Instellingen voor talentontwikkeling zijn te zien als de haarvaten van het podiumkunstenstelsel. De instellingen, heel divers van aard, zitten overal verspreid over het land met vertakkingen naar onderwijs, jongerenorganisaties en andere disciplines. Zij zijn het die jonge talenten als eerste oppikken en hen voeden met kennis en vakmanschap.

Een van die instellingen die deel uitmaakt van dat haarvatenstelsel is Jeugdtheaterschool Hofplein in Rotterdam. Wat Hofplein bijzonder maakt, is het uitzonderlijk brede aanbod. Vanaf peuterleeftijd kun je hier al terecht voor een wekelijkse theaterles. Er zijn cursussen voor speciale groepen, zoals jongeren met autisme of een verstandelijke beperking, er zijn talentklassen dans en theater. Naast het vrijetijdsaanbod maken ook een Theatermavo en een Theaterhavo/vwo deel uit van Hofplein, en is er de MBO Theaterschool voor aankomend acteurs, theatertechnici en vormgevers. Plus: een eigen theater.

Voor wie is Hofplein er?

Patricia Pattipeilohy: ‘Wij zijn van de Jeugdtheaterschool van Hofplein en hier kun je al als tweejarige naartoe. En we sturen je niet weg, dus onze oudste leerling is op dit moment 29 – al is hij wel echt een uitzondering, onze grootste groep bestaat uit kinderen in de basisschoolleeftijd. Maar Hofplein is veel meer dan alleen de Jeugdtheaterschool. We hebben onder andere ook een educatieafdeling die heel veel met het onderwijs doet, zowel basisschool als voortgezet als beroepsonderwijs.’

Jacqueline Boot: ‘Wat we doen in die educatiepoot is onderdeel van de lespakketten die de scholen zelf samenstellen. Zij betrekken Hofplein daarin: met voorstellingen die we hier spelen, met bijvoorbeeld een workshop erbij, en met langlopende leerlijnen. Verder zijn er verschillende opleidingen, zoals de MBO Theaterschool, een samenwerking met het Albeda College, voor degenen die door willen in het vak en naar een HBO. Maar ook middelbare scholen als de MT010 (Theatermavo) en De Theaterhavo/vwo die beiden echt een kunstprofiel hebben.’

Pattipeilohy: ‘Ik denk dat al die verschillende afdelingen zorgen voor heel veel sfeer en inspiratie, en het biedt ook mogelijkheden. Omdat we een eigen theater hebben en kleine zalen in onze school die door alle verschillende onderdelen van Hofplein gebruikt worden. Als je op een woensdag hier in het gebouw aan de Pieter de Hoochweg binnenkomt ,zie je de peuters rondlopen in hun balletpakjes, maar ook de MBO-er in een uitdossing voor een voorstelling.’

Boot: ‘En ondertussen zie je ook nog kinderen in hun wiskundeboek een opdracht maken voor een volgende les. We hebben twee gebouwen, eigenlijk drie, met het theater erbij, en eentje is eigenlijk alleen voor De Theaterhavo/vwo. Want het is natuurlijk best ingewikkeld om alle zalen en lokalen elke week te verdelen. Het komt voor dat je ’s morgens in een studio een les geeft en dat die ruimte ’s middags wordt omgebouwd omdat er ’s avonds een presentatie of een voorstelling is. En dat kan van willekeurig welke afdeling zijn.’

Pattipeilohy: ‘Het is een hele goeie dynamiek die hier heerst. De kinderen komen elkaar tegen en zien wat er misschien nog meer mogelijk is. We werken samen want we hebben met dezelfde kinderen te maken.

Maar wat ik bijzonder leuk vind aan de Jeugdtheaterschool, is dat veel van de leerlingen van ons niet per definitie het vak in gaan als acteur of vormgever, maar wel iets gaan doen met cultuur. Zeker in Rotterdam zie je dat goed terug, vind je heel veel technici die iets hebben gedaan bij Hofplein die bijvoorbeeld nu in de evenementenindustrie werken, of die organisator zijn geworden.

Maar goed, ze kunnen ook in heel iets anders afstuderen en dan zijn het nog steeds mensen die veel cultuur, veel theater hebben meegekregen en daardoor ook waardevolle vaardigheden hebben opgedaan. Ik krijg van leerlingen vooral terug dat ze zichzelf mochten zijn bij ons. En dat dat heel belangrijk voor ze is geweest.’

Boot: ‘En waar je uiteindelijk ook terecht komt, als je op een andere manier hebt geleerd naar de wereld te kijken, als je hebt geleerd je emoties te uiten, of weet hoe je op andere manieren kunt samenwerken, sta je als volwassene echt op een andere manier in het leven. Je bent een rijker mens geworden. Iets wat kunst en cultuur natuurlijk altijd doen, maar als je het al vanaf zo’n jonge leeftijd hebt ondergaan, komt het in je systeem.’

Pattipeilohy: ‘Ouders vertellen: mijn kind durft te praten in het openbaar, het durft er te staan. En dan is het ook goed als het later iets heel anders gaat doen.’

Wanneer is een traject bij de Jeugdtheaterschool geslaagd?

Boot: ‘Dat is een hele moeilijke vraag. Want volgens mij zijn we juist niet zo bezig met het bereiken van een doel. Zijn we heel erg bezig met de weg. We zijn met z’n allen een reis aan het maken en de ene sluit voor twee jaar aan en gaat daarna weer op hockey, en de ander blijft. Waar het om gaat, is dat je meemaakt hoe je op een podium staat. Dat er mensen naar je kijken, dat je gezien wordt, en dat je daar ook allerlei dingen van vindt en dat je je beste vrienden hier hebt gemaakt.

‘We zijn altijd in het moment aan het kijken wat er gebeurt. Een uitkomst als: we hebben nu een paar oud-leerlingen, die hebben het helemaal gemaakt, nee, dat is niet waar we mee bezig zijn.

‘Wat we wel voortdurend doen, is vragen aan de leerling: wat vind jij ervan? Hen laten vertellen wat zij tof vinden. Ze kunnen een les in komen en zeggen jeetje, ik heb iets gezien, mag ik dat aan iedereen laten zien en kunnen we daar iets mee? In plaats van dat een docent aangeeft wie vandaag wat en waar moet doen. Het kan wel zijn dat de docent die inbreng wil combineren met wat hij bedacht had, maar het doel is om in het moment met elkaar theater te maken. En plezier te hebben.

‘Elke docent stippelt wel een lijn uit, maar we zijn flinke stappen aan het maken om ervoor te zorgen dat het een wisselwerking is. Dat docenten en leerlingen met elkaar vormgeven aan hun les en het kunstenaarschap in elkaar naar boven halen. Geen meester-gezel relatie.’

Pattipeilohy: ‘En we hebben binnen de jeugdtheaterschool wel een groep, de Talentklas, bij wie het wel de bedoeling is dat ze gaan doorstromen. Die groep is hier alleen onderdeel van een groter geheel. Naarmate de leerlingen ouder worden, biedt het lesprogramma meer uitdaging en meer specialisatie. Dat kan ook pas vanaf die leeftijd, dat is ook de periode waarin het op school meer gaat over wie je bent in de wereld en waarin er voor het eerst van je wordt gevraagd te reflecteren.’

Boot: ‘Wij hebben natuurlijk ook peuters en kleuters in de les en die moeten gewoon plezier maken. Erachter komen dat als je ene arm omhooggaat, dat die andere meekan of niet. En wat je dan vervolgens kunt zijn, van monster tot heks tot oud mannetje.’