‘Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht vraagt leerlingen van etnische achtergrond voor de drama-, docenten- en acteursopleiding.’ Decennia voordat de Raad voor Cultuur diversiteit tot hét sleutelwoord voor de theaterwereld heeft gebombardeerd, hengelde de HKU al in 1989 naar studenten met een kleurtje. Die zouden het theaterlandschap van het witte imago af moeten helpen.

De 18-jarige Najib Amhali zag er wel wat in na zijn rommelige traject langs de LTS autotechniek, een korte flirt met de banketbakkersopleiding (toch geen goed idee volgens vader Amhali, omdat zijn zoon dan met varkensvlees te maken zou krijgen), en baantjes bij wegrestaurant De Krokodil in Krommenie en de Zwarte Markt in Beverwijk.

Daar in Utrecht zou hij zijn creativiteit wel kwijt kunnen en het was een mooie manier om het beklemmende familieleven in Krommenie te ontvluchten. Vooral zijn vader, die behalve een vrolijke, laconieke man ook een stevige drinker en gokker was, begon hem danig op de zenuwen te werken. Hij is overleden voordat zijn zoon furore maakte.

De theorielessen braken Amhali op. Hij las en bestudeerde de stukken van Pinter, Molière en Shakespeare, zoals hem was opgedragen, maar het was zijn belevingswereld niet. Toen zijn studievriend Jeffrey Spalburg hem meenam naar de Amsterdamse Stadsschouwburg voor een stuk van Toneelgroep Amsterdam met Pierre Bokma werd hij onrustig. Hij vond het ‘gij dit, en gij dat’ behoorlijk pompeus en toen hij van zijn vriend hoorde dat er in het drie uur durende stuk geen pauze zat, stapte Amhali op en beende de zaal uit.

Goddank kwam Raoul Heertje op zijn pad, die hem het stand-upgezelschap Comedytrain inloodste. Verder op sleeptouw genomen door mannen als Eric van Sauers en Theo Maassen won Najib Amhali in 1998 het Leids Cabaret Festival. Daarna ging het pijlsnel met zijn carrière. Hij speelde alleen nog maar voor uitverkochte zalen en in meerdere films en tv-series. Zijn amusement-cabaret vond misschien niet altijd genade bij de maatschappij kritische collega’s en recensenten, maar het publiek van Najib Amhali trok zich weinig aan van recensies in NRC en de Volkskrant.

De beschrijving van de strubbelingen op de HKU (in 1994 studeerde hij wel af) is een van de aardigste stukken uit de biografie van Najib Amhali, opgetekend door Marcel Langedijk. Amhali is pas 49, en wij mogen aannemen dat hij nog lang niet aan het eind van zijn carrière is. En dan toch al een biografie. De directe aanleiding voor het boek is de voorstelling Waar was ik? Daarmee sloot Amhali in 2019 een periode van ongeveer acht jaar af waarin hij door seks, drugs (alles wat je maar kan bedenken, maar vooral coke) en rock ’n roll nauwelijks nog wist wat hij op aarde aan het doen was. Op het podium hield hij zich staande. Maar als zelfs je dealer zegt dat je het een beetje rustiger aan moet doen, dan heb je het blijkbaar wel erg bont gemaakt.

In Waar was ik? neemt Amhali ons terug naar de flat in Krommenie waar hij is opgegroeid. Waar elk dubbeltje omgedraaid moest worden en waar nooit de echte vissticks van Kapitein Iglo op tafel kwamen, maar de ‘visniks’ van de Aldi. We zien een berg grof vuil, waar de kleine Najib een drumstel van wist te maken. Vol ironie vertelt hij dat er in de galerijflat nu voornamelijk Polen en Bulgaren wonen en dat je je er als Marokkaan niet meer veilig voelt.

