Vlak naast het festivalhart van Over Het IJ in Amsterdam Noord was er in juli een heus technologisch-artistiek laboratorium opgetuigd. Zes dagen lang was een loods vlakbij het water omgetoverd tot een kunstenaarshub waar acht verschillende kunstenaars aan het werk waren met nieuwe technologische tools.

Theatermaker Cat Smits staat voor een probleem: ze wil haar performers met grote maskers voor hun hoofd door de ruimte laten bewegen en geprojecteerde teksten de hoofden laten volgen. Hiervoor gebruikt ze een combinatie van motion tracking software (de Kinect van Microsoft, die oorspronkelijk is ontwikkeld voor videogames maar nieuw leven is ingeblazen door talloze kunstenaars) en video mapping. De uitdaging is dat Kinect gemaakt is om het geraamte van een lichaam te volgen en in de war raakt van zwevende reuzenhoofden. Visuele-performancekunstenaar Gertjan Biasino suggereert een oplossing met infraroodlasers, die zeer precies de positie van een object in de ruimte kunnen bepalen.

In een afgezonderde ruimte werkt Mirthe Dokter aan haar onderzoek, waarin ze analoge, zelfgetekende beelden met digitale middelen probeert te combineren en te transformeren. Haar doel is om het publiek onder te dompelen in een documentair verhaal. De combinatie tussen een overheadprojector en bewegende videobeelden levert uiteindelijk het gewenste effect op. Het is boeiend hoe de lichtbundels van de verschillende apparaten overlappen en een schaduwspel met elkaar aangaan.

De laatste jaren lijkt er in het Nederlandse podiumkunstenveld weer steeds meer aandacht te zijn voor ruimte voor onderzoek en experiment. Naast het doorlopende werk van de Broedplaatsen van het Brabantse talentontwikkelingsplatform PLAN en de onderzoeksresidenties van Het Huis Utrecht duiken er ook steeds vaker kortlopende initiatieven op. Een van de meest in het oog springende voorbeelden vond plaats tijdens de afgelopen editie van Over Het IJ Festival; tijdens de eerste editie van het Performance Technology Lab kwam een groep podiumkunstenmakers in een loods samen om elk de rol van technologie in hun werk verder te ontwikkelen.

De opzet was als volgt: een achttal kunstenaars met onderzoeksvragen op het gebied van het gebruik van media en technologie in hun werk werd een week lang begeleid door experts van Beamlab – het creatieve platform van het audiovisuele bedrijf BeamSystems – zodanig dat de kunstenaars de technologische tools uiteindelijk naar hun eigen hand zouden kunnen zetten.

Het Performance Technology Lab, een initiatief van Feikes Huis, Likeminds en BeamSystems, ontstond in reactie op een open call vanuit Digitaal Erfgoed Nederland. DEN begon in 1996 als kennisinstituut voor de digitalisering van cultureel erfgoed, maar richt zich in opdracht van de overheid ook meer op de kunstensector. De focus verschoof langzaam van de digitalisering van bestaande collecties naar de bredere rol die technologie binnen kunst kan spelen: in publieksbereik, kwesties rond auteursrechten en niet in de laatste plaats in het artistieke proces zelf.

Dit laatste speerpunt bracht DEN tot het uitschrijven van een open call voor zogenaamde pioniersprojecten: ‘ideeën van instellingen in de kunstensector die innovatieve, digitale technieken willen inzetten om doelstellingen te bereiken’. De nogal breed geformuleerde oproep leverde meer dan zestig aanmeldingen op, waarvan er drie werden geselecteerd – waarbij vooral gekeken werd naar de mate van samenwerking tussen verschillende partijen en een focus op het artistieke proces, educatie of publieksbereik. Naast initiatieven van het Van Abbemuseum en Festival IMPAKT viel de keuze op het Performance Technology Lab, een nomadische werkplaats die op verschillende plekken ‘labs’ organiseert waar podiumkunstenaars de kans krijgen om de rol van audiovisuele technologie in hun werk te verkennen of te verdiepen.

Wietske van den Heuvel, senior adviseur bij DEN, waardeert het project vooral ‘omdat het op leren gericht is, in plaats van op resultaat. Het is voor ons ook zeer waardevol om te horen waar makers tegenaan lopen of waar ze behoefte aan hebben. Wat zijn de overkoepelende vraagstukken, en kunnen we dat veralgemeniseren?’

