Brussel

Kunstenhuis als val

In de middag van 9 februari stond er bij Globe Aroma, een Brusselse kunstenorganisatie die zich richt op migranten en vluchtelingen, plotseling een twintigtal agenten op de stoep. Onder het mom van een sociale inspectie werden tijdens de opening van een tentoonstelling uiteindelijk zeven kunstenaars zonder papieren opgepakt, van wie er twee werden geïnterneerd en vier een uitzettingsbevel kregen. De actie bleek onderdeel te zijn van het Kanaalplan, een samenwerking tussen verschillende overheidsorganisaties om dekmantels van terrorisme en criminaliteit op te sporen.

In het kader van dit project werden in 2017 ook al tientallen andere maatschappelijke organisaties binnengevallen. Niemand lijkt evenwel te kunnen verklaren waarom deze het doelwit zijn van anti-terreuracties; de minister van Binnenlandse Zaken, Jan Jambon (N-VA), verwijst in het geval van Globe Aroma terug naar de Brusselse politie en doet er verder het zwijgen toe.

De actie bracht een schokgolf teweeg binnen de Brusselse kunstensector. De directies van de belangrijkste Brusselse podiumkunstenorganisaties schreven in een open brief: ‘Welke vluchteling of asielzoeker zal zich nog met een gerust hart tot een culturele of sportieve organisatie wenden als de Federale Politie ze als “val” gebruikt? Welke cultuur-, jeugd- of sportwerker durft in deze omstandigheden zijn hand nog uitsteken of de deur openzetten?’ En ook in een latere brief van enkele aan Globe Aroma verbonden kunstenaars werd vooral het schizofrene overheidsbeleid gehekeld: ‘In de superdiverse grootstad van vandaag is het noodzakelijk dat culturele en socio-culturele organisaties de deuren openzetten voor nieuwkomers en vluchtelingen. Een aantal beleidsmakers in dit land onderkent het belang hiervan en steunt de organisaties daarbij. We zijn geschokt dat dezelfde overheid die Globe Aroma een opdracht geeft, nu toestaat om die te vernielen.’

De Vlaamse Minister van Cultuur Sven Gatz (Open Vld) liet zich ook kritisch uit over de actie. ‘De agenten hebben zich bij de inval geïdentificeerd als sociale inspectie. Ik vind dan ook dat men hier zijn boekje te buiten is gegaan. De mensen bij wie ze binnenvallen, moeten weten waarom dat gebeurt.’ Ondertussen organiseerden de Brusselse kunstenorganisaties op 17 februari een demonstratie onder de naam One Alarm, Many Voices. Enkele honderden mensen kwamen opdagen om te protesteren en strategieën te verzinnen om met toekomstige politierazzia’s om te gaan. Gezien de tegenstrijdige signalen vanuit de Vlaamse, federale en Brusselse overheden zijn collectieve solidariteit en zelfredzaamheid de enige waarden waarop de culturele scene van Brussel op dit moment kan vertrouwen.

Marijn Lems

Teheran

Rouwritueel voor een dalende munt

Februari 2018. Er staan lange rijen bij de wisselkantoren op het Ferdowsi-plein in Teheran. De helden uit het epos de Shahnameh kijken vanaf muurschilderingen neer op het plein. Groepen mannen houden nauwlettend de snel dalende rial in de gaten. Mijn collega, de jonge Iraans-Nederlandse componiste Aftab Darvishi, kijkt geschokt naar de  wisselkoersen. Ze blijft het laatste dieptepunt zachtjes in zichzelf te herhalen, ‘61000 rial voor een euro’, alsof ze een actrice in een eeuwenoud rouwritueel is. Ondertussen lopen we naar een hippe galerie in het centrum, gevestigd in een voormalige bierbrouwerij, waar het nieuwste op het gebied van VR kunst te zien is, gesponsord door het Koreaanse bedrijf Samsung. Op de esthetisch verbrokkelde muren staat: ‘We never know what the past will be made of..

We zijn in Teheran om met partners te overleggen over ons opera-project, een nieuwe versie van Turandot gebaseerd op de originele tekst van de Perzische dichter Nizami, dat aankomende winter in première moet gaan in Teheran. De vraag was al gerezen of de timing goed was, nu er grote paniek is over de dalende koers. Inderdaad, ik realiseer me snel dat het van slechte smaak getuigt om in deze situatie om een financiële bijdrage te vragen.

Een week later spreek ik een van mijn favoriete jonge actrices, Behafarid Ghafarian. De afgelopen jaren speelde ze in twee speelfilms en twee belangrijke theaterproducties. Om in haar levensonderhoud te voorzien is ze overdag tandartsassistent. Ze vertelt me dat ze voor een recente productie maar de helft betaald heeft gekregen van een al bijzonder karig loon. Als jonge actrice heeft ze geen poot om op te staan. Ze vreest dat ze, nadat ze geklaagd heeft, wellicht problemen heeft met de producent, en niet meer gevraagd zal worden.

Je hoort steeds meer verhalen over jonge kunstenaars die helemaal niet betaald worden, of veel minder dan afgesproken. Een jonge grafisch ontwerper heeft al 8 maanden geen cent gekregen van haar werkgever, en leeft op de zak van haar ouders. Het zijn geen uitzonderingen, een aantal instellingen en producenten lijken de financiële chaos te gebruiken om op creatieve wijze met de betalingen van hun kunstenaars om te gaan. De ‘accountability’ is ver te zoeken.

Die avond gaan Aftab en ik naar het theater; de zaal zit vol, de mise-en-scène is met beperkte middelen bijzonder poëtisch, tien acteurs spelen zich het vuur uit de sloffen en het publiek is jaloersmakend jong en aandachtig. Ik kijk naar al die jonge kunstenaars op het toneel, en realiseer me hoeveel het ze gekost heeft. Dat er zoveel prachtig theater is in Teheran, is vooral te danken aan hun doorzettingsvermogen en veerkracht. Ik wens ze een Ferdowsi-plein waar de wisselkoers tussen creativiteit en beloning 1:1 is.

Miranda Lakerveld

Dossiers

Theatermaker april 2018