Volgens de website van de Code Diversiteit & Inclusie is het doel van de Code om diversiteit en inclusie binnen de cultuursector te bevorderen. Tijdens het jaarlijkse event rondom de code werd vorige week duidelijk dat er veel bereidheid is om over deze thema’s na te denken. In de zaal en achter de laptop volgde een groot aantal makers, producenten en werkenden in de sector de livestreams en zoomsessies. ‘Zet stappen!’ was de ondertitel van het event. Wat de Code D&I goed begrepen had, is dat het omzetten van deze bereidheid in structurele daden lastig blijkt. Waar begin je, wat is het juiste uitgangspunt, hoe weet je dat je aansluit bij bijvoorbeeld een diverser publiek? Van 3 tot en met 5 november benaderden sprekers en deelnemers deze vragen in verhelderende lezingen en verdiepende sessies.

Na de muzikale ijsbreker van cabaretière Nina de la Croix begint het event woensdag met een ontspannen, maar scherp panelgesprek onder leiding van moderator Mandy Woelkens, dat al snel de diepte ingaat. Janice Deul (mode- en cultuuractivist) vraagt zich af of instanties, die aan de slag willen met deze thema’s, zich wel bewust zijn van de kloof tussen mensen die zich gerepresenteerd en thuis voelen en zij die zich dat niet voelen. En kunnen ze kritisch kijken naar zichzelf? ‘Wil iedereen dan wel echt meer diversiteit en inclusie, als het erop neerkomt eigen posities op te geven?’

Het gevaar bestaat dat men met een diverser programma een hokje afvinkt en de bredere boodschap mist. ‘Als het nooit geforceerd wordt, zal de beeldvorming ook niet veranderen’, stelt Eva Eikhout (programmamaker BNN/VARA). ‘Zolang het eindresultaat maar integer is. Het begint dan misschien doelbewust, maar een stapje verder wordt het vanzelfsprekender doordat het netwerk dan ook is verbreed,’ vult Deul aan.

Het panel, gecompleteerd door Joke Alkema (hoofd Studium Generale ArtEZ), tackelt kundig en bondig bestaande dilemma’s als gelijkheid en gelijkwaardigheid bij programmering, een inclusiever kunstonderwijssysteem en culturele toe-eigening.

Sociale locatie
Cultureel antropoloog Sinan Çankaya (VU) verdiept op donderdagmorgen het begrip diversiteit op de werkvloer aan de hand van identiteitsvorming. Iedereen definieert zichzelf, maar wordt tegelijkertijd door anderen gedefinieerd. Onze verschillende identiteiten vormen zich dan ook relationeel en intersectioneel en zijn niet absoluut. De vraag die we onszelf en elkaar moeten stellen is volgens Çankaya ‘wat is je sociale locatie?’ Hij toont een clip van een man die zijn verhaal doet over hoe hij gezien wil worden op de werkvloer: ‘Ik ben een Nederlander, ik ben geen Turkse collega.’ Daarnaast is erkenning voor zijn etnisch culturele achtergrond even essentieel, bijvoorbeeld door ruimte te bieden voor het vieren van Ramadan. Het treft me dat deze double bind van ‘zie mij en zie mij niet’, zoals Çankaya het noemt, maakt dat deze verschillende identiteiten van iedereen gezien mogen en moeten worden en dat de dominante groepen aan zet zijn dit relevant te maken.

‘Diversiteit gaat om gevestigden, meer dan om buitenstaanders’, stelt Çankaya. De culturele omwenteling in een organisatie kan van buitenaf gemotiveerd worden, maar de gevestigden in het systeem dienen actief en strategisch deze verandering door te voeren.

De essentiële motivatie van buitenaf ziet hij in microrevoluties. Hij illustreert via het Gulliver-principe het belang van het vermeerderen van personen die zand in de machine strooien en tegen de stroming in zwemmen. Sidris van Sauers (diversiteit- en inclusietrainer bij Radar) beaamt dit in haar sessie over microagressie op de werkvloer. ‘Pick your battles en zoek bondgenoten’, is haar devies.

