Seefhoek series, een reeks van zeven stedelijke interventies, is een ode van theatermaker Thomas Verstraeten (FC Bergman) aan de Antwerpse wijk waarin hij woont. De Seefhoek is een dichtbevolkte buurt in het noorden van de stad die tijdens de late industriële revolutie rond 1860 als een volkse arbeiderswijk ontstond.

Ze veranderde de voorbije decennia in een plek met meer dan honderd nationaliteiten. Doorheen haar hele geschiedenis is het een armoedige en achtergestelde plek gebleven. De Seefhoek werd in 1988 in heel Vlaanderen een begrip toen het televisieprogramma Panorama een uitzending maakte over het ontstaan van het extreemrechtse Vlaams Blok (nu: Vlaams Belang), een partij die groot werd in deze wijk. De buurt kwam enkele maanden geleden nog negatief in het nieuws vanwege een (niet ontplofte) bom gelinkt aan het drugsmilieu. (Voor)oordelen in overvloed over de Seefhoek. Toch is Seefhoek series – de interventies hadden plaats tussen 22 en 30 september 2023 – niet meer of minder dan een liefdesverklaring: ‘Wanneer over de Seefhoek gepraat wordt, dan gebeurt dat meestal in negatieve en pejoratieve termen, terwijl ik denk dat het een van de mooiste buurten van de stad is. De hele wereld woont er samen op een relatief harmonieuze manier. Er is een kerk en een moskee, een zwembad, een psychologische praktijk, een Chinese groothandel, restaurants, een videobedrijf, een plek voor beschut wonen – dat alles staat voor een heel divers en rijk samenleven.’

Vervreemding en ontmoeting

Thomas Verstraeten maakt deel uit van het Vlaamse theatercollectief FC Bergman dat inmiddels bekend staat om zijn indrukwekkende visuele ensceneringen, zoals 300 el x 50 el x 30 el (2011), Van den vos (2013), Het land Nod (2015), JR (2018) en The Sheep Song (2021), ensceneringen die meer dan eens de fysieke limieten van de schouwburgzaal en de black box opzochten. Parallel aan zijn werk binnen het collectief is Thomas Verstraeten al jarenlang bezig met een eigen artistiek parcours op het snijpunt van beeldende kunst en theater. Een belangrijke focus ligt daarbij op de stad en op performances in de openbare ruimte.

Dit jaar kreeg FC Bergman voor het hele oeuvre de prestigieuze Zilveren Leeuw voor Theater op de Biënnale van Venetië: ‘FC Bergman flirt met de grenzen van het haalbare, en creëert apocalyptische moderne sprookjes, vaak zonder woorden maar met een verrassende plastische kracht en beeldend potentieel. Centraal in hun werk staat de Mens – verscheurd tussen het existentiële verlangen om zijn eigen grenzen te overschrijden enerzijds, en de angst voor verandering anderzijds’, aldus het juryrapport. Terwijl het individu in de voorstellingen van FC Bergman voortdurend verpletterd dreigt te worden door de wereld, zoekt Thomas in zijn solowerk naar een dialoog met zijn directe omgeving – en dat mag letterlijk genomen worden: met zijn straat, zijn wijk, zijn stad. Hier geen verhaal van vervreemding en verlorenheid maar van ontmoeting en van de schoonheid van het alledaagse.

Familiestraat

Het is niet de eerste keer dat Thomas Verstraeten zijn persoonlijke leefwereld als uitgangspunt voor zijn werk neemt. De Seefhoek series is de voortzetting en uitbreiding van Familiestraat, een project uit het vreemde coronajaar 2020. Thomas observeerde en registreerde wat er gedurende dat jaar allemaal in zijn straat gebeurde, en zocht naar de relaties tussen die gebeurtenissen. Stonden ze volledig los van elkaar of waren er toch subtiele samenhangen? Hoe beïnvloedden belangrijke en onbenullige gebeurtenissen elkaar? In een grote loods bouwde hij de straat waarin hij woont, de Familiestraat, op ware grootte in karton na. Samen met tweehonderd buurtbewoners ensceneerde hij in een zes uur durende voorstelling een overzicht van wat er zich dat jaar aan grote en kleine dingen in zijn straat had voorgedaan: van een vechtpartij en een politie interventie tot de straat die door corona tot een speelplein omgevormd werd.

