Recensie

Ashes to ashes
Toneelschuur Producties
★★★★★ Toneel
24 mei 2014 - Toneelschuur, Haarlem - Speellijst
Pinters vlijmscherpe dialoog fascineert opnieuw
Door gepubliceerd 25 mei 2014

Devlin pakt een hand snippers, terwijl hij haar gevangen houdt tussen zijn knieën. Hij duwt de snippers in haar gezicht, pakt dan een nieuwe hand, doet het weer. Eerst spartelt ze nog, dan laat het maar gebeuren. Angst, dan stilte. Berusting.

Het is een plotselinge uitbarsting, het buitelen en sjorren van Devlin (Sander Plukaard) en Rebecca (Jessie Wilms). Ze leken redelijke mensen, de twee personages in Harold Pinters Ashes to ashes uit 1996. Mensen met evenwichtige dialogen over alledaagse dingen, over haar zus of een pen die van een tafel rolde. Maar plots neemt het gesprek een wending, opeens buitelen ze door die snippers. Het komt vaker voor in de voorstelling, zo’n plotselinge uitbarsting. Het is bijna alsof Devlin en Rebecca eigenlijk twee gesprekken voeren: eentje over familie, over huiselijkheid en tegelijk een andere, grimmige dialoog waarin vreemde herinneringen bovendrijven. Herinneringen aan een verleden waarin Rebecca’s kind werd afgenomen en een minnaar haar probeerde te wurgen. Ze wisselen elkaar af, die werkelijkheden, maar er is geen harde grens – ze zijn verweven, zijn één, maar lijken evenzeer doorkijkjes naar gescheiden werelden waar tussen Rebecca’s geest heen-en-weer schiet. Maar wat is echt? Wat is werkelijkheid, wat een vervormde gedachte? En een ander vraagstuk: is Devlin nou haar echtgenoot, haar agressieve minnaar of toch een therapeut?

Precies die verwarring maakt Ashes to ashes fascinerend. Zeker bij deze uitvoering, in regie van Olivier Diepenhorst, winnaar van de Ton Lutz Award 2013 voor beste regie. In zijn handen ademt Pinters voorstelling een soort zuiverheid, simpliciteit bijna. Elk element in het toneelbeeld klopt (ook als het juist ongemakkelijk aanvoelt). Alles lijkt zo simpel: de aankleding, maar ook het doordringende spel van Wilms en Plukaard. Zij spelen met schijnbaar gemak, helder en beheerst. Daarbij is de schitterende setting onmisbaar: het mooie decor van Lisanne Hakkers, het licht van Yuri Schreuders en de kostuums van Esmee Thomassen.

In een pauze tussen twee zinnen kan groot onheil rusten, wist Pinter. Hij schreef ze duidelijk op, de ‘silences’ in zijn dialogen. Juist het serene, de schijnbare simpliciteit kan vreselijk zijn. David Bowie zong het aan het begin van de jaren tachtig, in een hitsingle die dezelfde naam draagt als deze voorstelling: ‘the shrieking of nothing is killing’. Het gillende niets, de pijn van afwezigheid. Van een kind dat verdween, een liefde die overging, het sterven.

Diepenhorst vangt deze pijn en verwarring in zijn Ashes to ashes. Wat een schitterende regie, en met een diepe buiging voor Sander Plukaard en Jessie Wilms.

Foto: Sanne Peper

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

U kunt de volgende HTML tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*
*

LET OP: op deze recensie rust auteursrecht. Voor geheel of gedeeltelijke overname, in welke vorm dan ook, is vooraf toestemming nodig van de uitgever.

Elders

Volkskrant
★★★★☆
'Jessie Wilms speelt Rebecca vrij aards, Sander Plukaard is als Devlin ongrijpbaarder. Met zijn lichte, tikkeltje uitdrukkingsloze stem komt hij akelig dicht bij hoe Pinter die man bedoeld moet hebben - als een bezoeker in zijn eigen spookhuis. Daar liggen de tapijttegels opgestapeld; het kan net zo goed dat dit huis weer bewoonbaar wordt of geheel onttakeld raakt.' Hein Janssen

Speellijst

De eerstvolgende drie speelbeurten van deze voorstelling:

Verwante artikelen

Tags

, , , , ,

  • Elders

    Volkskrant
    ★★★★☆
    'Jessie Wilms speelt Rebecca vrij aards, Sander Plukaard is als Devlin ongrijpbaarder. Met zijn lichte, tikkeltje uitdrukkingsloze stem komt hij akelig dicht bij hoe Pinter die man bedoeld moet hebben - als een bezoeker in zijn eigen spookhuis. Daar liggen de tapijttegels opgestapeld; het kan net zo goed dat dit huis weer bewoonbaar wordt of geheel onttakeld raakt.' Hein Janssen