Panama Pictures, het gezelschap dat dans en circus combineert, brengt met Tipping Point een enerverende voorstelling waarin zes dansers de zwaartekracht trotseren en uitdagen. Het bewegende decor is fantastisch en alles bepalend.

Dans en acrobatiek op een draaiend of een kantelend plateau. De Franse circusmaker en choreograaf Yoann Bourgeois blinkt er in uit, zijn landgenoot Aurélien Bory van circus Cie 111 experimenteerde er ook mee. Ze bevinden zich in goed gezelschap.

Choreograaf Pia Meuthen van Panama Pictures plaatst haar dansers en acrobaten vaak in wankele en onstabiele situaties. In Tipping Point, haar nieuwe voorstelling, doet ze er een schepje bovenop. Op een ingenieus gemaakt plateau dat helt, kantelt en draait, moeten de zes performers zichzelf zien te redden, en als het kan de ander ook.

In de zomer nog toonde Panama Pictures The Weight of Water, een wiebelende installatie op het water waarop dansers (in hun strakke pakken leken ze machthebbers) moesten proberen evenwicht te behouden en te herstellen. Dat lukte zelden, want soms ging iemand zijn eigen weg en vergat de ander.

In Tipping Point borduurt Pia Meuthen daar op voort. Waar een maker als Yoann Bourgeois een wankel plateau ziet als een metafoor voor een uit elkaar spattende relatie, daar staat bij Panama Pictures een instabiel obstakel voor een ontwrichte samenleving waarin bundeling van krachten noodzakelijk is om de balans te herstellen. Een actueel thema.

Voor de spelers is het wonderlijke plateau waarop ze bewegen een uitdaging, tegelijkertijd een beperking, want ze mogen de zwaartekracht geen tel uit het oog verliezen. Bovendien zijn ze nooit alleen, ze houden steeds rekening met de ander.

De voorstelling begint in het duister. Op de vloer hangt rook en de contouren van een paal, of is het een scheve boom, tekenen zich af. Gesteund door dreigende, dwingende muziek zetten de zes een voet op het plateau. Voorzichtig, met aandacht.

Zoals zij het obstakel stapje voor stapje ontdekken, zo kan het publiek beetje bij beetje een beeld vormen van het kolossale gevaarte, want het licht wordt feller en de ogen wennen. Door het gewicht van de performers begint de kolos meteen onvoorspelbaar te bewegen en te hellen. Het gevaarte kantelt alle kanten op.

Het object staat geïsoleerd op de vloer en doet denken aan een meteoriet. De vorm is die van een opengeklapt boek, een vlakke vloer met daarop een schuine wand.

Op die schuine wand is een greep. Dansers kunnen daaraan hangen en hun voet op plaatsen. De paal op het plateau blijkt een smalle ladder te zijn die, afhankelijk van de positie van het gevaarte, schuin of rechtop staat. In de vloer zit een gapende opening, een extra belemmering om vrij te bewegen.

Die ‘meteoriet’ is een fascinerend obstakel en veel ruimte voor dansers biedt die niet. Iedere performer gaat op zijn eigen manier op onderzoek uit, klimt naar de rand, zet de voeten op de ladder of de greep, loopt, draait, klautert omhoog, glijdt naar beneden. De bewegingen zijn klein en subtiel, althans in het begin. De interactie neemt toe: een helpende hand, een steuntje in de rug, even tillen, een duwtje zodat de ander kan klimmen.

Pia Meuthen werkte in voorgaande voorstellingen uitsluitend met mannelijke performers. Vertrouwde gezichten en goede bewegers als Tarek Rammo, Francesco Barba en Davide Bellotta zijn ook nu te zien. Maar er is ook een vrouwelijke performer: de Spaanse Candela Murillo. Of het aan haar aanwezigheid ligt? In ieder geval heeft de voorstelling een andere sfeer. Minder haantjesgedrag en concurrentie, meer zachtheid, zorg en vertrouwen.

Als de dansers en acrobaten het kantelende object hebben onderzocht en het vertrouwen toeneemt, worden bewegingen groter en krachtiger. Tarek Rammo klimt in de ladder, hangt eraan, zowel verticaal als horizontaal en hij klimt op de schouders van twee andere spelers.

Met meer aandacht voor de zwaartekracht ontstaat er ruimte voor spannende acrobatiek. Toch bekruipt me na een kwartier, het gevoel dat deze voorstelling met zes bewegers op zo’n kleine ruimte, hoe instabiel ook, nooit een uur lang spannend kan blijven.

Dat blijkt het toch te zijn. De draaiende, kantelende meteoriet, ontworpen door Sammy Van den Heuvel, blijkt meer mogelijkheden te bieden. Na een stevige kanteling verandert de schuine kant in een verticale vloer en de vloer van het obstakel wordt de schuine wand. De performers kunnen daar met hartenlust tegenop klauteren. Het enorme gevaarte laat zich nog duidelijker zien en blijkt te steunen op een enorme bal.

De openingen in de vloer van het gevaarte bieden de dansers nieuwe mogelijkheden, voor verstilling, voor acrobatiek, ook voor een kort, maar prachtig duet. Tarek Rammo, later ook Candela Murillo, glijden door de openingen naar beneden, ondersteboven, langzaam, dan weer vlug. Ze worden er door anderen razendsnel uitgetild.

Een schitterend moment is de scène waarin dansers en acrobaten in formatie bewegen. Eerst ingetogen, verfijnd, alleen met hun heupen, dan met een schouder, een arm, uiteindelijk uitbundig met beide armen. Het is een fijne afwisseling en dat kan de voorstelling gebruiken. Sprookjesachtig is het moment waarop de performers, liggend op hun rug en op hun zij, in slow motion, ogenschijnlijk gewichtloos, bewegen als astronauten in een ruimtecapsule.

En of het de zes lukt om volledige balans te bereiken? De toeschouwers bij de première in de Verkadefabriek in Den Bosch zagen het antwoord op die vraag.

Foto: Teis Albers