Het zo realistisch mogelijk kopiëren van de zichtbare stedelijke architectuur maakt deel uit van de signatuur van Thomas Verstraeten. Voor Pierre Menards Paradox (2014) kopieerde hij in de gebouwen van de kunstopleiding Sint Lucas te Antwerpen het interieur van het ertegenover liggend Marokkaanse koffiehuis Tanger. Twee keer hetzelfde café en toch twee keer anders.

Naast het kopiëren is het verplaatsen naar een andere context een van de theatrale strategieën van Thomas Verstraeten: het koffiehuis Tanger wordt gekopieerd in een kunstinstelling. En in 2016 bouwt hij in cultuurhuis DeSingel een nachtwinkel na: alle typische kenmerken van een nachtwinkel zijn aanwezig, maar de stad, de straat en de nacht ontbreken en de bezoekers zijn geen kopers maar kunstminnaars. Precies in zijn hyperrealisme en door een ontbrekende context wordt de nachtwinkel een bevreemdend en intrigerend object.

Theater als perspectief

Theatermaken is niet iets opvoeren, theater is perspectief, aldus filosoof Bart Verschaffel: ‘Het is het punt bepalen van waaruit iets moet worden gezien.’ Het is de theaterzaal met zijn lijst die het kijken van de toeschouwer stuurt en fixeert: ‘Het theater transformeert én het zien én het spektakel. Het verstrooide, gebrekkige, vluchtige, toevallige kijken wordt naar één punt gebracht, en geïdealiseerd.’

De theaterzaal is een uitvinding van het Italiaanse humanisme, dat zich lieten inspireren door geschriften over architectuur uit de Romeinse Oudheid. Het middeleeuwse theater kende immers de theaterzaal niet. Er werd gespeeld op de hoeken van de straat, op het marktplein, op een rondtrekkende wagen, op een houten staketsel waarrond het publiek zich verzamelde; de hele stad was onderdeel van de voorstelling. Pas in de renaissance ontstond het afgesloten hoftheater dat later transformeerde tot de burgerlijke schouwburg die we nog steeds terugvinden in het centrum van onze grote steden. Die overgang van de straat naar de theaterzaal heeft volgens Verschaffel ook te maken met het ontstaan van het absolute gezag van de vorst over de opstandige steden: ‘Het theater begint met de Blijde Intrede, met het bezoek van de vorst aan de stad’. In tegenstelling tot de verstrooide blik van het middeleeuwse spektakel is de theatrale blik met andere woorden een ‘koninklijke’ blik, een perfect gericht perspectivisch kijken. Die koninklijke blik heeft de voorbije eeuwen het theater gedomineerd en vormgegeven. Al een tijd proberen theatermakers zich aan de dwingende greep van die blik te onttrekken. Ze verlaten daarvoor de schouwburg of de black box. Ze trekken de stad in op zoek naar een nieuwe vorm van communicatie en naar een participerende gemeenschap. In Seefhoek series maakt Thomas Verstraeten zich los van de theaterzaal en begeeft zich in de openbare ruimte, zij het niet om het toevallige en verstrooide kijken te herstellen. Hij maakt gebruik van het theatrale perspectief om de blik van de toeschouwer te sturen en het alledaagse te herwaarderen.

