Hoe ziet de toekomst van de koormuziek en de uitvoering daarvan er in 2050 uit? Met die onmogelijke vraag gingen de acht zangers van NNK NXT aan de slag. Het resultaat I want to be like you is aangrijpend en uiterst actueel, met een verrassende repertoirekeuze in een prachtige choreografie waarin vorm en inhoud samensmelten. Het is bovenal adembenemend mooi. Fenomenaal is ditmaal een understatement.

NKK NXT, waar jonge zangers én theatermakers alle ruimte krijgen van het Nederlands Kamerkoor, draait de vraag naar de toekomst van koormuziek meteen om. Hoe kan technologie die ons allemaal meer en meer omringt, aanvult en stuurt leren van live gezongen muziek? De acht zangers bewegen aan het begin van de voorstelling niet, ze hangen tegen de wanden van de koepelzaal van Het Huis Utrecht. Als in een oersoep klinken niet-melodische elektronische klanken, die onderbroken worden door harde elektronische geluiden en schematische symbolen op de vloer, waarop de zangers in beweging komen en plaatsnemen in uitgelichte cirkels. Zonder oogcontact met elkaar te maken, zingen ze ‘Ave Verum Reimagined’ van Niels Hak. Direct ontstaat een wonderbaarlijk mooie ruimtelijke klank, waarbij de elektronische onderlaag aanwezig blijft.

Even later staan ze keurig opgesteld in twee rijtjes tegenover elkaar, zingen ‘Onzichtbaar’ van Dolf de Kinkelder, vermijden nog altijd elk oogcontact. Het spel met fysieke nabijheid en afstand blijft aanwezig in de daaropvolgende scènes, waarbij in een strakke choreografie de ritmische patronen van de muziek zichtbaar worden. We horen David Lang: ‘What whappened before, will happen again’: we zijn in het brein van de artificiële intelligentie, we leren.

In het daaropvolgende – en prachtig bewerkte – ‘Alsof er niets is gebeurd’ van Maarten van Roozendaal en Sibelius’ ‘Drömmarna’ wordt eerst liggend en daarna in een kluwen gezongen, de grenzen van wat nog mogelijk is tijdens het zingen verkennend. Het is intiem, er wordt gevlucht in slaap, in dromen, in het menselijk contact, maar meteen volgt de confrontatie in Bachs cantate ‘Ich lasse dich nicht’. De menselijke stem wordt nu meedogenloos gecounterd door de vervormde elektronische variant daarop, met volume- en toonwisselingen. Het algoritme werkt nog niet perfect, maar de leercurve is duidelijk hoorbaar.

Na de chant van Jaaka Mäntyjärvi zien we de acht zangers voor het eerst in ‘vertrouwde’ kooropstelling, in een rij met bladmuziek in de handen. Het is de opmaat voor de ongelooflijk mooie slotscène. Verdeeld in twee groepen van vier zangers zetten zij links en rechts van het publiek Vienna Tengs The hymn of Acxiom in, pianissimo en de oorspronkelijk vierstemmige compositie verdubbelend. De meerstemmigheid van het origineel was echter een artificiële creatie, door Teng het ‘Weense koormeisjes-effect’ genoemd, wat hier niet louter ontleed maar ook nogmaals verdubbeld wordt door de elektronische zang die nu de menselijke zang volledig geassimileerd heeft en de hele ruimte op hallucinante wijze vult.

The hymn of Acxiom klinkt inderdaad als een hymne, als het geruststellende slaapliedje dat techgiganten ons graag willen laten horen: ‘Somebody hears you, you know that inside’. Er is iemand die je begrijpt, al je stemmingen, je hoeft niets te verbergen, iemand onthoudt zelfs wat je vergeet.’ Het is vergelijkbaar met de religie van Bach, om je te helpen, klinkt fortissimo: ‘To design you a pefect love, or better still a perfect lust’. Het is meer dan creepy, zeker zo verleidelijk en perfect gezongen. Precies wat Acxiom (een techbedrijf dat handelt in big data) en Facebook doen. Maar: ‘Isn’t this what you want?’ klinkt het weer pianissimo, ‘Is that wrong?’

Wat I want to be like you zo sterk maakt, is dat vorm en uiterst actuele inhoud niet alleen perfect samenvallen in de repertoirekeuze, maar versterkt worden door de elektronica van Patrick Housen, het lichtontwerp van Chris Mollee en de choreografie waarin de hand van Peggy Olislaegers zichtbaar is. Ronduit verbluffend is hoe de zangers het aandurven het onmogelijke te willen doen: zingen zonder dirigent of elkaar aan te kunnen kijken, elkaars lichaam als klankkast gebruiken, mooie en ook lelijke klanken toe te laten. De voorstelling raakt bovendien aan thema’s als het individu versus het collectief in de bewegingen en gender door de uniforme identieke witte kleding. Elk element is daarbij zowel uitgangspunt als onderwerp van onderzoek en experiment.

Om de vraag uit de inleiding te beantwoorden: ik heb de toekomst van de koormuziek gehoord en gezien. En de namen zijn: Anna Trombetta, Luuk ten Hoor, Arjen Lienaerts, Jikke van der Velde, Maartje Masereeuw, Mirthe Dokter, Tom Herring, Niels Hak.

Foto: Veerle Bastiaanssen