Alex Ploeg
Ultimatum
Prototypische antiheld
Ivo Nieuwenhuis
18 oktober 2018
Gezien op 17 oktober 2018, De Kleine Komedie, Amsterdam

Een cabaretier met zelfspot kweekt bijna automatisch sympathie bij het publiek. Zo bezien is het niet vreemd dat Alex Ploeg vanaf het begin van zijn eerste avondvullende voorstelling Ultimatum een hoge gunfactor heeft. Hij opent de show met een ironisch liedje over zichzelf in de derde persoon, waaruit het beeld oprijst van iemand die graag de toffe jongen uithangt, maar eigenlijk nogal een loser is. Deze antiheld vormt vervolgens de rode draad van de avond. 

Ploeg (32) draait al een aantal jaren mee in het stand-upcomedy-circuit, maar wilde, zeker na het winnen van de publieksprijs op festival Cameretten in 2016, méér. In Ultimatum probeert hij heel duidelijk los te komen van zijn achtergrond in dat circuit. Hij wil niet slechts losse grappen en anekdotes aaneenrijgen, maar een groter verhaal vertellen. Dat is het verhaal van Alex Ploeg de antiheld, die nooit een opleiding afmaakte, niet voldoet aan het ideaal van de echte stoere man en die alweer geruime tijd (ongewild) vrijgezel is.

Hoewel dit duidelijk een persoonlijk verhaal is, weet het toch niet echt te raken. Dat komt vooral omdat het te weinig onderscheidend is of gemaakt wordt. Ploeg toont zich een prototypische millennial: een begin-dertiger die is opgegroeid in een welvarende omgeving met de gedachte dat hij alles kon worden, maar die nu geconfronteerd wordt met de harde realiteit dat veel vrienden en familieleden succesvoller zijn dan hij. Een tragisch maar inmiddels ook overbekend gegeven, waar Ploeg weinig nieuws of eigens aan weet toe te voegen.

Ploeg blijft uiteindelijk zowel qua stijl als qua inhoud ook in de eerste plaats een stand-upcomedian. De hoogtepunten van de avond zijn de momenten waarop hij losgaat in het uitspelen van een grap, zoals die over de hangjongeren in het kakkineuze dorp Haren waar Ploeg opgroeide, die op Chesterfield-banken op de straathoek zitten met een glas cognac in hun hand en dan naar iemand roepen: ‘Je moeder werkt in de prostitutie.’

Hier toont Ploeg zich de geroutineerde performer, die zulke types met veel humor kan neerzetten. Ploegs stand-upcomedy-achtergrond komt helaas ook in meer negatieve zin naar voren via het veelvuldig inzetten van seks-gerelateerde onderwerpen zoals schaamhaar om de lachers op je hand te krijgen (succes gegarandeerd!) en het gebruik van stereotypen als de vrolijke vrije homo en de stugge Twentse boer.

Muzikaal heeft Alex Ploeg wel iets eigens te bieden. Hij begeleidt zichzelf op de elektrische gitaar en doet dat behoorlijk verdienstelijk. Dat instrument wordt weinig gebruikt binnen het cabaret. Het is dan wel weer jammer dat de meeste nummers in dezelfde popachtige stijl gespeeld zijn, waardoor de sound van Ploeg op den duur wat eentonig wordt.

Foto: Bob Bronshoff

Elders

Het Parool

'Maar echt kwetsbaar wordt het nooit. Als de pijn dichtbij komt, knalt Ploeg er steevast een grap overheen. Als hij een interessante cabaretier wil worden, moet hij eerst zijn schild wegleggen.' Mike Peek

de Volkskrant
★★★★☆
'Een klassiek comedy-coming-of-ageverhaal, maar Alex Ploeg genoeg om eigen te zijn. Om het tegenovergestelde van een mislukkeling te zien hoef je alleen maar naar het podium te kijken: daar staat een zelfverzekerde zaalinpakker te doen waar-ie goed in is.' Gidi Heesakkers
NRC Handelsblad
★★★★☆
'Het is knap hoe hij met zijn grappige anekdotes ook dieperliggende thema’s weet aan te snijden, zoals eenzaamheid en de angst om volwassen te worden. Hoewel Ploeg soms naar voorspelbare comedy-onderwerpen grijpt, zoals schaamhaar en obesitas, zit onder al die grappen een pijnlijke, persoonlijke laag.' Dick Zijp
Trouw
★★★★☆
'De meest waarachtige Ploeg krijgt het publiek vermoedelijk te zien wanneer de artiest een inkijkje biedt in zijn angsten. Met zijn moeilijk beheersbare brein herinnert Ploeg aan collega's als Ronald Goedemondt en Wim Helsen, ook meesters in het krankzinnig absurdiseren van alledaagse taferelen.' Sander Becker