Theater de Meervaart gaat vanavond niet open. Als gevolg van de coronamaatregelen is de voorstelling Thuis praat ik bijna nooit van Daniël Arends geannuleerd. Dat betekent dat ook duty-manager Carla van Amersfoort vanavond thuisblijft.

Carla van Amersfoort (1959) is al sinds de oplevering van de ‘nieuwe’ Meervaart in 1999 werkzaam bij het theater aan de Sloterplas in Amsterdam. Daarvoor kende ze het theater al goed: eerder werkte ze bij Joop van den Ende, en ze kwam regelmatig bij het theater over de vloer met haar eigen showballet Dancing Generation. Inmiddels is ze intern producent en coördinator van de duty-managers.

Ehm, duty-manager? ‘Dat houdt in dat zodra er een uitvoering, evenement, vergadering of voorstelling is, jij de eindverantwoordelijke bent voor alles wat er in het pand gebeurt.’ Dus mocht de voorstelling van Daniël Arends vandaag in de Rode Zaal van het theater wél zijn doorgegaan, dan was haar werkdag om vijf uur vanmiddag begonnen. ‘Als je binnenkomt pak je eerst je telefoon, zodat je de hele avond goed bereikbaar bent. Dan check je het hele pand. Staat het sfeerlicht aan, ziet alles er netjes uit, staan de tafels en stoelen op de goede plek, worden er geen nooduitgangen belemmerd?’

Vervolgens controleert ze de buitenkant van het pand: ligt er niet te veel troep rondom het pand, is er genoeg plek in de parkeergarage? ‘Kortom: je controleert of het pand geschikt is om 800 mensen, of als we twee volle zalen hebben 1100 mensen, te ontvangen.’

Daniël Arends, ‘kind aan huis bij ons’, meldt zich meestal een uur voor aanvang in het theater, maar soms zijn gezelschappen er al vroeger. ‘Je ontvangt de artiesten en begeleidt ze naar de kleedkamers. Je zorgt voor handdoeken, zeepjes en wat lekkers. Dan vraag je hoe ze denken over laatkomers. Sommige artiesten willen na aanvang per se niemand meer in de zaal laten. Dan spreek je met de techniek af om de voorstelling alvast 5 minuten later te laten beginnen, want we willen ook al onze gasten tevreden houden en niet iedereen komt expres te laat.’

Nadat ze de artiest heeft ontvangen, checkt ze of de collega’s van kaartverkoop en horeca klaarstaan. Uiteindelijk bepaalt de duty-manager wanneer de deuren van het theater opengaan en het publiek naar binnen komt – dat is meestal een uur voor aanvang. (Verzucht ondertussen: ‘Oh, wat zou het weer leuk zijn om die 800 mensen te ontvangen.’)

Terwijl de mensen binnenstromen, houdt Van Amersfoort contact met de technici in de zaal, die op hun beurt weer in contact met de artiest staan. ‘Als de meeste mensen binnen zijn geef ik dat aan, en dan gaan meestal een kwartier voor aanvang de deuren open. Vijf minuten voor aanvang geef je nog een gong, dan ga je de mensen vriendelijk verzoeken de zaal in te gaan. Als iedereen binnen is sluit je de deuren en is er even tijd voor een kopje koffie.’

In principe kan ze dan op haar gemak checken of alles klaarstaat voor de eventuele pauze, al gebeurt het soms dat ze als duty-manager toch in de zaal moet ingrijpen. ‘Bijvoorbeeld als er veel gefotografeerd wordt. Dat komt weleens voor en dan moet je er wat van zeggen. Maar ook als er mensen in de zaal onwel worden moet je gaan handelen. Dat zijn de minst leuke dingen, maar daar moet je altijd alert op zijn.’

Een toneelavond die haar als duty-manager nog goed is bijgebleven is de première van Judas, naar het gelijknamige boek van Astrid Holleeder, ruim twee jaar geleden. ‘Dat was heel spannend. John van den Heuvel was een van de gasten, dus er kwam heel veel beveiliging mee. Dat had bovendien weer consequenties voor Peter Heerschop, die ondertussen in de Blauwe Zaal stond. Die twee voorstellingen moesten helemaal afgesloten worden van elkaar. Publiek mocht elkaar niet tegenkomen, dus die 260 toeschouwers moesten we via een andere route naar de zaal leiden, en daar moet je vervolgens de horeca weer op inrichten. En Peter Heerschop mocht zelfs de artiestenfoyer niet in. Dan ben je blij dat je zo’n leuk iemand hebt die dat allemaal prima vindt. En ondertussen moet het publiek natuurlijk een leuke avond hebben en daar allemaal niets van merken.’

Als doorgewinterde duty-manager is een avondje Daniël Arends ‘één van de makkelijkste avonden’ om te draaien. ‘Dat is één volle Rode Zaal, dat loopt meestal wel. Ik werk meestal als er meerdere evenementen tegelijk zijn: twee volle bakken en dan het liefst ook nog een vergadering van honderd man. Dan moet alles gestroomlijnd zijn: wie heeft er wanneer pauze en in welke foyer, lopen de mensen elkaar niet in de weg? Dat is een uitdaging, dat zijn de leukste avonden.’