Kijken door een inclusieve bril en snappen welke gevoeligheden er bestaan in het theater leer je niet zomaar als je dat een leven lang niet hebt hoeven doen. Nan van Houte en Neske Beks correspondeerden over hun ervaringen en nodigen anderen uit zich te mengen in de discussie. In deze editie: Ira Kip en Samora Bergtop.

Derde feuilleton

Black Joy / Wat is een revolutie?

Ai Sam, waar zal ik beginnen?

Als eerst, faka met jou? Hoe is die mind?

Ik probeer altijd selectief te zijn met wie ik mijn gedachtes, bevindingen en vooral mening deel. Tussen jou en mij is dit een veilig gesprek, maar zoals jij zelf ook aan de telefoon zei, is de Theaterkrant/Theatermaker überhaupt een safe space voor ons? Wie leest dit eigenlijk, welk publiek?

(Lieve inclusieve lezers, als dit iets too much is, lees hierna dan even het boek White Fragility van Robin DiAngelo #thankmelater)

Maar ik was wel geïntrigeerd door de briefwisseling van Nan van Houte en Neske Beks, en ze zette me ook aan het denken.

Ik ken ze beiden van Frascati, waar ik als avonddienstmedewerker werkte en onderdeel was van de eerste lichting Breakin’ Walls, het festival voor en door jongeren. Het was best wel epic, we waren ons toen niet echt bewust van de zeggenschap die wij hadden in het veld, we deden gewoon wat we tof vonden. Daarnaast was er toen veel meer geld. Je kon letterlijk naakt op het toneel staan met een lepel in je mond en het theater noemen. Boom, gehonoreerd! Crazy! Volgens mij is Frascati mijn langste baan ooit geweest bij een werkgever. Ik ging daar eigenlijk alleen maar weg omdat ik naar New York verhuisde. Neemt niet weg dat ik bij Frascati geterroriseerd werd door een medewerker die om een of andere reden mij niet mocht. Ze had besloten dat op de dagen dat zij Hoofd Zaaldienst was, ze mij het leven zuur zou maken. Ik denk dat hier mijn soms complexe relatie met witte vrouwen is begonnen, maar dat verhaal is te lang voor deze brief. Mijn leven in New York is fenomenaal maar ook te complex en te lang voor deze brief, dus laat ik schrijven over wat me opvalt in het veld in Nederland, naar aanleiding van de ervaringen die ik de afgelopen twaalf jaar heb gehad in –onder andere – New York.

Here it goes…

WTF ya’ll been doing for these past twelve years? Hoe kan het zijn dat er zo weinig veranderd is? De theaterscholen zijn nog steeds wit, zalen zijn wit, de commissies zijn wit, Frascati is nog witter, de recensenten zijn wit. En film en tv? My god, breek me de bek niet open. Faka zus?? In onze sector valt het me op dat witte liberale mannen vooral theater willen maken met vluchtelingen, witte vrouwen theater maken over het feminisme en hun vagina’s, en zwarte makers theater maken voor witte mensen. Niks gezegd over de kwaliteit maar laten we eerlijk zijn: A seat at the table, dope, maar voor wie? Othello, dope, voor wie? Black Memories voor wie? Let’s keep it real! En dan die voorstellingen over onze zwarte vaders die er steeds niet waren? Zus, ik ben moe van die shit, en trouwens, de mijne was er gewoon hoor! En hij werkte kapot hard om te zorgen dat ik naar een theaterschool kon in Amsterdam, waar me ook nog eens keer op keer gevraagd werd of ik het wel wilde, hier op deze opleiding?

Laat het duidelijk zijn, ik val niemand aan, echt niet. I just want us to fuckin win, I want my people to win. Ik wil dat we in vrijheid kunst kunnen maken over wat actueel is, over wat ons allemaal aangaat, zonder dat wij het huiswerk gaan lopen doen voor de ander. Ik wil geen opvoed-voorstellingen meer zien!

En terwijl ik dit zeg sta ik op het punt om een voorstelling te maken over de opstand in Curaçao in 1969. Een project waar ik vier jaar geleden mee ben begonnen omdat ik de complexe relatie tussen Nederland en haar eilanden onder een vergrootglas wilde leggen. Die relaties wilde ik onderzoeken om iets beter te begrijpen hoe het verleden z’n effecten heeft op het heden, om elkaar beter te begrijpen en misschien wel te helen. Alleen denk ik nu: fuck die shit, voor je het weet ben ik ook aan het opvoeden, en daar heb ook ik geen zin in!