Voor organisatoren Pol Eggermont (artistiek leider van productiehuis Feikes Huis) en dramaturg Nienke Rooijakkers zijn de drijfveren vergelijkbaar. Eggermont: ‘Ik merk dat er heel veel makers zijn die willen werken met de technologie van nu, maar er wordt te weinig kennis gedeeld: iedereen moet steeds het wiel opnieuw uitvinden. Waar DEN en wij elkaar vonden, was in de wens voor een soort expertisecentrum voor technologische toepassingen binnen de podiumkunsten, en een denklab voor moderne dramaturgische strategieën. BeamSystems was hiervoor de ideale partner omdat zij via Beamlab vaak meedoen aan artistieke projecten.

We hebben eerst in 2018 een pilot gedaan met Likeminds en Dansmakers Amsterdam, die een wat kleinschaligere opzet had dan deze eerste volwaardige editie, maar de insteek was dezelfde: een snelkookpan met verschillende makers, waarbij de uitwisseling onderling en met techneuten centraal staat. Behalve de fysieke labs is de website van het project ook een belangrijk onderdeel: daar wordt vastgelegd wat er zoal is ontdekt en ontwikkeld, en het moet ook als ontmoetingsplek voor de makers blijven fungeren nadat het lab voorbij is.’

Die ‘eerste volwaardige editie’ brengt een bonte verzameling makers bij elkaar, van poppen- en objecttheatermakers tot choreografen tot makers van immersieve publiekservaringen. Ze werken op een relatief kleine oppervlakte naast elkaar, terwijl Jason Malone van Beam Systems zich – net als Eggermont en Rooijakkers – tussen de projecten in beweegt. Op gezette tijdstippen komen er groepjes bezoekers langs die met sommige makers een gesprek aanknopen.

Je zou zeggen dat het gevaar dreigt dat er te veel omgevingsgeluid en afleiding is om je voldoende op je eigen werk te kunnen concentreren, en inderdaad vergt het in specifieke gevallen behoorlijk wat afstemming. Ervaringstheatermaker Marte Boneschansker, die voor het testen van haar werk een geluidsarme omgeving nodig heeft, en visueel performancekunstenaar Gertjan Biasino, die in zijn samenwerking met geluidskunstenaar Jochem Bealus juist veel geluid produceert, moeten vaak op elkaar wachten en verliezen daarmee nogal wat tijd.

Het lijkt echter eerder een uitzondering. De kunstenaars lijken er geen moeite mee te hebben om zich, op de momenten dat het nodig is, van hun directe omgeving af te sluiten en zijn over het algemeen erg te spreken over de microgemeenschap waarvan ze even onderdeel uitmaken. Marlyn Coetsier, regisseur en artistiek leider van Tg. Winterberg: ‘Het is heel fijn om in deze context met veel verschillende experts te kunnen werken, om in korte tijd alle mogelijke opties en werkwijzen voor een specifiek artistiek idee te kunnen zien. Het was ook heel interessant dat er steeds verschillende mensen van buiten kwamen kijken – dat leverde goede vragen op waar je zelf nog niet aan had gedacht. Het was het fijnst als mensen gewoon langs kwamen terwijl je aan het werk was, zonder dat je het gevoel had dat je een presentatie moest geven.’

Een groot deel van de deelnemende kunstenaars is voornamelijk bezig met het testen van verschillende softwareoplossingen voor hun artistieke wensen. Coetsier werkt aan een nieuwe voorstelling die zich afspeelt in het voorgeborchte, waar een personage zich ontfermt over dode baby’s die daar terecht zijn gekomen. Hiervoor maakt ze een wand van poppenhoofden, die door middel van projectie tot leven komen. Daarvoor is een techniek nodig die projection mapping heet: zo kan er op al die hoofden tegelijkertijd een gezicht worden geprojecteerd.

De eerste editie van het Performance Technology Lab is zonder meer geslaagd: juist de openheid van het onderzoek naar andere makers, experts en toevallige bezoekers levert de makers zowel veel inspiratie als nieuwe kennis op. Nu is het de vraag of de organisatoren het momentum en de gecreëerde goodwill kunnen behouden en de ontstane minigemeenschap kunnen laten voortbestaan. In het najaar wordt de tweede editie georganiseerd, met een specifieke focus op motion capture en performance.

Foto: Gerlinde de Geus