Slechts heel weinig bezoekers konden (helaas) live getuige zijn van Back to Ballet – Contemporary, het vervolg op de eerdere, kwalitatief even hoogstaande Back to Ballet – Classic. Directeur Ted Brandsen van Het Nationale Ballet wilde de Contemporary-editie per se door laten gaan, en terecht.De twee gedanste balletten, een wereldpremière van de Spaanse choreograaf Juanjo Arqués en een fantastische herneming van een ballet van William Forsythe, maken deze uitvoering groots. Vanwege de coronamaatregelen is de voorstelling uitsluitend als film te zien via de site van het ballet.

Om eens bij wijze van uitzondering met de muziek te beginnen, gespeeld door Het Ballet Orkest onder leiding van Koen Kessels. Niet live gespeeld, maar via de luidsprekers: desondanks vullen beide composities elkaar prachtig aan, net zoals de choreografieën dat doen.

Juanjo Arqués is sinds 2017 Young Creative Associate van Het Nationale Ballet. Hij kiest voor Manoeuvre de compositie Shaker Loops (1978) van John Adams, een hallucinerende muzikale ervaring met pulserende ritmes. De ‘loops’ uit de titel duiden op stukjes geluidsfragment, opgenomen op een bandrecorder die eindeloos herhaald kunnen worden. De strijkers variëren van melancholiek tot scherp staccato.

De zeven mannelijke dansers zijn losjes in grijzige kostuums gekleed. Zij bieden een andere kijk op mannelijkheid, niet de gebruikelijke machocultuur waarmee de Spanjaard in zijn geboorteland is opgegroeid, maar eerder de poëtische man, de feminiene man. Al zijn er ook nadrukkelijk masculiene scènes, zoals die waarin de mannenwereld met boksbewegingen, legerachtige formaties en dwingende groepsdynamiek wordt gesymboliseerd. Telkens is het de eenling die staat tegenover de groep.

Arqués’ choreografie is toegankelijk en verhalend: we herkennen bijvoorbeeld de jongens op het schoolplein van wie een de aldoor buitengeslotene is. De pulserende, krachtige ritmiek van Adams’ muziek lijkt in de even krachtige lichaamstaal van de dansers een visuele vertolking te vinden.

Overheersend in het toneelbeeld is een vloeiend gordijn dat zich in S-vormen plooit en dan weer opent rondom de dansers, houvast en geborgenheid biedend. Aldus de choreograaf zelf symboliseert het gordijn, ontworpen door Tatyana van Walsum,  de ‘vrouwelijkheid in contrast tot mannelijkheid’. Het gordijn creëert donkere en lichte plekken op het toneel, waardoor er een spannende scheiding ontstaat tussen werelden van onveiligheid en veiligheid.

Deze hedendaagse versie van Back to Ballet keert ook terug naar de wortels van het hedendaagse ballet, waarvan de Amerikaanse choreograaf William Forsythe (1949) onbetwist een van de grootmeesters en stijliconen is. In 1999 schiep hij Pas/Parts voor het Ballet de L’Opéra national de Paris en herzag het enkele malen, tot in 2018 in Boston aan toe. Vandaar dat dit ballet officieel Pas/Parts 2018 heet. Volgens Forsythe zelf gaat het ‘vooral over dansers die dansen’. Toen het in 1987 door het Holland Festival gebracht werd in de uitvoering van het Frankfurter Ballet gold dat niet minder als een sensatie in Amsterdam. En nog steeds is Pas/Parts overweldigend en meeslepend in zijn kracht, variaties van passen en bewegingen en onweerstaanbare dynamiek. Forsythe kiest voor de muzikale basis – begeleiding is een te zwak woord – van Thom Willems. Het is een repetitieve soundscape op de band die swingend, jazzy, introvert en uiteindelijk jubelend is met een triomferende chachacha aan het slot.

De groep dansers en danseressen bouwt de grote lijnen vanuit kleine, korte en briljante fragmenten op, de ‘passen’ uit de titel, die uiteindelijk opgaan in grotere formaties van drie en meer dansers. De kracht van dit grootse hedendaagse ballet schuilt in de samenhang en afwisseling van miniatuur en groot geheel, van ingehouden tot uitbundige expressie. Het is aan de dansers te zien dat ze ongekend plezier in dit geweldige ballet hebben, eindigend in die even innemend als hartstochtelijk gedanste chachacha. Muziek én ballet sluiten in dit tweeluik adembenemend op elkaar aan.

Foto: Hans Gerritsen