducatie op alle basisscholen in de gemeente.

In Utrecht zet de partij in op cultuur in wijken en buurten. De partij onderstreept het belang van de cultuurhuizen daarin. In Leidsche Rijn wordt geïnvesteerd in culturele voorzieningen en het UCK krijgt een extra investering. De partij wil de kloof tussen inwoner en kunst slechten: er wordt een cultuurmakelaar aangesteld, Culturele Zondag moet dichter bij de bewoners van de stad worden georganiseerd en er moeten gratis openluchtvoorstellingen worden georganiseerd. Bovendien moet cultuur toegankelijk zijn voor kinderen, de partij wil initiatieven als Jeugdcultuurfonds ondersteunen.


CDA: amateurkunst en minder subsidieafhankelijkheid
In Amsterdam vindt het CDA dat de besteding van grote sommen belastinggeld vraagt om democratische controle. Externe adviseurs zoals de Kunstraad moeten een zwaarwegend advies opstellen, maar de beslissingsbevoegdheid moet terug naar de gemeenteraad. Daarnaast vindt de partij het belangrijk dat kunstinstellingen waar mogelijk minder financieel afhankelijk van de gemeente worden, moet er meer cultuureducatie buiten de school komen en zet de partij in op openbare voorstellingen (bijvoorbeeld gratis opera tijdens het Holland Festival). Bovendien hecht de partij belang aan een goede spreiding van de cultuurinstellingen, met name buiten de ring.

In Rotterdam zet de partij er vooral op in om naast de financiering van culturele iconen ook jong talent de kans te geven en te financieren.

In Den Haag schrijft de partij in haar programma alleen dat ze niet verder wil bezuinigen op de culturele sector.

In Utrecht benadrukt de partij het belangrijk te vinden dat kunstinstellingen nooit uitsluitend van gemeentesubsidies afhankelijk zijn. Bovendien pleit de partij voor meer subsidie voor amateurkunsten en investeringen in cultuureducatie voor jongeren van 15 tot 25 jaar. Het CDA is voorstander van verbindingen tussen amateurgezelschappen, culturele instellingen en initiatieven als festivals. Ook vindt de partij dat er naast het meerjarensubsidiebeleid geld moet vrijkomen voor nieuwe initiatieven lopende die periode.


SP: lokale bewoners en laagdrempeligheid
In Amsterdam wil de SP zich actief inzetten voor de lokale kunst- en cultuursector, in tegenstelling tot wat zij de ‘internationaliseringsverslaving van de cultuurbeleidmakers’ noemen. Bovendien moeten er gratis cultuurlessen voor kinderen van minima worden aangeboden.

In Rotterdam wil de SP meer diversiteit en financiële ruimte voor jonge, vernieuwende kunstinitiatieven. Het cultuurbudget wordt bovendien structureel verhoogd.

In Den Haag zet de partij in op laagdrempeligheid en bereikbaarheid van cultuur. De subsidies worden niet verlaagd en de gemeente heeft oog voor diversiteit. Qua vastgoed worden leegstaande panden omgezet in creatieve broedplaatsen en kunnen antikraak-ateliers worden omgezet in permanente ateliers. De raad krijgt bovendien meer mogelijkheden om de bouw van het Spuiforum bij te sturen.

In Utrecht wil de partij de tarieven voor cultuureducatie omlaag halen. Daarnaast zet de partij in op cultuurinitiatieven in de wijken en wil ze leegstaande panden beschikbaar stellen als creatieve broedplaatsen. Ook wil de partij complexiteit in regelgeving en onnodige bureaucratie wegnemen, om meer ruimte te scheppen voor culturele initiatieven.


ChristenUnie / SGP: cultuurankers en wijkcultuurhuizen
De ChristenUnie stimuleeert in Amsterdam de samenwerking tussen scholen en culturele voorzieningen. De partij verleent steun aan culturele instellingen en manifestaties die de historie van de stad accentueren en uitdragen.

De SGP schrijft in haar verkiezingsprogramma in Amsterdam terughoudend te willen zijn met het verlenen van subsidies voor podia en theaters, aangezien deze vanzelf gaan profiteren van het hoogwaardig toerisme dat de SGP wil aantrekken.

In Rotterdam wordt in het gemeenschappelijk verkiezingsprogramma van ChristenUnie en SGP niet over kunst en cultuur gesproken.

In Den Haag stimuleert de ChristenUnie/SGP de sector om verbinding te blijven zoeken met de stad, bijvoorbeeld door cultuurankers of het tijdelijk beschikbaar stellen van leegstand. Ook wordt er ingezet op cultuureducatie op basis- en voortgezet onderwijs en MBO’s en HBO’s.

In Utrecht wil de ChristenUnie meer geld beschikbaar maken voor wijkcultuurhuizen. Gesubsidieerde instellingen moet streven naar culturele diversiteit. Er moet door de gemeente voor een goede infrastructuur voor de amateurkunsteducatie worden gezorgd. Ook komt er een zorgvuldig voorstel over het cultuurbudget voor het nieuwe Kunstenplan, onder andere gebaseerd op de sectoranalyses.


PvdD: meer geld, meer participatie
In alle vier de steden wil de PvdD het budget voor cultuur(educatie) structureel verhogen. De partij wil cultuurparticipatie voor mensen met een minimuminkomen, beperking of chronische ziekte stimuleren en creatieve broedplaatsen creëren.

In Den Haag wordt de financiële steun aan cultuurankers, cultuureducatie en amateurkunsten structureel verhoogd. Het Spuiplein wordt vergroend en verbonden met het park bij de Nieuwe Kerk en de ingang van het Theater aan het Spui. Het Zuiderstrandtheater blijft behouden voor een publieke functie en wordt niet gesloopt voor maritieme bedrijvigheid.

Daarbij benadrukt de PvdD in Utrecht dat door de bezuinigingen op het UCK de cultuureducatie in gevaar is; de gemeente moet zich blijven inzetten om kunsteducatie op scholen te bevorderen.


PVV: onzin
In Rotterdam wil de PVV stoppen met ‘onzinsubsidies voor onder andere kunst, cultuur en duurzaamheid.’

In Den Haag wil de PVV een gecontroleerde afbouw inzetten van de vijftig miljoen euro die is bestemd voor kunst en cultuur, met jaarlijks 25 procent. Ook zijn Nederlands erfgoed, tradities en de eigen cultuur een vereiste voor subsidietoewijzing.

In Utrecht hebben we geen verkiezingsprogramma van de PVV voor de aankomende periode kunnen vinden. 

Foto: Gijsbert van der Wal

Reageer

Uw E-mail adres zal niet gepubliceerd worden.