‘Let your frustration out! Feels good, right? Give it what you got; Get it all out! Ten seconds. Make some noise! I got one final thing after this.’ In een repetitielokaal in Rotterdam klinkt over de speakers een stem die aanspoort om zo hard mogelijk tegen een kussen te slaan. Acht mensen werken zich in het zweet terwijl op een groot scherm een YouTube-video speelt. Titel: ‘The ANGRY workout | Release FRUSTRATION by Punching, Kicking + Throwing Things’. Club Gewalt werkt aan de voorstelling Club Club Gewalt 5.0 Punk en begint de repetities met het kanaliseren van frustraties: over de wereld, zichzelf, het theater, de politiek, de vleesindustrie, racisme, Facebook, de Theaterkrant, de NOS, Nederland, het patriarchaat, kapitalisme, punk zelf. Als ik een stuk wilde schrijven moest ik maar even mee komen doen.

Club Gewalt maakt voorstellingen die exploderen van de vele verwijzingen naar populaire cultuur: Kanye West, Trapped in the Closet, Game of Thrones, om er maar een paar te noemen. Muziek is de belangrijkste drijfveer en vaak componeren ze alle muziek dan ook zelf. Voor Yuri A Workout Opera schreven ze een workout track van veertig minuten om daarin het levensverhaal van Yuri van Gelder te vertellen. Van begin tot eind (de Olympische spelen) en in zijn eigen woorden. Geen moment van reflectie, maar voortdurend doorgaan. Geen oordeel, maar een sneltrein van muziek, dans en haperende zinnen om dat doordenderen te verbeelden. Het werk wordt vaak ironisch gelezen en dat vinden ze jammer. Misschien doordat de vele referenties naar popcultuur nog niet altijd en overal even serieus worden genomen, terwijl mensen die zijn geboren rond 1990 daarmee toch echt zijn opgegroeid. Ik praat verder met Robbert Klein, Annelinde Bruijs, Sanna Vrij en Amir Vahidi.

Dus jullie worden hier boos van?

Klein: ‘Misschien door de woordkeus? ‘Vervallen in cynisme, het ergens niet over durven te hebben’. Dat klinkt als een waardeoordeel. Sanna: ‘Alsof we slachtoffer van iets zijn.’ Annelinde: ‘Maak je cynisch theater of moralistisch theater? Dat lijkt me niet echt een lekker startpunt om naar kunst te kijken toch?’

Zijn het ook niet vrij talige begrippen? Ironie en moralisme bedoel ik. Dat ze uit het domein van de taal komen?

Bruijs: ‘Ja dat bedoelde ik net misschien ook. Die begrippen hebben in de kunst niet zo’n absolute plek. Was dit toneelstuk ironisch of vertrok het vanuit moralisme – kan het niet gewoon allebei?’

Klein: ‘De dingen die wij tof vinden zijn vaak moeilijk te duiden in termen als ironisch of moralistisch. De film Springbreakers van Harmony Korine maakt bijvoorbeeld veel gebruik van ironie, maar het is niet ironisch. Of de serie Rick and Morty: binnen al het cynisme is het wel degelijk ontroerend en kwetsbaar. Maar als je kijkt met een bril om te kiezen of het of ironisch of moralistisch is – dan kom je daar niet.’

Ik herken mezelf in het verzet tegen de begrippen ironie en moralisme. Misschien omdat verzet tegen (essentialistische) categorieën kenmerkend is voor onze generatie: niet kijken naar wat iets is, maar naar wat iets doet. Hetzelfde kan je misschien zeggen over kunst pinpointen als een van die twee. Een verzet dat vermoedelijk beïnvloed is door ideeën van onder anderen Judith Butler over performativiteit en de noodzaak om weerstand te bieden aan de begrenzende werking van categorieën, bijvoorbeeld als het gaat over gender en identiteit. Hoe vermijd je de valkuil van de begrenzende categorie waar je onherroepelijk in loopt?