Lang genoeg kijken

Seefhoek series is geen participatief project in de enge zin van het woord. Het kon weliswaar alleen met de participatie van vele tientallen buurtbewoners tot stand komen, maar het is geen bottom-up initiatief. Het algemene concept, de ideeën voor de verschillende performances en de manier om ze concreet uit te werken, komen van Thomas zelf. In die zin blijft zijn individuele artistieke autonomie onbevraagd. Het podium daarentegen wordt volledig ingenomen door buurtbewoners die in de eerste plaats zichzelf blijven in een door de kunstenaar aangebracht kader en door hem gestuurd scenario. De performances werden voorafgegaan door een lange periode van gesprekken en ontmoetingen met buurtbewoners, wijkwerkers en lokale organisaties waarin het project in zijn geheel werd voorgesteld. Ook nu het project voorbij is, zijn er nagesprekken en evaluaties met de participanten en volgend jaar organiseert Thomas een tentoonstelling waarin de sporen (foto’s, video’s, verslagen, recensies) van het project worden samengebracht.

In tegenstelling tot Familiestraat reconstrueert Thomas in Seefhoek series zijn leefomgeving niet, maar zoekt hij ze expliciet op. Hij verplaatst ze niet, maar transformeert ze. Of juister nog: hij plaatst ze in een ander daglicht. Heiner Müller schrijft ergens dat als je maar lang genoeg naar iets kijkt, alles revolutionair wordt. Het is geen ‘revolutie’ in de militante zin die Thomas teweeg wil brengen, maar wel een andersoortige blik op het alledaagse. Je eigen leefomgeving is bij uitstek de plek van het alledaagse, van datgene wat je niet of nauwelijks percipieert wanneer je eraan voorbij wandelt. Het is precies dat alledaagse waar het Thomas om te doen is. Hij verwijst in dit geval graag naar het werk van Georges Perec. In diens essay Nader tot wat? luidt het: ‘Wat we moeten problematiseren is het baksteen, het beton, het glas, onze tafelmanieren, ons gereedschap, onze werktuigen, onze tijdsbesteding, onze ritmes. Problematiseren wat voor ons ten enenmale niets verbazends meer lijkt te hebben.’ In een ander essay, Ruimten rondom, is Perec nog explicieter: ‘Noteren wat je ziet. Opmerken wat opmerkelijk is. Zijn we wel in staat om te zien wat opmerkelijk is? Is er iets wat ons opvalt? Niets valt ons op. We zijn niet in staat om te zien. We moeten het anders, behoedzamer aanpakken, ons haast van de domme houden. Onszelf dwingen op te schrijven wat geen belang heeft, het allervanzelfsprekendste, het allergewoonste, het alleronbenulligste. (…) Jezelf dwingen tot een vlakkere blik. (…) Lezen wat er op straat te lezen valt: aanplakzuilen, krantenkiosken, affiches, verkeersborden, graffiti, op de grond gegooide folders, uithangborden van winkels.’ En zo gaat Perec nog een tijd door met het suggereren van praktische oefeningen in het opnieuw zien en ervaren van het in-de-stad-zijn.

Bloedworst en fladder

Het vertrekpunt van Seefhoek series zijn de persoonlijke observaties en ervaringen van de kunstenaar die dagelijks door zijn buurt wandelt: het voetbalspel van jongeren op het Jos Verhelstplein, een Surinaams eetkraampje op het Coninckplein, een partij cricket in Park Spoor Noord, rondwandelende jongeren die naar muziek luisteren, stadsreinigers die het Stuivenbergplein schoonvegen, een Afrikaanse predikant op het Astridplein. Die ‘banale’ evenementen worden ‘vervreemd’: ‘geproblematiseerd’ in de woordenschat van Georges Perec, ‘getheatraliseerd’ in het vocabulaire van Thomas Verstraeten. Hij onderwerpt ze aan een aantal artistieke bewerkingen – waarvan het aanbrengen van een nieuw kader, het vermenigvuldigen, het verplaatsen naar een andere locatie de belangrijkste zijn – en plaatst ze dan opnieuw terug in hun oorspronkelijke stedelijke context.