Zus, het zit me dwars, en tegelijkertijd is het echt niet zo dat ik de hoop verloren heb. Kijk naar Yahmani Blackman en Dorothy Blokland, zij geven mij hoop; Nina Haanappel geeft mij hoop; Carmen Lamptey, Priscilla Vaudelle, de dames van Melk en Dadels; Sir Duke, Romana Vrede is de hoop terwijl ze nota bene al meer dan twintig jaar op de planken staat. Wat jullie doen bij Well Made, echt waar dat geeft Kippy hoop. Op my peoples, en al die makers die buiten het keurslijf willen creëren en dat fuckin hard doen met nog te weinig geld en ruimte, maar wel voor de fondsen ervoor moeten zorgen dat ze uitverkochte zalen hebben met een vleugje diversiteit, terwijl witte gezelschappen en makers er kunstenplan op kunstenplan mee weg komen.

Faka? How are we winning wanneer we verdwaald raken in het continue opvoeden van de ander en dan ook nog enthousiast reageren wanneer een oude witte recensent je 4 sterren geeft in de krant, faka?

Trouwens, laten we voor de grap eens allemaal aan elkaar vertellen wie wat verdient: de salarissen van alle vrouwen in de sector naast elkaar leggen, ook de witte vrouwen en dan kijken hoe het verdeeld is. Are we all still feminist? Fair practice code my ass. Anyway, excuus I digress.

Toen ik Shrew Her maakte dacht ik: hoe kunnen deze vijf queer poc’s nog los van hun identiteit een dialoog starten over intimiteit en liefde? Cause whatever the fuck happened to black joy? Is dat echt niet interessant in het theater of hebben wij zwarte makers het privilege niet om ons in onze meest kwetsbare kern uit te beelden? Is de zaal daar te gevaarlijk voor? Is er geen ruimte voor ons om het te hebben over alles behalve de blinde vlek van witte mensen? Simone Zeefuik help me! Zij zou hier een hele goeie dissertatie over moeten schrijven. Is er zoveel pijn dat we daar eerst doorheen moeten? Is de sector nou echt zo verdwaald of willen ze het niet zien? Is de wereld zo hard aan het schreeuwen om verandering dat we eerst moeten beginnen bij het heropvoeden? En waarom doen ze dat niet lekker zelf? Inclusief zijn gaat toch over die systemen choppen die zij zelf hebben opgebouwd? Ga dat eerst doen voordat je mij komt vragen hoe je een wasi doet op 31 december!

Zus, ik struggle. Na 12 jaar ben ik Amsterdam en Nederland ontgroeid. Ik kan op de een of andere manier moeilijk landen. Ik probeer m’n weg te vinden, gewoon aan het werk te gaan, en dat gaat best goed bij KIP Republic, maar ik merk dat het enorm zoeken is omdat ik ergens toch geconditioneerd ben als een ‘New Yorker’. Ik was 25 toen ik hier weg ging, Bush was president, Obama werd het en Trump is het. Volgend jaar word ik veertig. Hoe kan ik hier een gesprek voeren over bijvoorbeeld white privilege terwijl we dat stadium in New York allang voorbij zijn? Die shit voelt eenzaam. Zonder telefoontjes aan Aruna Vermeulen, Dionne Verwey of jou (en zo zijn er nog een paar die ik soms lastigval) is dit echt een zoektocht. En ja, soms zit ik mezelf ook in de weg. Dan zit ik te veel in m’n hoofd en wordt het weer een wolk en kan ik het verschil tussen een depressie of burn-out niet meer plaatsen. Dan raak ik verdwaald in een van die queer tv-shows waar ook maar één lightskin chick in zit, waarvan de makers denken dat ze iets epics doen… daar word ik eigenlijk nog depressiever van.

Ai baja, praat met me… want we need a revolution!

Door Samora Bergtop

F’aka lieve Ira,

Dank voor je eerlijke brief.
Misschien moet ik maar eerst bekennen hoe ik struggle met mijn reactie op je brief. Je hebt mij echt geraakt met je gedachten en uitgedaagd om op deze wijze mijn gedachten te delen op een openbare plek waarvan ik ook niet zo goed weet of het een safe space is.

