Als ware emcee (Master of Ceremonies) verschijnt Connor Schumacher aan het begin van de avond op toneel. Tussen een verontschuldiging en warme waarschuwing in legt hij de kaarten voor ons op tafel: ‘We’ve created a moment for you.’ Niet een voorstelling, maar een ‘moment’ (een vibe, zoals hij het later ook noemt), waar wij als toeschouwers ook medeverantwoordelijk voor zijn. Achter hem staat de crew er stoer bij: zes spelers van inclusief theatergezelschap Babel uit Rotterdam en twee dansers uit Schumachers gezelschap ARK.

ClubINC is enigszins kwetsbaar. Het kent open delen waar improvisatie centraal staat (‘what is life if not one big improv?‘) en dient te worden gezien als een grote zoektocht zonder antwoorden (‘what is life if not one big search?’). Schumacher verkoopt het goed, maar dit gaat zoveel verder dan het goedpraten van een kort creatief proces. ‘Handle with care’, lijkt hij te zeggen, maar ook: ‘check your body at the door’.

In deze Club wordt de conventionele, voyeuristische verhouding tussen podium en zaal van begin af aan opgeheven, en wordt van ons gevraagd om net zo goed naar onszelf kijken als naar die vaak zo onzichtbare ander die nu even onder de schijnwerpers staat. Naast een vibe is dit ook een uitnodiging tot een gedeelde denkoefening.

De conceptuele ankers die ons hierbij geboden worden, komen in de vorm van een veelvoud aan woorden (uitgesproken of geprojecteerd op een scherm op de achterwand) en van de bewegende en acterende lichamen van de crew. Er wordt over de tekening van een ster met acht armen en negen vakjes op de witte vloer gedanst, gerend en samen gelopen, tableaux vivants waarin iedereen elkaar ondersteunt worden gevormd en we kijken naar verschillende vormen van iets kunnen. Het stuk kent een ijzersterke dramaturgie tussen lagen en onderdelen, en iedereen staat op een of ander moment in het getekende vakje in het midden.

Terwijl de dansers bezig zijn met een geïmproviseerde dansscène houdt Schumacher zich bewust afzijdig. Er raast over het scherm een stroom aan vragen die wijzen naar thema’s zoals afhankelijkheid, autonomie en – zoals zo vaak als we het hebben over inclusie – macht. Wie draagt de verantwoordelijkheid van dit moment, en door wie wordt dat bepaald?

Later zien we een theatrale vertolking van een talentenshow: ‘Babel’s Got Talent’. Een jongeman maakt foute grappen over zijn eigen blindheid, een jongedame rapt in vier talen, een andere geeft een uit haar hoofd geleerde speech over het concept ‘sociale choreografie’ volgens Schiller. De drie able bodied-dansers worden geïntroduceerd als juryleden, maar zoals dat ook gaat in een talentshow zijn wij, het publiek, de vellers van het grootste oordeel – en in die opzet resoneren wederom dezelfde vragen.

Net zoals de dansers elkaar constant op weg helpen tijdens de voorstelling, zo worden wij ook geholpen om met ons kijken en denken hier deel van uit te kunnen maken. Het is verfrissend dat een choreograaf dit doet: de spectaculaire en/of expressieve verwachtingen van een conventionele dansvoorstelling worden hier doorbroken, maar ook de nog bestaande (post)moderne angsten jegens de koppeling tussen lichaam en elke vorm van gestructureerd discours worden helder de rug gewezen. Lichamen, woorden, bewegingen mogen hier niet alleen zijn, ze mogen ook ergens naar verwijzen.

Schumacher gebruikt al langer het choreografische om zonder schaamte zijn zowel poëtische als politieke visie met ons te delen. Hij lijkt daarbij net als Tim Hoffman zich ‘de tyfus te willen deugen’, de tegenstrijdigheden en tekortkomingen van zijn positie als veelvuldige vinkjes-man aanvaardend in het proces. Hij is ook een van de deelnemers van het Europees onderzoeksproject Empowering Dance, waar bewustzijn wordt gecreëerd voor de stille en urgente kracht van dans in ons huidige panorama. Veel van dat onderzoek weerklinkt ook tussen de muren van ClubINC, waarin dans, liefde en samenspel worden voorgesteld als nieuwe centrale metafoor voor ons oh-zo-ondeugdzaam, laat-kapitalistisch bestaan.

Het tweede deel van de voorstelling is een uitnodiging om met z’n allen op het podium te dansen. Het publiek van de Nederlandse Dansdagen, jong en oud, bestormde afgelopen zaterdag het toneel met vreugde, overgave, en ergens ook – denk ik – hoop.