  1. Zo wordt de straatvoetbalwedstrijd – 21st Century Project – op een professionele manier in beeld gebracht en live uitgezonden door het Antwerpse kanaal ATV: met stadionlichten, droneshots, steadycam en slow motion voor de herhalingen, en met commentaar en analyses van twee plaatselijke voetbalcommentatoren.
  2. Onder de titel Bloedworst en Fladder laat Thomas een kleine karavaan van nomadische eetkraampjes van het Coninckplein naar de Bourlaschouwburg trekken. Het zijn kopieën van een kleine rode Surinaamse eetkraam die op het Coninckplein stond en Surinaamse bloedworst en fladder verkocht. De kleine eetkraampjes groeien zo als exportproduct van de wijk uit tot een multinational op stedelijk niveau.
  3. In Looking for Harmony wandelen, fietsen of rijden tientallen bewoners volgens een vastgelegd parcours in hun buurt rond, uitgerust met een kleine, draagbare luidspreker waarop hun lievelingsnummer speelt. De Seefhoek wordt een live dj-set, een eclectisch, los gechoreografeerd geluidslandschap dat de culturele diversiteit van de buurt representeert.
  4. In Park Spoor Noord spelen jongeren van de Afghaanse gemeenschap sinds jaar en dag cricket, een sport die in de 17de eeuw door Vlaamse wevers in Engeland werd geïntroduceerd (Met de krik ketsen). De cricketwedstrijd wordt een theatrale gebeurtenis, met theaterlicht, een bezwerende soundscape, choreografische bewegingspatronen en een groot geschilderd achterdoek dat zachtjes voorbij glijdt en aan de hand van drie landschappen (uit Antwerpen, Engeland en Afghanistan) de wereldreis van het cricketspel in een loop zet.
  5. Speaker’s Corner is een volksvergadering op Schoolplak over de schoonheid van de Seefhoek. Onder leiding van Thomas Verstraeten vertellen buurtbewoners aan de hand van zelfgekozen foto’s over de verborgen maar mooie kanten van de wijk.
  6. Mythe van Sisyfus is een afvalchoreografie. In een lange rij wandelen buurtbewoners in één lijn over het Stuivenbergplein. Ze werpen met op kleur gesorteerd afval een enorme abstracte afvaltekening op de grond. Daarna verkleden ze zich in de fluorescerende kledij van de stadsreiniging en halen het afval opnieuw op. De beweging herhaalt zich. Het gooien en oprapen van afval wordt bijna een dans, zoals eb en vloed.
  7. Terwijl deze zes activiteiten zich in de openbare ruimte afspelen en daar op verschillende manieren getheatraliseerd worden, maakt Thomas met de zevende activiteit de omgekeerde beweging: hij haalt de straat in het theater. Hij vroeg de Afrikaanse prediker die wekelijks op het Astridplein het woord Gods verkondigd om dat te doen in de Bourlaschouwburg. Op het podium bouwde hij een hoek van het Astridplein in perspectief na, zich beroepend op de theatertechniek uit de renaissance.

Het drama van de straat

Thomas maakt van het dagelijkse gebeuren op straat en in zijn wijk het ‘drama’ van zijn voorstelling. Hij installeert geen koninklijke perfecte blik op de Seefhoek. Integendeel zelfs, het gaat hem eerder om de ‘vlakke’ blik waarover Perec het heeft. Maar hij gebruikt daarvoor wel het format van het theaterkijken en van de theaterzaal: we kijken naar de cricketwedstrijd en naar de afvalchoreografie als naar een voorstelling. Samen met de inwoners eigent hij zich de openbare ruimte toe – voor de duur van de opvoering – door ze te theatraliseren, door het creëren van een bepaald perspectief, een duidelijk kader rond het gebeuren. Hij richt de blik op iets alledaags (een voetbalwedstrijd, een eetkraam, een prediker op straat) en dat net lang en intens genoeg om er effectief naar te kijken. Vanwege het kader, vanwege de vermenigvuldiging, vanwege het gechoreografeerde bewegingspatroon – allemaal strategieën van vervreemding, die een bestaande vervreemding (de gewoonte) een ogenblik weten op te heffen.

