In haar werk omarmt de Zimbabwaanse, in New York wonende, choreografe Nora Chipaumire de stereotypen van het zwarte Afrikaanse lichaam. Dat doet ze bij voorkeur bewust schurend, want het publiek moet wel wakker blijven. ‘De kunst is om niet te vergeten, want van de geschiedenis moeten we leren’.

Nora Chipaumire werd in 1965 geboren in Mutare, Zimbabwe (toen nog Rhodesië), waar ze opgroeide in de tradities van meerdere culturen: behalve de Afrikaanse ook die van een Britse kolonie. Dat betekende onder meer naar school in uniform. Vervolgens werd ze gevormd door de Zimbabwaanse onafhankelijkheid, die weinig dromen bleek te vervullen. Eind jaren negentig verhuisde Chipaumire naar New York waar ze sinds 1998 performances creëert. De laatste jaren vindt haar werk steeds meer aansluiting in Europa, in Nederland onder meer bij het bescheiden Afrovibes festival. De positie van Afrika en het zwarte lichaam werden de belangrijkste onderwerp in haar rauwe performances.

Remappen
In ons leven remappen we wat er in het verleden is gebeurd. Een van de grootste vragen die Chipaumire bezighoudt is waarom de Afrikaanse onafhankelijkheid heeft gefaald. ‘We moeten leren begrijpen waarom het democratieproces van Zimbabwe niet is gelukt. Er wordt gezegd is dat we er niet toe in staat waren. Ik wil weten waarom we niet in staat waren en die vraag is complex. Het stellen ervan zie ik als een daad van hoop!’, zegt Chipaumire als ik haar spreek na afloop van haar optredens in Amsterdam. ‘Ik ben wie ik ben dankzij de context waarin ik ben opgegroeid, maar er zijn nieuwe generaties die niets weten van die context. Van het verleden moeten we leren, daarom probeer ik binnen mijn werk het geheugen te ontsluiten. De dingen mogen zich niet herhalen. Ik wil dat informatie transparant blijft, want machthebbers kunnen de realiteit beïnvloeden.’

Het zwarte mannelijke lichaam
In 2016 creëerde Chipaumire Portrait of Myself As My Father, een duistere, ritualistische performance die het lot van de zwarte man koppelt aan hedendaagse ‘helden’ als Michael Jackson en Muhammad Ali en tegelijkertijd een pijnlijke zwart-wit politiek blootlegt. Ze creëerde de performance ter nagedachtenis van haar vader, die niet in haar leven was tijdens haar jeugd. Toen ze op latere leeftijd kennis met hem maakte, ontdekte ze waar haar kunstenaarschap vandaan kwam. Treffend, intelligent en met humor laat ze in het manifest zien hoe alle clichés rond het zwarte mannelijke lichaam verbonden zijn met een koloniaal verleden, kapitalisme en christendom.

Portrait of Myself As My Father is een interpretatie van Stravinsky/Nijinsky’s Le sacre du printemps, het slachtoffer van Chipaumire is echter niet een jonge vrouwelijke maagd maar de zwarte Afrikaanse man. De voorstelling speelt in een boksring waarin Chipaumire haar half-slapende mannelijke opponent uitdaagt. Ze geeft hem bokshandschoenen om voor zichzelf op te komen en laat hem vechten met zijn schaduw, zijn voorouders en de idealen van een neokapitalistische wereld. Samen met de Senegalese danser Pape Ibrahima Ndiaye en de Jamaicaan Shamar Watt (vooral in de rol van mannelijke cheerleader) viert en bekritiseert Chipaumire het begrip mannelijkheid en stelt ze ons de vraag waarom we het zwarte mannelijke lichaam vrezen.

