Colleges Rotterdam en Dordrecht zoeken verbinding in en met de stad


9 juli 2018

Drieënhalve maand na de gemeenteraadsverkiezingen zijn er colleges gevormd in een groot deel van het land. Ook de moeizame onderhandelingen in Rotterdam hebben nu een nieuw college en een nieuw akkoord opgeleverd. De havenstad zet in op ruimte, vrijheid en ondersteuning voor cultuurmakers en initiatiefnemers, en op een breed cultuuraanbod. In Dordrecht worden drie cultuurhistorische mijlpalen gevierd. Het college kiest voor culturele promotie van de stad en vernieuwing van het evenementenbeleid.

De verdere versplintering van het politieke landschap (uitgesproken winst van lokale partijen, opvallende winst voor zowel GroenLinks als de VVD) zorgde in veel gemeenten voor een relatief trage formatie, maar een groot deel van de nieuwe akkoorden is gesloten. In deze reeks artikelen schetst Theaterkrant.nl in samenwerking met Kunsten ’92 een overzicht van de nieuwe bouwstenen voor het gemeentelijke kunst- en cultuurbeleid in de grotere steden. In het vierde deel een beeld van het nieuwe cultuurbeleid in Rotterdam en Dordrecht.

Rotterdam
In Rotterdam vormen zes van de grote landelijke partijen de nieuwe gemeentelijke coalitie. Nadat de onderhandelingen met grootste partij Leefbaar Rotterdam (elf zetels) stukliepen, vormen VVD, D66, GroenLinks, PvdA, CDA en ChristenUnie-SGP tezamen een nipte meerderheid in de gemeenteraad. D66 levert met Said Kasmi de wethouder voor Onderwijs en Cultuur.

In het akkoord Nieuwe energie voor Rotterdam stelt het college dat de (gemeentelijke) politiek zich niet te veel dient te bemoeien met wat voor kunst er wordt gemaakt. ‘Wij stappen af van een beperkend beleid en geven vertrouwen’, schrijft de coalitie. Dit vertrouwen geldt zowel voor bestaande culturele ‘iconen’ als voor nieuwe cultuurmakers.

Om het bereik van kunst en cultuur onder de grote verscheidenheid aan inwoners van Rotterdam te versterken, stimuleert het college vernieuwing. Hierbij zet de stad, naast het verlenen van subsidie volgens de richtlijnen van de Visie Cultuurstad, ook in op intensievere samenwerkingen met de private sector. Ook wil de gemeente cultuureducatie voor ieder kind realiseren. Kinderen die in armoede leven moeten bijvoorbeeld kunnen deelnemen aan culturele activiteiten, als in de Children’s Zone van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid ter verbetering van de wijk Rotterdam Zuid. ‘Gesubsidieerde culturele instellingen met een educatieve taak kunnen bij het Kenniscentrum Cultuureducatie aankloppen’, stelt het college. Dit centrum moet ervoor zorgen dat de middelen goed worden ingezet.

De verbreding van het publieke bereik van de cultuursector is voor het nieuwe college, samen met de bijdrage aan het vestigingsklimaat van de stad, een van de belangrijkste speerpunten voor het nieuwe cultuurbeleid en de subsidieverdeling van het nieuwe Cultuurplanbudget (vanaf 2021). Verder wil de coalitie aansluiten bij de doelstellingen van de landelijke arbeidsmarktagenda cultuur, waaronder de fair practice code. ‘Samen met kunstvakopleidingen en culturele instellingen kijken we hoe we het ondernemerschap van (toekomstige) makers kunnen versterken.’  De ontwikkeling van een introductie- en mentorprogramma voor beginnende kunstenaars zal daarvan een onderdeel zijn. Tot slot wordt ingezet op een vernieuwde architectuurnota, de renovatie van het Museum Boijmans Van Beuningen en de voortzetting van het huidige monumentenbeleid om de aantrekkelijkheid van de stad te handhaven voor zowel inwoners als toeristen.