Als we zeggen dat het werk van Club Gewalt ironisch is, kijken we niet naar de manieren waarop ze via ironie proberen de valkuil van ironie te omzeilen en zo misschien betekenis toe te voegen aan het idee ironie. De deconstruerende werking van ironie is namelijk wel degelijk zinnig en zeker ook inhoudelijk belangrijk.

Maar wat doet het dan, die ironie?

Klein: ‘Voor ons jongere publiek lijkt dat minder een probleem: die zijn gewend dat er allerlei dingen naast elkaar kunnen bestaan. Ouder publiek snapt het vaak niet helemaal en is nieuwsgierig. En oude theatermakers willen het de hele tijd duiden en plaatsen wat we doen. Terwijl dat het soms juist een beetje kapot maakt. Het is alsof je in een interdisciplinair stuk elke discipline afzonderlijk gaat interpreteren: dit is ironisch – dit is echt oprecht – dit is moralistisch. Dan is het allemaal weg.’

Vahidi: ‘Ik ben sowieso niet echt iemand die referenties heel erg snel pakt.’

Vrij: ‘Niet waar joh – jij ziet overal de hele tijd referenties.’

Vahidi: ‘Ja maar ik let er niet zo erg op of zo.’

Vrij: ‘Daar gaat het dan toch precies over? Dat we zo gewend zijn aan het internet en dat alles de hele tijd naar elkaar verwijst dat we daar niet zo’n punt van maken. Het definieert wel je ervaring, maar je gaat het niet helemaal uitleggen want dan maak je het ook kapot.’

Neem memes, de kunstvorm van het internet die bestaat bij de gratie van verwijzen en die daarbij vaak gebruik maakt van ironie. In een halve seconde met een simpel beeld en een korte tekst wordt een schat aan verwijzingen opgeroepen waardoor ze tegelijkertijd een politiek statement maken, een grap zijn, iets deconstrueren en een tijdsbeeld geven. Door iets extreem eenvoudig weer te geven en te refereren aan zowel de canon van de hoge cultuur als alle mogelijke vormen van lage cultuur erkent het de complexiteit van het internet – of van de wereld.

In de ruimte van het theater heel overdreven en plat naar popcultuur verwijzen zoals Club Gewalt dat doet, is dus zowel een deconstructie van kwaliteitsnormen, als ook een oprechte poging daar een ervaring tegenover te zetten en een poging om popcultuur te emanciperen binnen de ruimte van het theater. Natuurlijk gaat een lied zingen met de tekst ‘De VVD is niet oke’, niks doen aan de populariteit van de VVD. Maar het legt daardoor wel de zeer beperkte werking van het theater buiten het theater bloot. En alsnog is de boodschap gemeend.

Heeft het voor muziek minder zin om in die categorieën te denken?

Klein: ‘Ik heb ook het idee dat muziek minder reflecterend is en daarom wat makkelijker vooruit kan.’

Bruijs: ‘Ik kan ook geen ironische toon bedenken.’

Vrij: ‘De wereld is complex en we hebben niet de behoefte om de complexiteit op te lossen – of de illusie dat we dat kunnen. We weten niet anders, maar dat betekent niet dat we er geen moeite mee hebben want we hebben ‘allemaal’ burn-outs en zijn voortdurend in idealistisch conflict met onszelf. Maar we benaderen dat door onszelf weer te voelen. Door als Club Gewalt samen muziek te maken en te voelen van: ‘Joe wij zij hier’. Dat betekent niet dat we nergens meer in geloven.’

Klein: ‘Die gemeenschappelijke ervaring: met z’n allen ga je ergens doorheen en dat brengt verbroedering in een zaal. Onze Karaoki Kanye is een lange avond die we niet kunnen duiden maar we gaan daar wel samen doorheen. Dat is geen antwoord maar het is er wel.’

Bruijs: ‘Soms lijkt het alsof inhoud en moralisme als hetzelfde wordt gezien. Alsof je geen inhoud hebt als je geen standpunt inneemt. Of dat het uitblijven van een ‘boodschap’ gelijk staat aan geen inhoud hebben. Bij de voorstelling over Yuri van Gelder merkten we dat mensen toch verwachten dat we zeggen wat we ervan vinden. Maar dat is niet van belang. Dat lijkt me meer een koffiegesprek voor twee mensen die net naar de Olympische Spelen hebben gekeken.’