Hardlopen en dans
Chipaumires fascinatie met het lichaam komt voort uit haar jarenlange hardlooptraining. Een training die voor haar ook een manier werd om negatieve gevoelens te lijf te gaan. ‘Rennen is een simpele actie die veel ritme kent, maar het is ook een eloquent gebaar. Sommige renners zijn de beste dansers, denk aan Jesse Owens en Usain Bolt. Voeg je aan het rennen een mathematiek toe dan ontdek je een andere manier van spreken over het lichaam en wordt het een schrijvende tool. Tijd, ruimte, inspanning, dat is ook wat dans beschrijft. Het is pure poëzie – een geweldige organisatie van lichaamsdelen in ruimte. Wanneer politiek en spiritualiteit er onderdeel van worden, transformeert de activiteit en gaan we voorbij aan schoonheid.’

Chipaumire werkt niet vanuit een vast frame. Haar medium is het lichaam en alles wat dat lichaam representeert, dus ook de muziek die met het lichaam wordt gecreëerd. In de Afrikaanse traditie zijn muziek en lichaam met elkaar verbonden; een muzikant is vanzelfsprekend ook een danser. In Chipaumires beleving heeft geluid dan ook een fysiek aspect; de beweging van geluid is een beweging van het lichaam. In haar nieuwste serie performances onderzoekt ze de relatie specifieker en neemt ze het concert als uitgangspunt. Het dansgezelschap transformeert tot band. ‘Ik was lang DJ en heb een enorme platencollectie. Ik wilde daar weer in duiken en opnieuw naar luisteren.’ De triptiek #PUNK, 100%POP en *N!GGA is een live performance album geïnspireerd op haar jeugd in Zimbabwe in de jaren zeventig, tachtig en negentig. Centraal staan drie iconische rolmodellen, Patti Smith, Grace Jones en Rit Nzele.

Punk en pop
‘Er was een tijd dat ik elke lecture en talkshow van Patti Smith herhaalde tijdens mijn warm ups. Ik hield nog meer van haar teksten en haar boeken. Voor #PUNK liet ik me leiden door haar werk, de arbeidersklasse en impact van de kolonisatie. Punk is frictie en werd gecreëerd door de kinderen van een witte ongeschoolde klasse die dit geluid ontdekten, het is vergelijkbaar met de dub uit de zwarte arbeidersklasse. Dub en punk – het zijn twee zijden van een munt. Mijn performance concerten kennen een constante wisselwerking tussen Sly & Robby, Jamaicaanse drum en base en de geluidsclash – het do it yourself concept – van punk. Linton Kwesi Johnson, Sly & Robby, zelfs de Mahotella Queens; het is allemaal punk. Het ethos is ‘dit is wat ik heb, we kunnen het zelf’. Mijn eigen artistieke onderzoek focuste zich op hoe ik mijn stem op een fysieke manier kon inzetten. Ik zocht naar de grenzen van de mogelijkheden, zo ontstond een nieuwe, fysieke taal.’

‘Ik weet niet meer hoe ik haar beeld heb gevonden, maar Grace Jones was de eerste vrouwelijke superster die mijn huiskleur had. Ze was androgyn en daarin herkende ik mezelf. Iedereen hield me voor mijn broer. Ik begreep haar, ze was een rolmodel; mijn icoon, mijn held. Het beeld, de yoga poses, haar partner die filmmaker en producer was; ik bestudeerde Grace Jones als geen ander. In Rhodesië hadden we een Britse opleiding, iedereen droeg een uniform, er was geen individualiteit. Ik knipte mijn haar af en iedereen begreep het. Ik werd Grace. Het was de enige manier om mij te uiten. Wie en wat ben je als je opgroeit als vrouw en Shona? 100% POP gaat onder meer over imago en hoe je jezelf vormgeeft.’

De ruimte activeren
Haar provocerende performancestijl is functioneel.Ze kietelt en zoekt voortdurend naar frictie, Nora Chipaumire wil haar publiek wakker houden. ‘Jij noemt mijn stijl misschien agressief, maar ik noem het liever doortastend. Ik constateer een lethargie. Ik wil mensen ook aanspreken op de manier waarop zij consumeren. Stop eens met die social media, word eens wakker! Ik probeer duidelijk te maken, dat de voorstelling niet alleen over mij gaat en dat het niet alleen aan mij is om iets te veranderen.’

