Hengelo verhoogt de subsidie voor zijn Rabotheater jaarlijks met 416.000 euro. Dat heeft de gemeente met een ruime meerderheid op 18 juli besloten in een tumultueuze raadsvergadering. De verhoging was nodig, omdat het theater door eerdere bezuinigingen niet in de huidige vorm kon voortbestaan.

Zonder extra steun zouden bij het Rabotheater (vanaf 1 september Schouwburg Hengelo) steeds meer tekorten ontstaan met name in onderhoud van het gebouw en de theatertechnische installaties.

Met de structurele verhoging handelt de raad naar de eindrapportage van Bureau Berenschot Modellen voor toekomstbestendige Theaterfunctie (2016). Dat concludeerde dat ‘het Rabotheater ten opzichte van vergelijkbare theaters een relatief kleine begroting heeft en ten opzichte van het landelijk gemiddelde een lage subsidie’.

Door de beslissing van de gemeenteraad ligt er volgens directeur Raoul Boer ‘nu wel een stevig en afdoende financieel fundament om te blijven voortbestaan’. Er kan nu voldoende gespaard worden voor groot onderhoud en vervangingen. Deze zomer wordt al het besturingssysteem van de trekkenwand vernieuwd, komen er nieuwe stoelen in de grote zaal en wordt een extra toiletblok gebouwd.

Overname
Waar verhoging van om het even welke subsidie gebruikelijk tot felle discussies voert, raakten de gemoederen in de raadsvergadering ditmaal niet zozeer verhit door het geld, maar door een voorstel van het nabijgelegen Wilminktheater in Enschede, dat door cultuurwethouder Claudio Bruggink ‘als onderlegger’ was meegenomen naar de vergadering.

In dat voorstel worden Wilminktheater en Rabotheater samengevoegd, waarbij directie en staf van het Rabotheater afvloeien en de gehele programmering en marketing geconcentreerd worden in Enschede. Geen enkel raadslid in Hengelo wilde echter steun verlenen aan het voorstel. De raad gaf het Rabotheater de opdracht mee een toekomstbestendig plan te ontwikkelen met een eigen visie op samenwerking in de regio.

Een eerdere verkenning voor samenwerking, begin 2016 uitgevoerd door beide theaters op verzoek van zowel de gemeenteraad van Hengelo als Enschede, liep op niets uit. Juist in dat traject kwam aan het licht dat het Rabotheater een aanzienlijke achterstand had in reserveringen voor groot onderhoud en vervangingen en € 370.000,- per jaar te kort kwam om bedrijfseconomisch voldoende af te schrijven. Ook stelden beide gemeenten vast dat er een aanzienlijke disbalans is tussen de door beide theaters ontvangen subsidie en in te brengen middelen: de gemeentelijke subsidie bleek in Enschede per inwoner drie keer zo hoog als in Hengelo.

In een reactie spreekt directeur Judith Hartman van het Wilminktheater van een gemiste kans. ‘Wij hebben de overtuiging dat een integratie van programmering en marketing goed zou zijn voor het publiek in Twente. Tegelijkertijd weten we dat het een forse klus zou zijn geweest.’