Representatie
’s Middags vertellen Sander Slegtenhorst en Sabrina Laurens van Bibliotheek Rotterdam en Y.M.P., spoken word artist en directeur van Productiehuis Flow, geanimeerd over hun succesvolle samenwerking. Zij hebben elkaar gevonden in hun missie jongeren naar de bibliotheek te bewegen en meer te laten lezen. De jongeren zijn daar aan zet: ze krijgen letterlijk en figuurlijk het podium om hun ideeën aan de man te brengen. Een deel van de bibliotheek is ingedeeld als woonkamer met een collectie boeken die samengesteld is door jongeren en niet alfabetisch gerangschikt, maar op kleur. Deze kleine, maar belangrijke afwijkingen van de norm zorgen dat deze jongeren zich gehoord en gerepresenteerd voelen.

Diversiteit kan niet een gesubsidieerd project zijn, maar moet onderdeel zijn van strategisch beleid, zoals marketingvrouw Chanel Matil Lodik in de livestream op vrijdag scherpstelt. Net zoals de samenwerking tussen Flow en Bibliotheek Rotterdam laat zien, pleit zij voor engagement met nieuw publiek. De vraag ‘waarom komen ze niet?’ blijkt uit marktonderzoek vaak te beantwoorden met de conclusie dat men zich niet welkom of gerepresenteerd voelt. Dit ondervang je door programmering door en voor een bepaalde doelgroep en inspanning om mensen op hun ‘eigen’ kanaal en toon te benaderen. ‘Maar gebruik alsjeblieft geen straattaal als je dat normaal ook niet doet’, lacht Matil Lodik.

Ismail Aghzanay, docent Engels en teamleader in het onderwijs, volgt haar op en doet qua bezieling niet voor haar onder. ‘Cultuur vormt de basis van een goede samenleving’, trapt hij zijn relaas af. ‘Het helpt ons onszelf te leren kennen en elkaars waarden te begrijpen.’ Jongeren hebben dit ook nodig voor identiteitsvorming, net zoals representatie en het gevoel dat mensen in hen geloven. Aghzanay bevestigt bijna alle sprekers voor hem. ‘Praat niet over hen, maar met hen, hou het niet bij woorden, want dat kunnen we allemaal en gebruik het principe van NIVEA: niet invullen voor een ander.’

Erkenning
De gevestigde norm, zo etaleert deze driedaagse, is op alle gerelateerde gebieden toe aan kritisch onderzoek en bijstelling. Elke spreker stelt zichzelf voor ‘want wie kan dat beter dan jijzelf’, aldus moderator Woelkens, en geeft daarbij aan met welk voornaamwoord die het liefst aangesproken wordt. Het hele event is live ondertiteld en Sioejeng Tsao maakt een digitaal geïllustreerd verslag van de dag. In de afsluitende livestream op vrijdag straalt dan ook de intentie en daadkracht van de Code D&I om de sector gelijkwaardig te maken voor iedereen.

Ook tijdens de uitreiking van de &Awards, de prijzen voor bijzondere bijgedragen aan meer diversiteit en inclusie (mogelijk gemaakt door de zes rijkscultuurfondsen), wordt zoveel duidelijk. Zo laat Chafina Bendahman van Rose Stories, winnaar van Persoonsprijs, weten dat ze haar prijs van 5.000 euro graag deelt met de andere twee finalisten, ‘omdat zij die erkenning net zo hard verdienen’. Gable Roelofsen die als Projectprijs 20.000 euro in ontvangst mag nemen voor The Need for Legacy houdt een treffende speech over de uitgestelde erkenning die nu alsnog gekomen lijkt te zijn voor mensen die dit tijdens hun carrière niet mochten ontvangen. Dit is een perfecte afsluiting van het event en laat niemand ongeroerd, zo aan het einde van de drie dagen met theoretische en persoonlijke verhalen, concrete tips, maar vooral het gevoel van inclusie.

Foto: Jesse Wensing en Ricardo van de Bor