Het gehele gesprek weegt Chipaumire haar woorden zorgvuldig af. Na de vraag of ze zichzelf als activist ziet, volgt een lange pauze. ‘Ik wil wegblijven van de trendy woorden die in de kunstwereld circuleren. Mensen nemen alles aan. Ik ben vooral gespitst op het verzamelen en delen van kennis. Ik gebruik graag het woord activeren. Het is belangrijk de ruimte en de mensen in die ruimte te activeren. Ik probeer in eerste instantie ‘levendigheid’ en ‘betrokkenheid’ te creëren. Het gaat om het engagement. Ik zoek een nieuwe manier van denken. Wellicht komt het voort uit mijn Rhodesische geschiedenis, waarin niet zoveel hoop was. Ik ben voortdurend op zoek naar informatie om te begrijpen wat er is gebeurd, te vechten tegen wanhoop en het beeld dat alles versombert. De creatie van live art is een manier om met dat beeld om te gaan.’

Do it yourself
Chipaumires performances zijn ook letterlijk tamelijk donker, toch is het spel met het summiere licht en schaduw niet alleen strategisch. ‘Het is mijn cinematografische inslag. Ik houd van de schaduw, het verwijst naar het gegeven dat je altijd met je schaduw bent. In de Afrikaanse zon zijn schaduwen bovendien een manier om de tijd te lezen. Je leest dus als het ware jouw schaduw. Ik ben ermee opgegroeid. Dit gegeven te kaderen naar performatieve ruimte, geeft me veel plezier. Het gaat me niet om obscuriteit, maar om het feit dat het gelezen kan worden. Ik wil handwerk zien, geen mysterie. Alleen in het lichaam mag het mysterie bewaard blijven. Ik probeer het vooral simpel te houden en een ‘do it yourself’ mentaliteit te bewaren. Computers zijn geraffineerd, maar je ziet niet hoe ze werken. Er komt geen hand aan te pas, het is massaproductie. Dat is ook wat me interesseert in punk, het is allemaal hand-made.’

Chipaumires voorstellingen zijn soms net lectures. Naast Patti Smith is ook de Franse conceptuele stroming inspiratiebron. ‘Ik vond ze licht irritant, maar was ook getriggerd door het werk van Jérôme Bel en Xavier Leroy. Ik vroeg me af hoe ik deze vorm op een authentieke manier kon vertalen. Wat is een Afrikaanse lecture-performance? Voorlezen zou saai zijn, dat is zo educatief, zo Westers, zo Europees. Ook de horizontale manier waarop het ruimtelijk is georganiseerd. Ik zoek naar een manier om het te delen en verwerk een lecture liever in een kinetische ervaring. De frustratie van Europeanen die niet graag meebewegen tijdens een concert – performance is part of the deal. Reparaties zijn er wanneer dat wel gebeurt en een nieuwe ervaring ontstaat.’

Engagement en revolutie
In #PUNK herhaalt Chipaumire steeds het woord ‘introduction’. Dat doet ze zeer bewust. ‘Een introductie is de meest simpele vorm van een eerste ontmoeting en een engagement. Maar het is ook een metafoor voor het werk zelf; het is maar een begin, een poging. We blijven maar vast zitten in dat begin. We komen niet verder dan de poging om te onderhandelen over hoe we elkaar introduceren. We komen niet verder tot elkaar. Tussen Europa en Afrika heeft geen echte introductie plaats gevonden. Er is nog zoveel om mee te dealen en ondertussen infecteert het verleden ook onze toekomst. Als het om humaniteit gaat en verbondenheid, is het zo fout gegaan. Kunnen we het opnieuw doen deze ontmoeting, dat is mijn voorstel.’

In 100% POP is het herhalende woord ‘revolutie’ en gaat Chipaumire terug naar de jaren tachtig. ‘Alles komt en gaat in golven. Ik hoop dat we met Trump aan de macht niet terug gaan naar de lynchen van toen. Zwarte levens, ze doen er toe. Het is niet veilig, we moeten ijverig blijven; we moeten wakker blijven.’

Foto: Jesús Robisco