Rotterdam begroot in 2018 in totaal 125,8 miljoen euro voor cultuur. Dit bedrag loopt vanaf 2019 op met een structurele investering van € 800.000 tot 1,1 miljoen euro vanaf 2020. Het totaalbudget zou daarmee op 126,9 miljoen euro komen. De investeringen gaan naar het Bureau Stadscultuur (€ 200.000 vanaf 2019 tot € 500.000 vanaf 2020), Plan Toerisme (€ 400.000 vanaf 2019), de landelijke arbeidsmarktagenda cultuur (€ 100.000 vanaf 2019) en ‘extra aandacht voor ondernemende makers en ontwerpers’ (€ 100.000 vanaf 2019).

Dordrecht
De lokale partij Beter voor Dordt werd bij de verkiezingen in Dordrecht de grootste partij en vormt samen met VVD, CDA en ChristenUnie-SGP het nieuwe college. Piet Sleeking van Beter voor Dordt wordt de nieuwe wethouder voor Cultuur en Toerisme en neemt ook de portefeuilles Ruimtelijke Ordening, Binnenstad en Personeel en Organisatie voor zijn rekening.

Het cultuurbeleid van Dordrecht wordt hoofdzakelijk opgebouwd rond een aantal historische mijlpalen: in 2018-2019 kijkt de stad terug op 400 jaar Synode van Dordrecht, in 2020 vindt de viering van 800 jaar stadsrechten plaats en in 2021 is het 600 jaar geleden dat het landschap van Dordrecht en de Biesbosch werd gevormd door de Sint Elisabethsvloed. Als onderdeel van de vieringen wil de gemeente voor iedere mijlpaal een passend kunstwerk in de openbare ruimte realiseren.

In de paragraaf Dordrecht viert de stad! geeft het college verder aan het evenementenbeleid te willen uitbreiden en vernieuwen met ‘ruimte voor experiment en nieuwe evenementen, waarbij we jonge Dordtenaren betrekken om met nieuwe ideeën de stad een “hipper” imago te geven. Immers, als je meer jongeren en gezinnen in de stad wilt vasthouden of aantrekken, dan moet je hen ook wat te bieden hebben.’ De gemeente wenst tevens te stijgen in de ranglijst van evenementensteden. Het college meldt dat het mede daarom haar cultuurbeleid en de subsidieverdeling wil herijken, waarbij zij inzet op ‘ondersteuning van díe instellingen die de aantrekkelijkheid van de stad aantoonbaar vergroten.’

Ten slotte wordt aandacht besteed aan het cultureel veelzijdige Energiehuis, waarvoor middelen vrij zullen worden gemaakt voor benodigd onderhoud. Daarnaast worden grote instellingen als de Kunstmin, Bibelot en Stichting Culturele Educatie Zuid-Holland opgeroepen om een actieve rol te spelen in de programmering van het Energiehuis, en zal worden gekeken of ruimer omgegaan kan worden met de exploitatie van de ruimtes aldaar, zodat deze verhuurd kunnen worden aan ‘al dan niet aan de kunsten gerelateerde commerciële partners, die in een deel van het gebouw willen wonen of werken’.

Financieel presenteert het Dordtse college nog geen uitgewerkt kader in het akkoord. Voor het jaar 2018 begrootte het vorige college 37,6 miljoen euro voor Economie, Sport en Cultuur. Gezien de focus op stadspromotie en historisch en cultureel erfgoed zullen eventuele investeringen waarschijnlijk die specifieke richting op gaan – de begroting voor 2019 zal dit echter verder uitwijzen.

In het volgende artikel in deze serie wordt het cultuurbeleid in de nieuwe coalitieakkoorden van Maastricht en Heerlen onder de loep genomen.

Lees hier de coalitieakkoorden:

Nieuwe energie voor Rotterdam (Coalitieakkoord Rotterdam 2018-2022)

Dordrecht: een stad waar je bij wilt horen! (Coalitieakkoord Dordrecht 2018-2022)