De tweeplusvoorstelling Le chant de l’arbre van de Franse Compagnie ACTA begint intiem en mysterieus, maar wordt gaandeweg oubollig en ouderwets. Het lied van de boom komt beter uit de verf dan de dans van de boom. 

Het publiek wordt fluisterend de zaal binnengeleid bij gedempt licht. Eerst mogen ouders met kinderen plaatsnemen op lage bankjes en uit boomstammen gesneden planken, daarna de rest van de toeschouwers. Rondom zijn takken neergezet, waar met blaadjes beschilderde banieren aan zijn opgehangen.

De drie spelers verklaren hun liefde aan het bos. In het Frans. De woorden arbre en forêt transformeren in de mond van Astrid Fournier-Laroque al snel naar pure klank: dadaïstische poëzie met vogelachtige connotaties. Begeleid door de knisperende, naar hout en bamboe neigende geluiden van muzikant Yoann Piovoso trippelt de zangeres tussen het publiek door. Al klankdichtend legt ze mos op plankjes en bestrooit ze de vloer met vogelzaadjes. 

De sfeer – die tot dan toe omschreven kan worden als intiem, verwachtingsvol en licht mysterieus – slaat om naar potsierlijk theatraal zodra danser Paolo Provenzano bij de handeling betrokken wordt. Lange tijd heeft hij op de grond liggen wachten, maar nu is het aan hem om met dans het groeien van een boom uit te beelden. Het door Provenzano ingezette bewegingsidioom houdt het midden tussen eurythmie en vrije dansexpressie, met een vleugje ritmische gymnastiek. Nogal ouderwets en oubollig.  

Voor een tweeplusvoorstelling zaten er relatief weinig kinderen in de zaal, maar ik had de stellige indruk dat meerdere van hen afhaakten bij de dans. Liever gingen ze zelf aan de slag met de mosjes en zaadjes op de vloer. Ik kon ze geen ongelijk geven.

Foto: Clémence Bélénus