Marie Khatib-Shahidi staat tussen twee bomen. Horizontaal. Haar benen tegen de ene boom, de armen tegen een andere. Hier kan dat. Van sommige voorstellingen op Oerol vraag je je af welke indruk ze zullen maken in een reguliere theatersetting. Hush van De Dansers is er zo eentje.

Bomen genoeg, dennen vooral, maar de dode boom tegen de achterkant van de rechthoekige dansvloer doet een beetje denken aan een eenzame treurwilg. Past goed bij de sfeer. Guy Corneille staat vooraan met zijn gitaar en zingt: ‘Cry me a river and I will swim.’ Hush is de titel van de nieuwe voorstelling van De Dansers. ‘Stil maar’, zingt Corneille, ik zal je troosten als het even tegenzit.

Op het lege speelvlak is er verder alleen een sax, de drumkit van Ruben van Asselt en het keyboard van Hans Vermunt. Allemaal een beetje aan de zijkanten, want De Dansers hebben de ruimte nodig. Ze komen energiek in tweetallen op vanuit het publiek, bespringen elkaar, werken elkaar naar de grond, laten elkaar los en gaan even rap weer af. De vanzelfsprekendheid waarmee dans bij hen naadloos overgaat in soms opzwepende muziek, de momenten van verstilling, de ijle zang van Corneille, is inmiddels een beproefd recept van de Utrechtse groep. Aantrekkelijk, al ligt het risico van sleetsheid op de loer.

Choreograaf Josephine van Rheenen geeft elke productie toch weer zoveel eigen kleur mee, dat het nét anders is dan het voorafgaande, al is dat verschil niet zo makkelijk in woorden te vangen. In 2019 stond Shake Shake Shake hier op Oerol tegen een hoog duin opgesteld. Toen leken de leden van de groep vooral elk hun eigen dingetje te willen doen, veel solostukken, ook in muziek, die dan weer in euforische groepsstukken uitliepen. Van hun Hold Your Horses (2021) herinner ik me het meer collectieve element, het rennen in cirkels door de hele groep en het gesleep met tafels en stoelen, dansbewegingen die zo klein als met ineengestrengelde vingers werden uitgedrukt. Ingetogenheid. Vertrouwen. Je blind aan een ander durven overgeven door achterwaarts van een tafel af te duiken.

Hush moet het in de brandende zon op Terschelling van de grotere gebaren hebben, de dennen op de heuvel geven de ruimte om weg te rennen, je te verstoppen, elkaar troostend na te lopen. Verdriet en frustratie laten zich geweldig uitdrukken door je keihard in het mulle zand te werpen, zoals Haveman en Marie Khatib-Shahidi prachtig synchroon doen. ‘Share with me your sorrow’, van Corneille klinkt daarna als een uitnodiging.

Tussen de bomen staan de vijf andere leden eerst wat verder van elkaar af, dan zo dicht bij elkaar dat ze hun hoofd even op een schouder kunnen leggen. Mooi beeld, dat je nog wel in het theater kunt nabootsen. Die bomen, dat wordt een dingetje als de voorstelling na een aantal festivals dit najaar op zaaltournee gaat. Maar als Oerolproductie is Hush geslaagd. We weten niet precies waar we nou naar gekeken hebben, we voelen het vooral. De Dansers hebben het weer geflikt. Nu nog die teksten van Corneille een keertje uitbrengen. 

Foto: Bart Grietens