Marcelle Schots: Een recensie blijft heel persoonlijk


21 augustus 2017

Marcelle Schots (Tilburg, 1969) is dansjournalist en freelance tekstschrijver. Na tien jaar achter de schermen te hebben gewerkt in de beeldende kunst en podiumkunsten, publiceert zij sinds 2003 regelmatig recensies over dans, performance en jeugdtheater op Theaterkrant.nl en is zij als dansredacteur verbonden aan Theatermaker. Daarnaast verschenen haar interviews, artikelen en beschouwingen in vakbladen in binnen- en buitenland. Eind november 2015 verscheen het boek Protect Perform over het werk van choreografe Ann Van den Broek van haar hand. Ze woont in Utrecht.

Waarom recenseer je?

‘De eerste jaren dat ik over dans publiceerde waren het vooral interviews, beschouwingen en incidenteel een recensie. Door vooral heel veel voorstellingen te gaan zien in Nederland en Europa heb ik een brede kijkervaring opgedaan en dat wilde ik in de loop van de tijd meer inzetten. Je kunt wel altijd veilig aan de zijkant blijven staan, maar misschien kun je ook bijdragen door je uit te spreken.’

Wilde je het anders doen?

‘Toen ik nog aan achter de schermen in de podiumkunsten werkte, was ik er verbaasd over hoe hard er soms werd afgerekend met een maker in recensies. Er leek weinig begrip te zijn voor de motieven en intenties van de maker. Een slechte recensie over een voorstelling waarna nog een tournee van dertig voorstellingen te gaan is, heeft een grote impact. Dat besef vond ik heel belangrijk.

‘Als een recensie te sterk leunt op een mening vind ik dat te beperkt. Er wordt al weinig aan theatergeschiedschrijving gedaan, dus wat is de betekenis van zo’n recensie tien jaar later? Je kunt dan achteraf alleen nog vaststellen of een voorstelling goed ontvangen is of niet. Maar zijn er ook voorstellingen die later met voortschrijdend inzicht interessant zouden zijn geweest, maar waar de tijd nog niet rijp voor was?’

Voor wie schrijf je?

‘Een recensie blijft heel persoonlijk. Het is een Hollandse gedachte wanneer de recensent van een landelijk dagblad zegt ”ik schrijf voor de lezer van mijn krant”. Dat is ook maar een profiel. Waarschijnlijk hebben de lezers gemeenschappelijke kenmerken, maar dat zegt weinig over hun ervaringen en hoe zij zich tot een voorstelling verhouden. Wat dat betreft voel ik meer verwantschap met de Vlaamse stroming die daar een vrijere opvatting over heeft. Het idee dat je zou weten wat de lezer wil zien, is vrij paternalistisch.

‘Ik zie recenseren als een gereedschap om een duiding te geven aan het publiek, om handvatten te geven over hoe je naar een voorstelling kunt kijken. Dat is toch een beetje do it yourself met eigentijdse of nieuwe dans. Want heel veel van dat nieuwe werk, daarin moet je zelf maar uitvinden hoe je daar naar kunt kijken. Daarom is het belangrijk om niet te veel vast te houden aan frames waardoor je de dans zou moeten bekritiseren. Dan is er te weinig oog voor nieuwe ontwikkelingen.

Wat betekent kennis voor een dansrecensent?

‘Zowel een brede kijkervaring als theoretische kennis zijn essentieel, net als het in het gesprek gaan met danskunstenaars. Schrijven over dans speelt zich af in het spanningsveld tussen het benoembare en het onbenoembare. Dans kan op een andere manier betekenis geven dan andere kunstvormen en heeft de kapstok van taal niet per se nodig. Toch wordt taal of theorie door makers steeds dwingender ingezet om een ingang aan de toeschouwer te bieden. Dat vind ik weleens jammer, want de grote vernieuwingen in de danskunst zijn in veel gevallen voortgekomen uit een belichaamde vorm van kennis die intuïtief ontstond of waren juist een manier om aan de beperkingen van taal te ontsnappen.’

Reageer

Uw E-mail adres zal niet gepubliceerd worden.