Het grote probleem met Het programma is geannuleerd maar de voorstelling gaat door is dat de aanpak van theatermaker Max Wind veel te braaf blijft.

Zelden heeft een voorstelling zo het gras voor de voeten van de recensent weggemaaid als Het programma is geannuleerd maar de voorstelling gaat door van Max Wind. Aan het slot van de voorstelling organiseert hij namelijk zijn eigen kritiek: een publiekslid staat op en beschuldigt hem ervan dat hij het bedroevende niveau van de Nederlandse debatcultuur slechts opnieuw ten tonele heeft gevoerd, in plaats van met een beter alternatief te komen. De meta-ingreep leidt tot een geestige reactie – Wind blijkt al een mea culpa te hebben voorbereid waarin hij ‘de ophef betreurt’ – maar dat leidt slechts ten dele af van het feit dat de kritiek precies de vinger op de zere plek legt.

Wind was dit jaar artist in residence bij debatcentrum De Balie, en maakte daar enkele scherpe theatrale interventies bij discussieprogramma’s. In zijn afsluitende voorstelling speelt hij zelf de rol van moderator van een gelivestreamde talkshow bij ‘een middelgroot debatcentrum’, waarin hij verschillende gasten aan de tand voelt over het controversiële nieuwe boek van een omstreden schrijver (de exacte inhoud van ‘Wakkerdam’ komen we nooit te weten, maar de gesprekken lijken te wijzen op een roman waarin zo’n beetje alle minderheden in de samenleving worden geschoffeerd). Het loopt echter al snel in de soep: de ene na de andere gast zegt op het laatste moment af, waardoor ‘Max’ en zijn team flink moeten improviseren, en alles gierend uit de hand loopt.

Het probleem daarbij is echter inderdaad dat Wind de realiteit van Nederlandse praatprogramma’s (althans die op televisie) te weinig ontstijgt. De maker en zijn acteurs maken geestige karikaturen van onder anderen een Raisa Blommestijn-achtige vrijheid-van-meningsuitingsfundamentalist, een Amerikaanse self-helpgoeroe, een voor poging tot doodslag veroordeelde popster die vindt dat hij onderhand wel lang genoeg boete heeft gedaan en een luie stand-upcomedian die belediging voor humor aanziet.

De archetypes zijn echter zo overbekend dat het geheel weinig toevoegt aan de schaamteloze stupiditeit en ijdelheid die je iedere dag al op televisie en op sociale media kan zien, en het drama achter de schermen is eveneens te oppervlakkig om tot leven te komen. Je wenst regelmatig dat Wind nog veel meer het absurdisme op zou zoeken om de verwikkelingen minder braaf en voorspelbaar te maken.

Pas als tegen het einde van de voorstelling een toeschouwer opstaat om Wind de wind van voren te geven kantelt er iets in de voorstelling. De manier waarop de maker met de kritiek omgaat, spiegelt namelijk in tekst en choreografie precies hoe de gecancelde muzikant zich gedroeg: de slachtofferrol opzoeken, gaslighten van de criticaster, weglopen, steun zoeken bij het publiek, en uiteindelijk de kritiek gewoon negeren.

Zo trekt de theatermaker één lijn tussen iedereen met een machtspositie in de media op wie fundamentele kritiek wordt geuit: in plaats van serieus op de klachten in te gaan, klampt men zich vast aan het eigen gelijk, en blijven dezelfde rolverdelingen zich avond na avond herhalen zonder dat iemand er een meter mee opschiet. Treffend schetst Het programma… zo een beeld van een media-elite die wanhopig vecht tegen haar eigen irrelevantie.

Ondanks het beklijvende slot blijf je als toeschouwer toch enigszins onbevredigd achter. Juist vanwege de manier waarop de maker de mogelijke kritiek op zijn insteek al in de voorstelling heeft opgenomen, voelt het als een zwaktebod om zo dicht bij de bekende en geestdodende realiteit van het mediacircus te blijven.