Eigenlijk is het begrip ‘relatiedrama’, dat steevast wordt vastgeplakt op Wie is er bang voor Virginia Woolf? verkeerd. Er is niet snel een andere aanduiding voor te vinden, ‘kinderwensdrama’ of ‘kinderloosheidsdrama’ zouden passender zijn. Zeker na het zien van Wie is er bang voor Virginia Woolf? door Kobra Theaterproducties in de regie van Hanneke Braam, mag het genre van dit meesterwerk van Edward Albee uit 1962 graag opnieuw belicht worden.

Kobra Theaterproducties komt voort uit Hummelinck Stuurman Theaterbureau (later: Korthals Stuurman Theaterbureau), die de eer én de lof toekomt sinds 2002 om de vijf jaar het stuk op te voeren. Dat had enkele onvergetelijke uitvoeringen tot gevolg, met ook nog eens vaak de top van het Nederlandse toneel. Constante lijkt onderhand een bankstel te zijn.

In voorgaande versies waren dat bruinleren Chesterfield-banken, nu domineert een reusachtige zalmbruine negenzitsbank het decor. Ontwerper Calle de Hoog verzon een prachtig beeld voor de drankzucht van het legendarische echtpaar Martha en George: de gehele achterwand is als een bibliotheek van drankcontainers (180 stuks!) met kleurrijke kraantjes eraan, telkens anders belicht, van oranje naar rood of groen – als een soort soundscape van drank. Een bibliotheektrappetje leidt omhoog. De belichting (Stefan Dijkman) harmonieert met de felgekleurde kostumering van vooral Martha en Honey door Dorien de Jonge: hardgroen, felblauw, knaloranje, roze. Het stuk speelt zich af in een doorgezopen academisch milieu, waarin boeken plaats maken voor drank: whisky en cognac.

Bij de eerste aankondiging van de cabaretiers Sanne Wallis de Vries en Bas Hoeflaak als de hoofdrolspelers en stand-upcomedian Alex Ploeg met naast hem Claire Bender als het bezoekende stel Nick en Honey, was het even schrikken: cabaretiers in Virginia Woolf? Maar na ruim twee uur spannend, heftig, soms té hels theater, met explosies van pure laaghartige gemeenheid en gelukkig ook verstilde intimiteiten, is alle schroom weggenomen.

Sanne Wallis de Vries is de meest fysieke, beweeglijkste Martha die ik ooit eerder heb gezien, begiftigd met een ongekend scala aan mimische expressie. In één en hetzelfde spelmoment combineert ze het vileine met het empathische, genegenheid voor George en afkeer van hem; gedraagt ze zich sletterig jegens de blonde gespierde Nick en begripsvol jegens de ‘heuploze muis’ Honey, de jonge vrouw die lijdt onder de pijn van schijnzwangerschappen. Al werd er bij de première veel gelachen, begrijpelijk ook vanwege het ongemak van deze thema’s, eigenlijk is het intriest wat Albee ons voorspiegelt.

Hard en shockerend is het stuk nog altijd, destijds in de jaren zestig en nog steeds. Vooral Bas Hoeflaak als de treiterzieke George gooit zich met volle kracht in het spel, hij bulldozert door en dwingt iedereen te gehoorzamen aan zijn spelregels. Crux van het toneelstuk is de imaginaire zoon die Martha en George hebben, ze hebben afgesproken dat hij echt bestaat. Het eerste kantelmoment is wanneer Martha iets van dit geheim verklapt jegens Honey: je ziet George eerst imploderen, hij begint als een razende te zinnen op wraak. Meer prijsgeven is jammer, er zijn altijd toeschouwers die Virginia Woolf? voor het eerst zien. Wie het stuk kent, ziet elke keer nieuwe aspecten, briljante herhalingen van motieven plus de tegelijkertijd ijzersterke en bewonderenswaardige greep van Albee op het materiaal.

Braam concentreert zich in haar spelregie op heftigheid en uitvergroting, geïnspireerd door de spelers die uptempo acteren, snel schakelen, ogenschijnlijke details trefzeker brengen. Erg fraai is in dit opzicht de Honey van Bender: aanvankelijk is ze schuw, moet ze telkens overgeven, houdt ze zich op het tweede plan, maar gaandeweg lijkt ze de regie van de gehele krankzinnige nacht over te nemen. En bedient ze zelfs de nauwelijks verholen agressie van George van weerwoord en tegenspel.

Ploeg heeft een minder uitgesproken rol, maar als hij voorzichtig de krachtpatserij van de ontspoorde George probeert te imiteren, geeft hij iets prijs dat ik niet eerder zag: beide stellen zijn kinderloos, wat betekent dat voor de mannen in kwestie? Hoezeer overschreeuwt George zich en vindt hij iedereen tegen zich? Martha die timide fluisterend zegt: ‘Niet doen, George’. Hoeflaak hoort haar woorden, je ziet dat hij incasseert. Tegelijk bedenkt hij een nieuwe, nóg pijnlijker strategie. Leugens maken daarvan onderdeel.

Er zit verbale muziek in deze versie, zoals bijvoorbeeld Sanne Wallis de Vries die het refrein herhaalt: ‘Martha en George, triest triest triest’. Een beslist hoogtepunt is Martha’s monoloog als ze op de bibliotheektrap staat en het spel van de verbeelde zoon meespeelt met George. Haar stem is liefderijk en ontroerend evoceert ze haar kind, te beginnen bij de bevalling totdat hij op eigen benen staat en in de zomers nooit meer thuiskomt. Het publiek weet wat George nog in petto heeft, als slotakkoord van de avond: er is een telegram bezorgd. Maar is dat wel zo? En waar is dat telegram? Dan volgt de knappe verstilling van de laatste scène, Martha met haar hoofd moegestreden op de leuning van de bank. Morgen is het zondag, ‘de hele dag’. Hun liefde en hun verhouding lijken ongebroken, er gloort zelfs iets van hoop.

Foto: Annemieke van der Togt