Er lijkt ruimte te komen voor een nieuwe instelling voor erfgoed, reflectie, onderzoek en kennis over en voor de podiumkunsten. Hoe zou zo’n instelling er idealiter uit komen te zien? Theatermaker vroeg vier kunstenaars hun visie. Deel 2: Mara van Nes

Net buiten het centrum van de stad in een buurt met zowel bedrijven als huizen, waar genoeg mensen op straat lopen, maar je wel nog gewoon je eigen tempo kan aanhouden, staat een groot pand met veel ramen en verschillende deuren Het gebouw is een kruising tussen een pakhuis en een fabriekshal met veel glas en sterke contouren. Er zit een gat in het dak. Dwars door het gebouw heen, maar niet symmetrisch in het midden loopt een weg waar het verkeer onophoudelijk doorheen stroomt.

Er staat altijd een deur open.

De ruimte die je na binnenkomst betreedt is gigantisch, maar de akoestiek is als van een kleine woonkamer. Hoog aan het plafond lopen rails met eindeloze hangsystemen waar kostuums en rekwisieten aan hangen. Het is een ruilsysteem waarbij iedereen die inlevert weer iets kan meenemen.Het glazen raam grenzend aan de weg dient als een enorme uitgerekte etalage.

De utopie van een beginneling in dit werkveld. Ik heb zin. Ik ben jong en ik wil wat. Maar ik heb ook vrees. Ik ben van de generatie die ‘wel eens heeft gehoord over het TIN’. Het is een soort mythologisch wezen. Alle informatie die ik op school kreeg droeg bij aan eenzelfde perspectief. Het ontbrak aan een verscheidenheid in bronnen.

Het heden kan niet de verschillende perspectieven omarmen als het verleden deze niet vertegenwoordigt. Want als ik geen kennis heb van de ander, kan ik mij er ook niet in verdiepen. Daarom pleit ik voor het opnieuw opbouwen en inclusief maken van het theaterarchief. Ik laat expres het woord ‘Nederlands’ weg omdat ik landgrenzen irrelevant acht voor kunstenaarschap.

 Er staan lange tafels waar bevlogen aan gewerkt wordt. Maar waar ook alle tijd is om voor je uit te staren, waar blikken elkaar kunnen kruisen. Waar de harmonie ontstaat om elkaar op de bek te timmeren. Waar gekozen mag worden of hetgeen wat gemaakt is in de etalage gezet moet worden. Omdat iets ook in één moment kan bestaan om vervolgens weer vanuit verder te werken.

Ik zie een platform als een open ruimte. En dat hoeft niet letterlijk in bakstenen. Het is de hoogste tijd dat we meegaan met de tijd. Door een gedeeltelijk digitale ruimte. Een loods voor kennis zonder absurde huurprijzen of eigenaren. Geen hiërarchisch archief als een encyclopedie, maar een veranderlijk open source netwerk. Zoals op Pinterest de tags niet alleen zijn gelinkt aan woorden, maar ook aan visuele waarnemingen: kleuren, patronen. Daarnaast gaat het niet uit van een chronologie of een stroming, er bestaat geen onderscheid in hoge of lage cultuur. Alles kan met elkaar in verbinding staan.

Aan de muren hangt een wisselende expositie die nooit van één maker is, maar er is altijd een helder verband. Het zijn ongelijke kopieën die vragen oproepen. Wat is een herhaling ten opzichte van een origineel? Is chronologie belangrijk in de toekenning van waarde?

Door een dergelijk archief kan er een verduurzaming in het gesprek plaatsvinden. We kunnen stoppen met verlopen vragen te stellen als ‘Moeten we divers worden?’. Omdat we zullen inzien dat we dit al meer dan veertig jaar zijn. We kunnen nieuwe vragen stellen omdat we over een collectieve kennis zullen beschikken.

Om deze kennis over te dragen en uit te wisselen zullen we elkaar ook in de ogen moeten kijken. Tijdens ontmoetingen in de zalen, de foyers en de festivals. Maar ook in publieke ruimtes en verbonden aan andere sectoren.Het theaterwerkveld als één gigantisch collectief, zonder een op winst gebaseerd waardeoordeel. Omdat we ons tot elkaar moeten verhouden en daarnaast moeten nadenken over wat voor plek ‘Het Theater’ in de toekomst wil innemen in de samenleving. Trekken we ons terug in verscholen zwarte dozen, onvindbaar voor de buitenwereld, en dus zelf ook vervreemd van deze realiteit? Of verbinden we de buitenwereld aan ons bestaansrecht en geven we ruimte voor de kwetsbaarheid van reflexiviteit?

 De weg raast nog steeds geluidloos door het gebouw. Het herinnert de mensen die binnen nieuwe werelden creëren, dat er ook nog een wereld buiten is. En door het gat in het dak kan ieder element binnenkomen.