In 1977 verscheen Richard Sennetts klassiek geworden studie The Fall of Public Man. Daarin beschrijft hij hoe sinds het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw de publieke ruimte als een theatrum mundi waarop iedereen een rol speelt en dus als een sociale actor optreedt, vervangen werd door een narcistische scène waarop het individu alleen nog ‘zichzelf’ is en geen publieke rol meer kán spelen. De publieke ruimte wordt, vooral door de televisie, overspoeld door het private en de privé-ruimte wordt op haar beurt door het publieke binnengedrongen (in het thuiswerk, bijvoorbeeld). De pessimistische analyses van een inmiddels helaas wat vergeten denker Jean Baudrillard gaan nog een stap verder. We kennen al lang de grenzen niet meer tussen het politieke en het economische, het private en het publieke, het intieme en het pornografische, het fictionele en het feitelijke. De vele zogenaamde reality-shows op televisie en de social media (fake news) zijn hiervan het beste voorbeeld. We zijn ‘verworden’ tot passieve consumenten.

Ik wil me echter aansluiten bij de Nederlandse socioloog René Boomkens die een genuanceerder beeld brengt van deze ontwikkelingen. Hij maakt de belangrijke kanttekening dat Sennett vertrok vanuit het ideaal van een intellectuele kosmopolitische cultuur. Dit kosmopolitisme is echter slechts één van de vele mogelijke stedelijke culturele praktijken. De stedelijke openbaarheid is ‘gedeïntellectualiseerd’, aldus Boomkens, en het ideaal van distantie en neutraliteit is vervangen door een complex spel van diversiteit, competitie, spektakel, voyeurisme, lichamelijkheid, verleiding, consumentisme, etc.: ‘Van centrum van beschaving en intellectuele uitwisseling, de idealiserende humanistische conceptie van openbaarheid, naar de chaotische marktplaats vol verschillen en tegengestelde belangen, van transparantie naar onoverzichtelijkheid: dat is de samenvatting van de recente historie van de moderne, stedelijke openbaarheid. Geen geschiedenis van louter verval (…) wel een verhaal over radicale en moeilijk te verwerken veranderingen.’

Thomas Verstraeten geeft op deze veranderingen in de publieke ruimte zijn eigen antwoord. Niet militariserend, maar socialiserend, om termen van Peter Sloterdijk te gebruiken. Niet kritisch en wijzend op spanning en conflict, maar gemeenschapsvormend, hoe klein en tijdelijk ook. Het lijkt erop alsof hij daarvoor aan de participant en aan de toekijker opnieuw ‘een rol’ wil geven, namelijk die van participant en toekijker die zich bewust zijn van hun participeren en toekijken; de jonge voetbalspelers op het Jos Verhelstplein weten dat ze professioneel gefilmd en live uitgezonden worden, de participanten in Familiestraat spelen zeer bewust zichzelf na. Alleen doet Thomas Verstraeten dat niet met de klassieke strategieën van distantie en intellectuele reflectie, maar met alle technieken van de theatrale verleiding. En dat kan ook de sociale rollen herschikken: ‘Deze productie is misschien geen langdurig participatief proces; maar op die ene dag gebeurt er wel degelijk iets dat betekenisvol is. De buurman die normaal gezien de politie zou bellen vanwege geluidsoverlast, speelt plots mee met de jongeren.’

foto Wannes Cré

Seefhoek Series kwam tot stand binnen Toneelhuis en maakt deel uit van het driejarige door meerdere Europese partners – universiteiten en theaters – gedragen project Unlock The City (2023-2025).

Dossiers

Theaterkrant Magazine januari 2024