Twee enorme houten hoefijzers en een soort houten glijbaan vormen een speeltuin voor drie dansers die zoekend contact leggen met elkaar. Eerst neemt het aftastend toenaderen interessante vormen aan, waarbij bijvoorbeeld één van de dansers de mouwen van haar overall naar de ander werpt om zo om de hoek van de glijbaan te kunnen komen. Een andere danser is dapper genoeg om als eerste de glijbaan te beklimmen, haar armen trots in de lucht. Wanneer zij er plotseling vanaf glijdt blijken de anderen dat ook te durven. Het heeft iets weg van kinderspel, maar kan ook symbool staan voor de complexiteit en speelsheid van het opbouwen van relaties met andere individuen.

Zo logisch als de opbouw van dit eerste deel is, zo onsamenhangend wordt de voorstelling naarmate zij vordert. Gaandeweg worden de hoefijzervormige houten stukken en ook de helling meerdere keren gedraaid, en wordt de helling uiteindelijk een schommelend schip. Tussen, boven en onder de verschillende onderdelen van de stellage voeren de dansers technisch zeer indrukwekkende handstanden, hoog opgetilde benen met prachtig gestrekte voeten, vloerwerk, en lopende bruggen uit. De bewegingstaal van moderne dans wordt gecombineerd met acrobatiek, wat soms adembenemende effecten heeft.

Desalniettemin ontbreekt een verhaal of onderliggend concept over wat de drie personages al dan niet bij elkaar te zoeken hebben. Een van de dansers beklimt eenzaam het decor terwijl de andere twee haar de rug toekeren en stuurs kijkend op de vloer zitten, wat suggereert dat er een breuk tussen de personages ontstaat. Daarna volgt direct weer een ander soort stuk, waarbij de dansers met elkaar verstrengeld in een kluwen op de grond rond bewegen, waardoor de eerdergenoemde verwijdering weer opgeheven wordt.

Het lijkt alsof verschillende stukken dans en solo’s aan elkaar gezet zijn zonder een onderliggend idee over een ontwikkeling van de karakters, of het uitwerken van een bepaald thema of concept. Ook de muziek is een medley van stijlen, die het de dansers niet makkelijk maakt om het verhaal uit te diepen. Hierdoor gaat de voorstelling naar het einde toe minder boeien, en krijgt bovendien iets weg van variété, waarbij de ene acrobaat die haar benen in haar nek legt afgelost wordt door de volgende die op haar hoofd staat. De voorstelling die leek te beginnen als een complex verhaal over ontmoetingen, blijkt uiteindelijk voornamelijk een acrobatische trukendoos.

Foto: Roos de Bolster