Choreografe Katja Heitmann won in 2016 de Prijs van de Nederlandse Dansdagen. Die prijs stelde haar in staat om de voorstelling Siri Loves Me te creëren: een ‘stadsritueel’ waarin vijftig kinderen de drukke binnensteden van Maastricht en Tilburg opschudden met verstilling.

Een pas op de plaats
Op het Pieter Vreedeplein is niets bijzonders aan de hand. Het is zaterdagmiddag, de zon schijnt en de rozen zijn in de aanbieding. Het winkelende publiek struint van Xenos naar Kruidvat, van Sissy Boy naar Hudson’s Bay en probeert ondertussen de werver van de Hartstichting te ontwijken. Onder de grond, tegenover de Mediamarkt, is een groot stuk kaas op de vloer geprojecteerd. In de gaten van de kaas verschijnt zo nu en dan een muis. Een jong meisje, een kind, springt op het virtuele dier en haalt tien punten. Buiten rolt een prediker zijn spandoek uit: For God so loved the world that he gave His one and only Son, so that everyone who believes in Him will not perish but have eternal life.

Een schelle piep onderbreekt plots het theater van alledag. Uit verschillende hoeken verschijnen er kinderen. Het worden er steeds meer. Steeds meer jongens en meisjes met grijze broeken, rokken en truien. Ze lopen naar verschillende plekken op het plein en blijven dan staan. Allemaal zijn ze omringd door die vreemde piep. Ik ken dat geluid. Het is de piep van system error, van kortsluiting. Het geluid dat zowel oren als apparaten maken wanneer de dingen niet gaan zoals ze horen te gaan. Ik kan die piep al gauw niet meer verdragen, maar de jonge dansers voor mij ogen vredig en sereen. Ze staan stil en hebben hun ogen gesloten. Ze zijn buiten de loop der dingen getreden.

Het winkelende publiek heeft een pas op de plaats gemaakt en is in een mix van fascinatie en verwarring rondom de kindermassa gaan staan. Het wordt stil op het plein. Langzaam, tergend langzaam, bewegen de kinderen zich door de haag van mensen. Het doet denken aan een plechtige begrafenis. De monotone piep heeft nu een korte, welonderscheiden vorm aangenomen en geeft het tempo aan waarop de kinderen zich voortbewegen. Iedere beweging wordt synchroon en op de tel gemaakt. Zelfs het knipperen van de ogen gebeurt gelijktijdig. ‘Waar is de uitzondering?’, fluistert een man naast mij. ‘Er is toch altijd wel iemand die het anders doet dan de rest?’

Een onverwachte routine
‘Wat beweegt de mens? Die vraag vormt keer op keer het startpunt van mijn werk’, vertelt Heitmann tijdens een van haar laatste repetities. ‘Ik ben gefascineerd door de wijze waarop wetenschap en technische apparaten onze bewegingen controleren en beïnvloeden. Navigatiesystemen die onze routes bepalen, bewakingscamera’s die registreren welke bewegingen afwijken, telefoons die bijhouden waar we ons bevinden. Tienduizend stappen per dag voor een gezond lichaam, niet minder dan negen uur slaap, een goede zoen duurt maximaal zestig seconden, enzovoorts. We analyseren onszelf van brein tot bot en richten ons leven in op basis van dit soort wetmatigheden. Dat vind ik spannend. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een bewegingstaal waarin de mens de grootst mogelijke controle over zijn lichaam verwerft. Wat betekent het om op te groeien in ons hoogtechnologische tijdperk? Kan een kind een volmaakte machine worden? Met die vragen gingen we de repetitieruimte in.’

Voor de totstandkoming van Siri Loves Me wilde Heitmann per se met kinderen werken. Ze organiseerde intensieve werksessies aan de vooropleidingen dans in Maastricht, Tilburg en Tanzhaus Düsseldorf, waarna ze vijftig kinderen selecteerde. ‘Mijn performers zijn allemaal tussen de dertien en zeventien jaar en representeren daarom bij uitstek de “Google-generatie”. Ze zijn opgegroeid in het grensgebied tussen de online- en fysieke wereld, ze kennen niet anders.’

Heitmann maakte Siri Loves Me specifiek voor het Maastrichtse Mosae Forum en het Tilburgse Pieter Vreedeplein. ‘Op de zon en de wolken na is alles wat je op deze locaties ziet door mensenhanden gemaakt. We worden er achtervolgd door camera’s en omringd door beelden waarin we worden aangesproken als consument, als massa. We bewandelen er routineus de wegen die door anderen zijn gepland. Ik wil daar een nieuwe, onverwachte routine tegenover plaatsen waarmee we het winkelende publiek kunnen verwonderen. Hopelijk maken ze dankzij die verwondering contact met elkaar – en raken ze door wat ze zien met elkaar in gesprek. Die mogelijkheid bestaat alleen op dit soort openbare plekken.’

