‘Acteren is een combinatie van ”art” en ”heart”,’ zei de Britse theaterlegende Peter Brook gisteravond in een openbaar gesprek met Ruth Mackenzie, directeur van het Holland Festival. ‘En daar hoort ook “love” bij, zelfs als je een schurkachtig personage speelt als Shakespeares Richard III. Liefde is ons grootste geschenk.’ De opkomst in de Amsterdamse Stadsschouwburg was overweldigend: meer dan 600 bezoekers luisterden anderhalf uur lang naar de 92-jarige regisseur. Het gesprek vond plaats als aankondiging en verdieping van het festival Brandhaarden 2018 dat gewijd is aan Brooks eigen Parijse gezelschap Théâtre Bouffes du Nord.

Gemiddeld gaf Brook zo’n twintig minuten lang uur antwoord op een enkele vraag. Hij gaf het meteen toe: ‘Ik geef nooit rechtstreekse antwoorden, ik heb voorkeur voor een meanderend verhaal dat uiteindelijk wel bij het antwoord terechtkomt.’ Op de vraag van Mackenzie over de magie van zijn eigen theater in het noorden van Parijs gaf Brook een schitterend verhaal. Daar, op die plek, was het domein van drugdealers, zakkenrollers en prostituees. Brook bezocht daar een laat negentiende-eeuws appartementsgebouw waarvan gezegd werd dat zich binnenin een theaterzaal bevond. De Italiaanse eigenaar had allerlei appartementen in het grote pand gebouwd, maar met ‘Italiaanse eerbied voor de kunst’ de zaal intact gelaten. Brook en zijn assistente Marie-Hélène Estienne kropen door een kleine opening de volkomen vervallen zaal binnen en werden op slag verliefd: ze keken om zich heen en ontdekten een prachtzaal, die is als ‘een heilige ruimte, een kathedraal’, zoals Brook zei, met ‘rondingen en opgaande lijnen van de zuilen, zodat je zowel besloten bent in intimiteit als iets van een oneindigheid ervaart’.

De enscenering van het gesprek was absoluut sober, zoals geheel past in de regiestijl van Peter Brook. Er werd geen enkel beeld getoond uit een van zijn legendarische regies, bijvoorbeeld het Mahabharata-epos (1989). Twee stoelen, een tafeltje, twee glazen water en voor de rest het grote podium van de Grote Zaal geheel leeg. Deze entourage past ook goed bij Brooks revolutionaire boek The Empty Space (De lege ruimte, 1968), waarin hij een pleidooi houdt voor heilig theater dat gespeeld wordt in een zaal die niet – zoals de ouderwetse, antieke theaterzalen – wordt verpest door overdaad aan opsmuk en een voetlicht dat alle intimiteit en sfeer doodt. Brook: ‘Toneelspel is het gezamenlijk ondergaan, door spelers én publiek, van de voorstelling. Een acteur speelt nooit voor zichzelf alleen, hij is er zich altijd van bewust dat er een publiek is, er is altijd de ander. Dat is de essentie van theater. Concentratie in ruimte en tijd om samen bijvoorbeeld een heel mensenleven te ervaren zoals in de tragedie King Lear.’

Het gesprek was theatercollege en herinnering tegelijkertijd. Op een vraag uit het publiek of hij iets kon vertellen over de magie van Paul Scofield die in 1971 King Lear vertolkte, antwoordde Brook met een bijzondere anekdote, met name over de verfilming van de tragedie: ‘Scofield liet zich beslist niet regisseren; niets wilde hij aanvaarden van een idee van mij, van uitleg over de oude koning. Geen improvisatie. Hij maakte altijd vrolijkheid met de kleedsters en de dames van de schmink; dan deed hij enkele stappen naar de set en dáár stond King Lear.’

Op een andere vraag of hij bijzondere herinneringen had aan de grote acteurs en actrices die Brook regisseerde – onder wie Laurence Olivier, John Gielgud en Peggy Asccroft om slechts drie te noemen – antwoordde Brook verrassend ‘dat je je nooit aan een acteur moest binden’. Hij gaf een fascinerende uitleg van de catharsis ofwel de geestelijke reiniging die een tragedie teweeg brengt: ‘Daarna ben je bestand tegen de eisen van de volgende dag.’

Een vragensteller bracht Olivier Sacks ter sprake en zijn theorieën over het menselijk brein in zijn boek The man who mistook his wife for a hat (De man die zijn vrouw voor een hoed hield, 1985). ‘Boeiende vraag’, reageerde Brooks meteen en gaf en passant een hoorcollege over de werking van het menselijk brein. Dankzij de vragen van Mackenzie en publiek kregen we een rijkgeschakeerd beeld van Brooks theatrale ideeën.

Na elk antwoord gaf het publiek aan Brook een applaus. Wat misschien ontbrak, was een vooruitblik op het aanstaande festival Brandhaarden 2018 wanneer maar liefst vijf voorstellingen van Théâtre des Bouffes du Nord naar de Amsterdamse Stadsschouwburg komen, waaronder enkele belangrijke Nederlandse premières. Programmeur René van der Pluijm van Brandhaarden 2018 schrijft terecht als verantwoording in het programmaboekje: ‘Het theater is voor hem (Peter Brook, KF) bij uitstek een gezamenlijk ritueel, iets wat makers en toeschouwers samen moeten beleven en waar beiden aan bijdragen.’ In gezelschap van Brook komt onder andere ook Katie Mitchell naar de Amsterdamse Stadsschouwburg. Dankzij dit gesprek met Brook hebben de aanstaande toeschouwers alvast een boeiende inzage gekregen in Brooks werkwijze en theatrale ideeën.

Brandhaarden 2018 vindt plaats van 20 maart tot en met 1 april 2018, in de Amsterdamse Stadsschouwburg.