Ik raak uit het lood door de grote thema’s en containerbegrippen ‘diversiteit’ en ‘inclusie’. Ze zijn mijn werk en leven ingeslopen en ik kan het ook niet zo maar meer ‘uit’ zetten. Je betrapte me op iets en daarin wil ik je graag in meenemen.

So bear with me.

Kak Sisa, ik zit middenin een soort interne twijfel. En dan bedoel ik echt over alles. Niet over de zin van het leven, maar vooral over hoe te leven. Over de strijd die ik lever, over het constant reageren en te weinig de ruimte te nemen om te denken. Om stil te staan en te verzachten. Alles is een strijd voor mij geworden: theater, theater kijken, theater maken, verhalen vertellen, vrouw zijn, single zijn, geen gezin hebben, van kleur zijn, zwart zijn en alles wat daar tussenin zit.

Je brief raakt zo diep aan mijn twijfel en de gedachten over wat ik ben verloren in deze strijd voor diversiteit en inclusie en ik krijg dit niet meer uit mijn hoofd. Wat mijn ‘bicultureel’-zijn niet meer heeft weten te koesteren in het gevecht om gezien te willen worden. Om geen nummer te zijn. Om niet in de rafelranden van het leven te verdwijnen. Wanneer heb ik mijn eigen verantwoordelijkheid weggegeven en ben ik gaan geloven dat ‘strijden’ het enige is dat ik echt goed kan? En in het licht van 2020 is dit gevecht ook niet meer echt waar met al die keiharde helden: Jessica de Abreu, Mitchell Esajas, Naomie Pieter, Clarice Gargard, Mariam El Maslouhi, Simone Zeefuik, Olave Nduwanje, Seada Nourhussen, Munganyende Hélène Christelle en vele anderen die voor ons aan het strijden en winnen zijn.

Op welk moment is mijn strijden destructief geworden voor mezelf en misschien voor anderen en vreet het aan mijn creativiteit en zekerheid?
Mij bekruipt regelmatig de angst dat ik geen ander verhaal meer te vertellen heb dan het gevecht tegen racisme, ongelijkheid en uitsluiting. Terwijl dit verhaal mij niet definieert. En ik ben even kwijt welk verhaal mij dan wel definieert. Ik strijd al zo lang dat ik niet eens meer weet wat lol maken betekent, laat staan hoe mijn eigen joy eruit ziet; hoe het voelt om onstuimig te zoeken, fouten te maken, rotzooi te trappen en weer op te staan.

Hoe kom ik terug naar sfeer waarin ik gewoon Samora Bergtop ben en niet alleen een maker van kleur, een voorvechter van diversiteit en inclusie? Waar is die chick die schijt had aan al die frames?

Dit brengt mij naar mijn geboortegrond Groningen en specifiek de buitenwijk Beijum, de Bims van Grungie. Mijn safe haven. De gemeente dacht hier volkomen anders over: sociaal en economisch kansarm, onveilig en crimineel en veel ‘allochtonen’! Maar mij brengt het terug naar mijn eerste ervaring met sisterhood. En een grote fuck you naar deze politieke frames. Daarin vonden mijn vriendinnen en ik elkaar in onze tiener black power en we waren niet van plan om onszelf te bewijzen tegenover deze negatieve vibes van witte mensen. We waren precies zoals wij zelf wilden zijn.

Wij hadden ‘schijt’, zoals wij dat provocerend zeiden. Andere dingen waren belangrijker; verliefdheden, straathangen, de nieuwste mixtape, Nikes (in mijn geval LA Gears), de beste dansmoves, een zanggroep als SWV worden of toch die bubbling queen met de stiekeme bandjes van DJ Moortje en MC Pester. En tienertourend naar de grote steden Rotterdam en Amsterdam om battles te zien, op zoek naar verwantschap.

De status quo vijand vonden wij gewoon een loser, die snapte onze potentie niet. A loss for them. Zij waren niet ons publiek. We didn’t feel the need to entertain them. Wat ons bond was een loyaliteitscode en die droegen we hoog. Die ging niet over of je goed genoeg was maar of je real, dope en vooral fair was. Een natuurlijke verbinding die werd gevoed door een omgeving die de onze was.

