In de ‘eindeloze danstrip’ ADI(C)SCO wil Cecilia Mosio de roes van verslaving tonen, maar vooral ook de kater die er op volgt. In heel veel scènes lukt dat, mede dankzij een heerlijk stampende soundtrack. Maar steeds weer wordt de flow van de voorstelling in de wielen gereden door Moisio’s onstuitbare drang om zoveel mogelijk informatie over te dragen.

Als een door de wol geverfde ceremoniemeester heet de flamboyant uitgedoste Bien De Moor iedereen welkom in haar club. ‘A sense of expectation hanging in the air’, declameert de Vlaamse actrice, in koor met vijf jonge dansers van Guy & Roni’s Poetic Disasters Club. Als ze een paar zinnen later aanbelanden bij de zinsnede ‘and here we go again, we know the start, we know the end / Masters of the scene’ denk je: verrek, dat is gewoon de tekst van ABBA’s dansvloerkraker Voulez-vous! Ook een andere uitnodiging om er lekker hedonistisch op los te leven – het campy kreunende Yes Sir, I can Boogie van de Spaanse eendagsvlieg Baccara – krijgt een soortgelijke tekstbehandeling. 

Af en toe heeft de voorstelling sowieso veel weg van een popquiz. De in discostijl doordreunende soundtrack van Joni Vanhanen is op prikkelende wijze volgestouwd met samples uit het werk van hitmachines als Chic, Earth Wind & Fire en Kool & The Gang. En oh ja, daar komen de pieuw-pieuw synth-drums uit Anita Wards Ring my bell voorbij, in een scène waarin daadwerkelijk een telefoongesprek wordt gevoerd.

Tegen het eind, als het feest al een behoorlijk grimmig randje heeft gekregen, gooien Donna Summer en Girogio Moroder de beat in een zwaardere versnelling met de onverbiddelijke technoklassieker I Feel Love. Terwijl de figuren op de dansvloer helemaal opgaan in hun persoonlijke roes lijkt het alleen nog maar te draaien om Summers bezwering: ‘Oooh, it’s so good, it’s so good, it’s so good’.

Het is heel goed denkbaar dat je in dit retrodecor, met deze soundtrack én met de uitzinnige kostuums van Tania Ballve Fernandez het hele traject van verleiding, hunkering, verslaving en crisis met louter dans zou kunnen verbeelden. De zelfbenoemde psychologisch activist Cecilia Moisio heeft echter weinig op met het adagium show, don’t tell. Ze wil juist heel veel vertellen. Voorafgaand aan haar voorstellingen doet zij uitgebreid onderzoek. Zo heeft zij in dit geval gesproken met deskundigen en mensen die zelf met verslaving te kampen hebben gehad.

Dat levert informatie op over de mechanismen van verslaving, die dan ook terug móet komen in de voorstelling. Soms pakt dat amusant én boeiend uit, zoals in de scène waarin uitblinker Rosie Reith in een hersenkostuum komt uitleggen hoe slecht permanent middelengebruik is voor het brein. Maar ja, daar tegenover staat dan later weer een uitgebreid betoog over verslavingsonderzoek bij ratten. Ook interessant, maar zoiets lees ik toch liever een keer in de zaterdagochtendkrant.

Terwijl de schier eindeloze stroom aan informatieoverdracht regelmatig de vaart uit de voorstelling haalt, overtuigt Moisio wel degelijk als choreograaf, met een mix van theatraal aangezette discomoves en minimalistische repetitie. Alleen een scène waarin de dansers met ontwenningsverschijnselen over de vloer kronkelen pakt wat al te voorspelbaar uit: daar moet een choreograaf op haar niveau toch wel iets interessanters van kunnen maken.

Helemaal niet best is het einde waarin de verslaafd gemaakten zich resoluut afkeren van de verlokkingen die Bien De Moor hen voorhoudt, om de sfeer plotseling om te gooien naar een soort reclamespot voor de Anonieme Alcoholisten. Vanuit Moisio’s persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp valt dit slot nog wel te begrijpen: in een toelichtend interview vertelt de choreograaf dat ze is opgegroeid met een alcoholistische vader. Maar na alle campy taferelen die er aan vooraf gingen is het toch een rare, kleffe stijlbreuk.

Overigens zijn de interviews die Moisio in de researchfase gedaan heeft met diverse (ervarings)deskundigen – onder wie voormalig psychiater Bram Bakker en diens zoon Fimme Bakker – door Paul Sixta bewerkt tot een indringende documentaire. Te zien op ceciliamoisio.com en zeer de moeite waard!

Foto: Bart Grietens