Het wordt een spannende zomer voor Sabine Pater, de kersverse artistiek leider van Oerol. Het Terschellingse festival wordt compacter ­– minder voorstellingen, minder Expedities, één festivalhart, op een nieuwe locatie –, met meer oog voor de ecologische voetafdruk en beter in contact met het eiland zelf.Pater: ‘Krimpen, maar waar het kan juist meer gegrond – dat is de koers die we inzetten.’

Sabine Pater kent het festival door en door. Ze begon als 2006 als vrijwilliger bij Oerol en dacht toen meteen: hier wil ik werken. Ze heeft lang ervaring opgedaan op de afdelingen dramaturgie en educatie van Toneelgroep Amsterdam en was een tijd lang productieleider en dramaturg bij locatietheatergezelschap Roma B, waarbij ze onder meer werk produceerde voor de Paspoort-route van Oerol – de voorloper van de huidige Expeditie.

Sinds 2013 werkt ze vast voor Oerol, aanvankelijk als creatief producent voor Het Atelier en coördinator programmering, en sinds 2020 als hoofd programmering. Vanaf deze editie leidt ze de artistieke koers van het festival. Haar voorganger Kees Lesuis gaat zich richten op de (inter)nationale ontwikkeling van het festival op Terschelling. Pater heeft een groot hart voor theater op locatie: ‘Locatiekunst brengt letterlijk de werkelijkheid binnen.’

Overkoepelend thema van deze editie is het ‘Symbioceen’, vertelt ze: een nieuw tijdperk waarin de balans centraal staat tussen mens, natuur en technologie – als reactie op het Antropoceen. ‘We willen onderzoeken hoe mens en natuur met elkaar omgaan en samen werken aan toekomstbestendig festival.’ Er staan dit jaar relatief veel jonge makers op het programma en het nieuwe circus krijgt een stevige impuls, met internationale gezelschappen uit Frankrijk, Spanje en IJsland.

Welke overwegingen lagen ten grondslag aan de keuze voor een compactere versie?

‘Het hangt samen met meerdere factoren. Voor een belangrijk deel heeft het te maken met ecologie. We zitten grotendeels in een Natura 2000-gebied, stikstof is een belangrijk dossier. Terschelling is ons thuis, daar is het festival ontstaan en van daaruit ontstaat het nog steeds. Hoe ga je om met die plek? Het voelde beter om een stap terug te zetten in de hoeveelheid locaties – en dus de hoeveelheid ruimte die we innemen als festival op het eiland.

‘In 2022 hebben we veel locatiewisselingen moeten doorvoeren door alle broedsels en vogelsoorten die op het eiland leven. Dat was een realisatiemoment: als we tot een maximum gaan van plekken die we gebruiken, zijn er weinig uitwijkmogelijkheden als de natuur daarom vraagt. Als je te veel programmeert is er letterlijk weinig bewegingsruimte, dan zet je jezelf vast. In onze behoefte naar een meer gelijkwaardigere relatie met de natuur, wilden we dat graag anders.

‘Overigens worden we weliswaar compacter qua aantal projecten, maar zetten we met de keuzes die we maken wel in op hetzelfde brede publiek van 50 duizend unieke bezoekers per festival.’

Onlangs schrapte Over het IJ Festival het zeecontainerprogramma. Daarin waren financiële redenen een belangrijke motivatie.

‘De hele sector is na corona op zijn kop gezet: mensen, materialen en middelen zijn allemaal 20 procent duurder geworden. Dat speelt voor ons ook mee. Je kan niet meer hetzelfde doen met hetzelfde budget. Maar mochten die kosten weer dalen, is het niet de ambitie om weer op te schalen.’

Heb je zicht op hoe het veld reageert op de aangekondigde krimp?

‘Vooral positief. Ik merkte in de aanloop naar deze editie dat er door de structureel gesubsidieerde gezelschappen minder grote zomerproducties voor dit jaar zijn gemaakt. Nog steeds is er voldoende aanbod, maar er zijn jaren geweest dat er veel meer druk op de programmering lag. Het voelde in die zin ook als een organische beslissing die meebeweegt met het veld.’

Nieuw dit jaar is het festivalhart, deels op het strand bij West-Terschelling.

‘Vorig jaar hebben we uitstapje gemaakt naar vier verschillende oorden. Dat was spannend, maar ook heel veel werk. Het voelde ook nog als een uitvloeisel van alle ideeën die tijdens de coronajaren zijn ontstaan. Dan probeer je daarna misschien net te veel in een festival te stoppen. We wilden graag weer terug naar één festivalhart, een centrale plek die van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat toegankelijk is en waar veel mogelijkheden zijn voor muziekprogrammering, storytelling, verdiepende talks en straattheater-performances.

‘Straattheater keert na drie jaar afwezigheid ook weer terug in de dorpen, in West en Midsland. Dat past in de filosofie van minder aanspraak maken op de natuur, maar steviger inzetten op de connectie van het DNA van Oerol met het eiland en de eilandbewoners.’

Worden aan de makers ook scherpere ecologische eisen gesteld?

‘We hebben afgelopen najaar een ecologisch kompas ontwikkeld, een manifest waarin staat hoe we ons willen verhouden tot het eiland. Dat was natuurlijk altijd al belangrijk, maar dat staat nu nog hoger op de lijst, en wordt al in een eerder stadium met de makers gedeeld. Daarin staan de belangrijke pijlers centraal die we onze makers willen meegeven: het landschap en het eiland zijn het vertrekpunt, wat geef je terug aan de locatie, en we doen alleen iets onwenselijks als dat iets wenselijks oplevert. Een voorbeeld van dat laatste: we nemen bouwmaterialen (onwenselijk) mee naar het eiland, maar vervoeren deze op een zo duurzaam (wenselijk) mogelijke manier’.