Maar ja, je groeit. Van een gezamenlijkheid sla je de weg in naar een individuele route waarin eigen maakbaarheid en het individuele ik centraal komen te staan. Mijn weg was via de dansacademie van Lucia Marthas naar de witste school ever in mijn onderwijsgeschiedenis: de Amsterdamse toneelschool met haar dwingende idee over wat theater en kunst – en dus leven moest zijn.

En hier komt het, Sisa. Ik ben toen met open ogen in de valkuil van het kwaliteitsdenken gestruikeld. Ik ben het gaan geloven, dat ‘artistieke kwaliteit’ het enige geldige criterium is voor kunst en ik ben het gaan koppelen aan mijn strijd voor erkenning en om gezien te worden. Maar wie bepaalt ‘artistieke kwaliteit’? Er is geen plek eigenlijk die ik ken die mij zo wees op mijn kleur en alle stereotyperingen die mijn kleur opriepen als de toneelschool en het theaterveld. Laten we de taki over de talloze domme uitspraken en discussies maar skippen voor deze brief. In de tussentijd zijn er genoeg voorstellingen gemaakt over racisme en uitsluiting. Laten we ervan uitgaan dat de lezer wel weet welke nonsens er werd uitgekraamd. No time to waste.

De mentaliteit op de toneelschool, die vaak de overhand nam en zich verschool achter ‘niks menselijks is mij vreemd’, was een facking dooddoener. Het gaf te veel ruimte aan wat in mijn ogen BS, leegte en cynisme was. De trend was het existentialisme, belichaamd in ‘de dolende mens’ – lees middelbare witte man – die moest dealen met zijn leven. Maar daardoor kón alles en lukte het ons maar moeizaam een gesprek hebben over morele kwesties. Misschien dat ik hier nu een misstap bega. Natuurlijk ben ik geïnteresseerd in de grote vragen des levens. Maar niet op het moment dat mijn lichaam en wezen onderdrukt en uitgesloten worden. Niet als ik en mijn fellow people moeten dealen met micro agressies, polariserende uitspraken van gekozen politici en institutioneel racisme. Niemand heeft tijd. Hier begon mijn strijd en werd ik die maker van kleur die wilde bewijzen dat wij wel artistieke kwaliteit leverden en dat het systeem ontmaskerd moest worden.

Ik zal hier verder over moeten nadenken en graven. Het is complexer dan dit, I know. Dit is mijn eerste reactie op je brief. En misschien dat we moeten gaan eten en praten. Mijn lievelingseten is bitawiri moksi alesi met bakkeljauw, so you know what to cook, Ira.

Je eindigt je brief met:

Praat met me… want we need a revolution!

Wat is een revolutie, sisa? En hoe ziet die revolutie er dan uit? Vuurwerk? Weer een Aktie Tomaat? Een boycot? een corrigerende smack op iemands achterhoofd? Start je bewust een revolutie of groeit die op natuurlijke wijze? Of ligt de revolutie in dat wat wij voor onszélf maken? Wat wíj mooi vinden en wat óns ontroert. En dat wij keihard gaan voor die black joy. Dat wij ophouden met die allesvernietigende bewijsdrang. Dat wij gaan maken voor de mensen waar wij een verwantschap en of gemeenschapszin bij voelen.

Ik zeg hier niet mee dat dit niet al gebeurt. Misschien preek ik wel nu in het openbaar tegen mezelf. Met Well Made Productions heb ik in 2016 de theatervoorstelling A Raisin in the Sun gemaakt. We maakten dat in de eerste plaats voor onze gemeenschap en ik krijg nog steeds kippenvel van dit verhaal en die periode. Heel tof dat wij het jaar daarop voor onze missie de Amsterdamprijs voor de Kunst in ontvangst mochten nemen. Daarna kwamen Beneatha’s Place en Clybourne Park: beide voorstellingen pogingen om mensen uit te leggen wat racisme en uitsluiting met een mens doet. Maar aan wie ging ik dit ook alweer uitleggen? Mi dun voor nu.

Oh, nog een ding, mijn pa was er ook gewoon, he still is en he’s the coolest. En een taki over monies is sowieso een voor de volgende keer. Want die slagroomtaart blijft oneerlijk gesneden worden, nog zo’n reden waardoor het zo moeilijk is om uit deze nonsens te komen. Behoud is een biatch.

Brasa, Samora

 

Lees de eerdere feuilletons van Nan van Houte en Neske Beks.

Beeld Hedy Tjin