Een beetje ongemakkelijk
Voor de meeste performers is het repeteren en optreden in de publieke ruimte nieuw. ‘In het begin was het wel even wennen’, vertelt Jaime (16, Maastricht). ‘Wanneer het zonlicht in je ogen schijnt of de mensen om je heen bewegen, is het erg moeilijk om op de tel te blijven knipperen en de focus bij jezelf te houden.’ Merel (13, Tilburg) vindt repeteren op straat ‘een beetje ongemakkelijk’. ‘Wat we doen is zo vreemd dat je nooit helemaal zeker weet hoe het publiek gaat reageren. Sommige mensen maken grapjes over je, anderen zijn juist geïnteresseerd. Sommigen komen erg dichtbij en bestuderen je alsof je een soort pop bent, anderen lachen en proberen ervoor te zorgen dat je uit je rol valt.’ Amina (17, Düsseldorf) vindt repeteren in de publieke ruimte juist veel leuker dan in de studio: ‘Het is cool om aan mensen te laten zien dat je in een winkelcentrum ook andere dingen kunt doen dan spullen kopen en frietjes eten.’

‘De choreografie van Siri Loves Me lijkt niet echt op dans zoals ik het gewend ben’, vertelt Nohr (14, Tilburg). ‘Normaal kan ik als ik dans alles loslaten. Nu moet ik juist de hele tijd alert zijn. Je moet continu de beste kant van jezelf laten zien, net als op internet. Zelf maak ik ook altijd tien selfies, alleen de beste zet ik online. In Siri Loves Me proberen we ook zo’n perfecte houding aan te nemen.’ ‘Het voelt als een soort waas’, zegt Tommy (13, Bergen op Zoom). ‘Je zit volledig in je eigen wereld en je kan helemaal nergens anders meer aan denken. Dat heb ik normaal eigenlijk nooit.’ ‘De repetities voor dit stuk hebben me aan het denken gezet’, vertelt Anne (17, Maastricht). ‘Als je goed om je heen kijkt, zie je dat we op dit moment al een beetje functioneren als machines. We lopen op straat en kijken naar beneden, naar onze schermen, die we volgen als zombies.’ Veerle (17, Maastricht) knikt: ‘In Siri Loves Me proberen wij ons ook op die manier te bewegen. We mogen geen écht contact met elkaar maken. We zijn er wel, maar ook weer niet echt. Er is ons verteld hoe we moeten bewegen en wij volgen die voorschriften, ongeacht de situatie.’ Volgens Charley (14, Maastricht) is dat behoorlijk zwaar: ‘Je moet je lichaam de hele tijd tot in de puntjes beheersen en de aandacht volledig bij jezelf houden. Je kan niet even níet geconcentreerd zijn.’

Vreemd genoeg bracht deze choreografische zoektocht naar totale controle ook nieuwe ongeregeldheden met zich mee: het volledig gecontroleerd knipperen van de ogen zette de ogen van de kinderen als het ware ‘automatisch’ aan tot tranen. Het tot in het uiterste beheersen van iedere beweging liet hun lichamen trillen en zweten. En – en dit verbaasde Heitmann misschien nog wel het meest – de kinderen gaven aan rustig te worden van de choreografie. ‘Wat ik echt van deze jonge dansers heb geleerd is dat je in die mechanische concentratie ook rust en schoonheid kan vinden. Tot nu toe dacht ik altijd dat een overdaad aan technologische beheersing vooral tragiek voortbracht, maar blijkbaar kan volledige controle ook rustgevend en mooi zijn. De performers stoppen met denken en zijn alleen nog maar bezig met tellen.’

Een verlangen
De knieën van het meisje voor mij trillen. Haar blik is onverstoorbaar en afwezig. Haar lichaam zoekt hardnekkig naar evenwicht. Ik zie de spieren in haar nek samentrekken terwijl ze strak voor zich uitkijkt. Ik zie hoe nauwkeurig ze beweegt. Statisch. Mathematisch. Zoals de anderen. Alsof ze het leven onvermijdelijk als een reeds voorgeprogrammeerde missie op zich moet nemen. Alsof haar leven is bezweken onder de drang naar technische perfectie, naar mechanisch meesterschap. Ik zie de zweetdruppels door haar foundation breken terwijl de highlights op haar jukbeenderen glimmen in het zonlicht. Ik zie hoe hard ze heeft gewerkt om hier vandaag te kunnen staan – en hoewel ik er zelf nog nooit zo heb bijgelopen, herken ik alles wat ik zie. Ja, ik weet wel hoe het voelt om met de grootst mogelijke controle alles perfect te willen doen.

Soms zou ik willen dat ik zeker wist op welk moment ik welke stappen moest zetten. Dat iemand me zou uitleggen hoe ik me moest voortbewegen en dagenlang met mij zou repeteren, zodat ik – wanneer het eenmaal zo ver zou zijn – zeker zou weten dat het goed is. Soms zou ik willen dat het leven een simpel algoritme was. Dat ik nergens meer aan zou hoeven te twijfelen omdat mijn acties waren voorbestemd om het beste voor iedereen te zijn, voor altijd en overal. Soms verlang ik er innig naar om een kind in Siri Loves Me te zijn. Maar een leven waarin iedere vorm van onvoorspelbaarheid bij voorbaat de kop in wordt gedrukt is geen leven maar een dodenmars. Ik zie en weet het nu.

‘Is dit een loopmeditatie?’ De jongen in de harembroek kijkt me vragend aan. Ik haal mijn schouders op. Ik heb nog nooit van een loopmeditatie gehoord. Ik heb zin om op dit plein te gaan rollen. Om met mijn blote rug langs de tegels te schuren, al mijn ledematen te strekken en met lange halen te lachen en te huilen – of iets daartussenin. Ik heb zin om alles anders te doen.