‘Het heeft een filosofisch aspect, dat je als het ware aan de locatie vraagt: is het oké dat ik hier ben? Maar we willen ook graag dat makers al vroeg nadenken over heel concrete zaken als: hoe komen we naar het eiland, wat eten we met elkaar, zijn de materialen herbruikbaar, kunnen we transporten delen?’

Welke ontwikkelingen zie je in het locatietheater?

‘Allereerst zie je verschuivingen in de vormen die voorstellingen aannemen. Makers denken nog meer buiten de hokjes van wat theater is. Op locatie deel je als makers een andere ruimte met je publiek dan wanneer je in een schouwburg of een theater staat. Veel makers zijn de laatste jaren op zoek gegaan naar een ander, directer contact met hun publiek. Daar is de laatste jaren veel mee geëxperimenteerd. Van oudsher dacht je bij locatietheater vooral aan grote spektakelstukken met enorme decors, Dogtroep-achtige voorstellingen. Een paar jaar geleden waren er ineens heel veel wandelvoorstellingen, nu zijn veel makers bezig met rituelen. Makers zijn vaak nog meer bezig met de totaalervaring van hun publiek als onderdeel van hun project: voorstellingen beginnen niet pas als je op de tribune plaatsneemt, maar daarvoor al. Hoe kom je aan, hoe begeef je je naar de locatie?’

Ik zag vorig jaar meer dan in eerdere edities activisme en engagement terug binnen de voorstellingen op het festival – los van al het tijdloze, poëtische werk dat er gelukkig ook is. Is dat een bewuste keuze?

‘Absoluut. Vroeger zeiden we: de kunstenaar bepaalt de agenda en wij zijn een platform, wij faciliteren. Nu zien we dat anders: onze selectie bepaalt de agenda. Natuurlijk wordt die agenda door de makers gevoed, maar het is de samenstelling van voorstellingen waarmee we een verhaal willen vertellen. Daarnaast was er afgelopen jaar zoveel aanbod dat inging op diversiteit, biculturele achtergrond, Black Lives Matter en het erkennen van onze eigen geschiedenis en hoe daarmee om te gaan, dat het bijna onoverkomelijk was dat geen plek te geven op het festival.’

Je stelde net hardop de vraag: hebben we niet te veel jonge makers en te oud publiek?

‘Ik denk dat het juist heel goed is om die twee groepen bij elkaar te brengen, om een dialoog op gang te brengen. We hebben zeker ook nieuw publiek, maar voor een groot deel komt er nog altijd een heel loyaal publiek op leeftijd naar het festival. Waar twintigers en dertigers misschien al veel meer thuis zijn in die thema’s en het vocabulaire dat daarbij hoort, loopt de oudere generatie daar soms nog wat in achter.’

Ook nieuw is de samenwerking met een jaarlijks wisselende ‘creatief partner’. Dit jaar is dat Nineties Productions.

‘We waren op zoek naar de blik van een buitenstaander die wel aan ons verbonden is, waar we een band mee hebben, maar die ons ook bevraagt: waar staat Oerol voor, welke kant willen we op en komt dat wel terug in het festival? Met de intentie ons open te stellen, ons eigen perspectief te verbreden en onze blinde vlekken te omzeilen – al kun je die nooit allemaal wegnemen.’

En op welke manieren bevraagt Nineties jullie?

‘Tijdens de vorige editie hebben ze een aantal dagen op het festival geresideerd en zich gefocust op de bezoekerservaring. Ze hebben een scherp oog voor wat er leeft en wat er al verteld wordt, en constateerden dat er meer verankering kan zijn met het eiland, zowel met de bewoners als het landschap. Soms ontneemt het festival het zicht op wat Terschelling eigenlijk zelf is, voor de mensen die er leven.

‘Dit jaar hebben ze een scifi-audioroute op de Noordsvaarder gemaakt, en organiseren daarnaast tien kleinschalige wandelingen, steeds met een andere Terschellinger – bijvoorbeeld met een wildplukker die op het eiland woont. Op die manier bieden ze een inkijkje in de parallelle werelden die er ook zijn tijdens zo’n festival.’

Welke langere lijnen heb je met het festival voor ogen?

‘Ik hoop dat ik door de met precisie samengestelde mix van spannende makers, geëngageerd, nieuw werk in relatie met het landschap van Terschelling bij kan dragen aan de inhoudelijk stevige koers die we als festival voor groot publiek zijn ingeslagen.

‘We hebben het veel gehad over het eiland, de ecologie en de natuur, daar willen we natuurlijk op door. Verder zijn toegankelijkheid en meerstemmigheid belangrijke pijlers waarop we de komende jaren nog meer willen inzetten. Die meerstemmigheid willen we ook doorvoeren in de organisatie – we zijn daar al stappen in aan het zetten, maar we kunnen ons daar nog meer open in stellen: we zijn nu nog een grotendeels witte organisatie met een grotendeels wit publiek.

‘Daarnaast willen we de toegankelijkheid bevorderen, bijvoorbeeld voor mensen met een fysieke beperking. Daar wil ik ook binnen de programmering de juiste lading aan geven. We doen nu bijvoorbeeld in het tweede weekend een programma voor visuele taal, voor doven en slechthorenden. Er wordt dus al veel georganiseerd, maar het voelt nog een beetje projectmatig. Waar de omgang met natuur in ons DNA zit, kunnen meerstemmigheid en toegankelijkheid nog aan diepte winnen.’

 

foto Ilva Stoelwinder

Oerol Festival vindt van 9 tot en met 18 juni plaats op Terschelling.
Meer info: oerol.nl

Dossiers

Theaterkrant Magazine juni 2023