Vahidi: ‘Als wij als club een standpunt innemen dan is het enige wat je als publiek nog hoeft te doen het daarmee eens of oneens te zijn. Ik snap ook dat je in een tijd waarin alles veel te ingewikkeld wordt, zegt: dit. Dit is het nu even. Maar wij verdrinken ons liever in de complexiteit.’

Bruijs: ‘Kunst lijkt me dan soms ook het minst effectief: het bereik is veel te klein. Neem het klimaat. Op zich voel ik er best voor om daar iets mee te doen. Maar dan vraag ik me toch al snel af of kunst de beste vorm is. Als ik echt iets wil veranderen, mensen mobiliseren, kan ik dan niet beter een TED Talk geven, of motivational speeches in buurthuizen in Rotterdam?’

Klein: ‘Onze voorstellingen zitten voornamelijk op de ervaring en niet zozeer op de analyse. Als je de hele tijd analytisch kijkt dan mis je een groot deel.’

Maar dat ligt misschien ook aan het soort analyse toch? Je kunt ook de tegenstrijdigheden laten bestaan in je analyse en ruimte maken voor lege plekken? Of stemmen die je niet begrijpt?

Bruijs: ‘Je moet de tegenstrijdige informatie niet uit de analyse laten. Als wij een heel plat 2D-werk vol overgave invullen, dan sta je als publiek ook klem. Die tegenstrijdigheid heeft een bepaalde inhoud die op die ervaring speelt.’

Vahidi: Is het niet ook gek dat de generatie boven ons, ons probeert te duiden? Terwijl ik vaak denk dat de generatie onder je soms beter snapt wat je nou eigenlijk aan het doen bent?’

Bruijs: ‘Ik denk dat het toch ook echt te maken heeft met het soort kritiek. Als kunstkritiek of journalistiek een gids wordt voor wat goede of slechte kunst is, dan snap ik de functie niet zo goed .’

Vrij: ‘Dan verlies je het van het internet als minder hiërarchisch medium.’

Klein: ‘Misschien gaat het ook over een oprechte nieuwsgierigheid? De stukken van 3voor12 over muziek vind ik soms minder geslaagd, maar ons snappen ze niet helemaal en dan schrijven ze met een veel opener blik.’

Vrij: ‘Ik denk ook wel eens dat het zou helpen als we niet uit Nederland zouden komen. Omdat men dan begrijpt dat je je bril even af moet doen en opnieuw moet kijken.’

Maar hoe doe je dat? Als schrijver / duider / kunstcriticus? Hoe maak je een analyse die het werk niet afsluit? Hoe kun je meerdere stemmen tegelijk horen? De non-hiërarchische manier waarop Club Gewalt naar allerhande bronnen verwijst, doet daar misschien een voorstel voor. Hoe meer ze het idee hebben dat ze niet serieus genomen worden, hoe platter de referenties, en hoe meer stemmen naast elkaar worden geplaatst. Die meerstemmigheid is eerder een vertaling van de complexiteit van de wereld, dan een weigering om iets te zeggen. En daarom lees ik hun Club Club Gewalt-serie veel meer als een pleidooi voor kijken met een open en oprecht nieuwsgierige blik naar nieuwe vormen en andere stemmen in het theater.

Bruijs: ‘Ja, ik zou daar toch ook wel voor willen pleiten: associaties ruimte geven – dat gebeurt op zo weinig andere plekken dan in kunst. Je bent de hele tijd al bezig met standpunt innemen – dit melkpak is te duur.’

Vrij: ‘Popcultuur loopt daar eigenlijk in voor: kunst en politiek zijn letterlijk even belangrijk. Het gaat om niet-categoriseren – daarin zit zo vaak een waarde-oordeel.’

Foto: Annelies Verhelst