Marjon heeft geleefd zoals ze toneel speelde en ze heeft toneel gespeeld zoals ze leefde. Onverschrokken en bedeesd, dramatisch tot peilloze dieptes en lieftallig klingelend in momenten van geluk. Bijna kapseizend onder een toegewijd geweten, nerveus en geharnast achter een groot gekoesterd geheim. Koket en dansend, ondeugend en flirterig zoals de zon die even naar binnen piept. Ernstig en frivool, dat is ze tijdens haar leven en op het toneel. Afwisselend een pure schoonheid en dan weer morsig uiteen gezakt. 

Een intellectueel met aandacht voor de tekst maar ook vol beweging en muziek. Charmant en tegelijk met een vermogen tot grandioze norsheid en daar bovenop de eeuwige twijfel: het Baal toneel of de Haagse Comedie? De tweespalt waaruit ze is opgebouwd.

Uit de verte maakte ze een schuchtere indruk tussen alle anderen bij het studententoneel van de AVSV, het meisjescorps in het begin van de jaren zestig. Frêle en onzeker, zo weg te blazen. Dichterbij blijkt het tegendeel: een gedegen klassieke dansopleiding, een forse periode pianoles, nu student Nederlands met een onwrikbaar plan. Het plan om toneelspeler te worden.

‘Graai eens wat meer in de vuilnisbak, bevuil en verlaag je, haal het onderste uit je kan, zoek de onderkant, smijt met vunzigheden, ga eens weg van dat beeldige, o zo goed opgevoede en keurige Gooise meisje, schreeuw de longen uit je lijf,’ roep ik in voorbereiding voor haar gang naar de toneelschool. Het kostte haar moeite maar ze hield vol, ze begreep de noodzaak ervan.

Op school met Marjon in Freule Julie en Olga Zuiderhoek en Robbie Prager. Waarschijnlijk de eerste Strindberg met belcanto zang (en vermoedelijk de laatste).

Voor mijn regie-eindexamen met als onderdeel De 3 Soldaten van Brecht. Spel: Olga, Marjon, Trudy Derksen en Sacha Bulthuis in gekleurde overalls en met schietgeweertjes.

Haar klas doet eindexamen, nee niet weer met een mooi gespeelde scène, nee, het oproer kraait: een scène uit een stuk van Anouihl wordt (om het dames- en herentoneel te kijk te zetten), de eerste keer zorgvuldig en net echt gespeeld, dan herhaald, en iets sneller, nog iets sneller herhaald, nog iets, totdat het uit de bocht vliegt, het stencilapparaat opkomt en de pamfletten met opruiende teksten in het publiek worden uitgedeeld. Het is 1970.

Een aan een pijp lurkende stuurse boer in Jan Hanlo bij het Instituut voor Theateronderzoek en Oote Boe, het gedicht.

Dan wordt in 1973 toneelgroep Baal opgericht en is zij er vanzelfsprekend bij.

In een schriel roze onderjurkje heupwiegen en zingen over een stuk zeep om de breeduit liggende Baal (Rudolf Lucieer) te verleiden.

Toneel was bittere ernst en het werken eraan eveneens. Als ze ja zei tegen het stuk, dan geen flauwekul, maar op zoek naar de waarheid over haar rol. Het improviseren als middel, daar is veel bezienswaardigs uit voort gekomen.

Het tweede seizoen, De Rit over het Bodenmeer (Peter Handke). Marjon trekt alle registers open, danst, buldert, zingt, verkleedt en hangt de clown uit.

Niet weer de keuze voor de Gooise kant, donder ik, en haar honende lach schalt door de repetitieruimte. Een dubbelzijdig talent. Een grande dame en een lachende kleuter. Alsof ze het altijd koud had behalve op het toneel, daar gloeide ze.

Voor het Pensioen, ze vouwt zich om de blote vermoeide voeten van haar broer heen en pampert ze bijna tot een happy end.

‘Zeg, hallo Frank’, klonk het soms, haar stem een octaaf lager bassend, dan wist je, Ojee, dat wordt hommeles en een lange discussie. En zo konden we onze platonische haat-liefdeverhouding verder ontwikkelen en verfijnen.

In Bekende Gezichten, gemengde gevoelens rent ze razend en schuimend van woede over eettafels heen en zet tegelijkertijd de lampenkapjes recht. Is er dan niets op haar spel aan te merken? Jawel, ze is met haar handen aan het wapperen. Elke impuls of overgang wordt begeleid met een gebaar. Hou op, het voegt niets toe, integendeel.

Leedvermaak, zij gescheiden en solo, maar getrouwd met haar viool, die zij bij het afscheid tegen de borst klemt, hurkend tegen een pilaar. Eenzamer beeld ken ik niet.

Niet de ogen zijn de spiegel van de ziel, Marjon heeft me doen inzien: het is de stem en dan met name die van haar.

Ze was onschatbaar, voor mij, voor Baal, voor het toneel.

beeld Hans Verhoeven

Dossiers

Theaterkrant Magazine maart 2024