Na dit romantisch melancholieke stuk wordt de voorstelling grimmiger. Amhali vertelt over zijn verstikkende gok- en cokeverslaving, waarmee hij er ‘twee Ferrari’s doorheen gejaagd heeft’. Hij ging wel door met optreden, maar hij verwoestte twee huwelijken en zijn neusschotje. Het derde huwelijk hield alleen stand door het engelengeduld van zijn huidige vrouw Niama en, na meerdere mislukte pogingen in Limburg en Portugal, de juiste afkickmethode in de kliniek van Jim Geduld.

In Carré, waar Waar was ik? in première ging, hing een gemoedelijke, warme sfeer. De verloren zoon werd weer in de armen gesloten. En die zoon wist precies wat hij moest meebrengen om alles weer goed te maken, zowel voor hemzelf als voor zijn trouwe aanhang: een heftig persoonlijk verhaal over het dieptepunt in zijn leven, over de verslaving, die als een sluipschutter toeslaat op een zwak moment en zo je leven vergalt. Maar het verhaal werd door Amhali opgediend met een fantastische humorlaag en met veel zelfspot en zijpaadjes, waardoor de ontboezemingen uitstekend te verteren waren voor een publiek dat Amhali tot voor kort eigenlijk alleen maar kende als die zorgeloze succesvolle cabaretier.

Ik haat de boer die het verbouwde
De smokkelaar die het versjouwde
De dealer in Abcoude
En mezelf die z’n neus volstouwde

Wie deze voorstelling heeft gezien, hoeft de biografie eigenlijk niet meer te kopen, want het succesverhaal van het Marokkaanse jochie uit het arme gezin naar het megasucces is wel bekend. En als je de cokeboeken van de voetballers Wim Kieft of Andy van der Meijde hebt gelezen, dan ken je dat droevige sfeertje wel. Daarbij is het ook zeker geen literair meesterwerkje. Marcel Langedijk hanteert eigenlijk dezelfde losse stijl als Amhali zelf, maar dat doet het op het podium beter dan op papier.

Ook in de stukken die echt over het theater gaan en die wat onder de oppervlakte grijpen, zoals het optreden in De Kuip met Jandino Aspiraat, blijft de toon licht en luchtig. Amhali moest de tournee van (N)ergens goed voor (2016) afzeggen, omdat hij zichzelf gesloopt had. Daarmee dupeerde hij vele theaters. Het knaagde aan hem dat het optreden met Jandino Asporaat in De Kuip een half jaar later om praktische-financiële redenen wel door moest gaan. Zijn vertrouwelingen waren het er allemaal over eens: dit was een ‘kutshow’. Buiten zijn eigen kring wist toen nog niemand hoe diep Amhali in de problemen zat. Daarna volgde de, tot nu toe, succesvolle behandeling.

Behalve inzicht in het leven van een coke verslaafde en het grote succes van Amhali, geeft deze biografie ook nog wel een helder beeld van de familie van Najib, en dan vooral van zijn liefdevolle moeder en twee broers. Reduouan krijgt zijn leven door zijn drugsgewoontes ook maar heel moeilijk op de rails en wordt met regelmaat door de portemonnee van Najib uit de brand geholpen. Jamal, die zijn manager is geweest en nu vooral de financiën in de gaten houdt, komt als de nuchterste van het stel naar voren, maar die wist soms ook niet meer wat hij met zijn losgeslagen cabaretbroer aan moest.

Amhali is clean, maar hij weet dat verslaving in je kop blijft zitten, en dat weet hij beklemmend te verwoorden: ‘Er is iets in mijn hersenen geactiveerd. Wit poeder is coke voor mij. Bloem op een aanrecht? Coke. Melkpoeder? Coke. Het sneeuwt! Coke. Overal waar het woord lijn in zit, ook zoiets. Ik ben er elke dag mee bezig. Ik word er niet mee wakker, ik schrik er ook niet meer van, maar het is er wel. Altijd.’

Najib – De biografie, Marcel Langedijk, Lebowski, 224 pagina’s, 21,99 euro.